Statistieken  :  Overzicht  :  Contact  :  Links  
Kuyper's Weblog
Welkom bij Kuyper's Weblog
22 november 2017
 Artikel doorsturen naar een kennis afdrukversie 

Verheven als het Huis des Heeren

Verheven als het Huis des Heeren

Dit artikel is in het Engels gesteld, de Web-master en ik zullen zo gauw mogelijk de bijbehorende illustraties toevoegen.
Indien er vraag naar is zal ik een Nederlandse samenvatting geven. Maar hoe dan ook zullen allereerst de illustraties met de Engelse onderschriften in Kuyper's Kroniek worden geplaatst, vervolgens zullen Nederlandse onderschriften er bij worden gevoegd, die hier al volgen op de Engelse Captions to Illustrations voor de addenda bij het artikel. 

 Artikel doorsturen naar een kennis afdrukversie 

Het Joodse Weeshuis en de ontkenning van het verleden / de Rode Haan kraait op het Weeshuis

 

 15 October 2010. Hieronder volgt een brief aan de Rechtbank die de Stichting Arent van 's-Gravesande niet-ontvankelijk wil verklaren in haar beroep tegen de beschikking van de Minister (dat was Plasterk in deze zaak) om het Joodse Weeshuis te Leiden niet te plaatsen op de lijst van beschermde monumenten. De zaak dient in Den Haag op 26 October a.s.

                           Zeer Geachte Rechtbank,

 Bij dezen verzetten wij ons tegen uw uitspraak van 2 Maart 2010 waar u stelt dat de Stichting in haar beroep niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden. Tevens verzoeken wij u omtrent het verzoek te worden gehoord.

 Ons verzoek berust op twee hoofdzaken. Ten eerste de objectieve bezwaren.

 Wij menen dat de grondwet, die vrijheid van meningsuiting voorschrijft, hierin begrijpt het in rechte zich verzetten tegen wetsinterpretaties die de vrijheid van meningsuiting beknotten en de toegang tot de rechtspraak belemmeren.

Op een zitting van uw Rechtbank waar wij dit standpunt naar voren hebben gebracht reageerde de rechter met te zeggen dat het recht evolueert. Inderdaad en prachtig, dat voortschrijdend inzicht zijn weerslag krijgt, maar zo lang als iets dat – en dat bovendien in sterke mate discriminerend werkt, zoals wij hieronder zullen uiteenzetten – zo sterk in de rechtsorde ingrijpt als het niet-ontvankelijk verklaren niet door de grondwet wordt gesanctioneerd, dient men zich aan de implicaties van de bestaande grondwet te houden.

Het doet daarbij niet ter zake of men een stichting ervaart als democratisch of als niet-democratisch of alleen maar querulant – de democratie is nu eenmaal omslachtig. Het is natuurlijk veel gemakke-lijker te regeren indien men het met de democratie niet zo nauw neemt.

 (Terugblikkend zien we met enige verwondering dat de grootste voorstanders van de zinsnede over “feitelijke werkzaamheden” uit die generatie voortkomen die volgend op de contestaties van 1968 en volgende jaren allerlei beroepsprocedures te pas en te onpas hebben gebruikt om maar bestuursfuncties te verwerven).

Bovendien leidt de bepaling in de algemene wet bestuursrecht tot rechtsongelijkheid, waarvan wij hieronder bij de subjectieve bezwaren een voorbeeld zullen geven.

Wij menen dat het de Minister alleen maar siert dat hij de Stichting ontvankelijk heeft verklaard.

 Ten tweede bezwaren tegen de subjectieve interpretatie waartoe de zinsnede “feitelijke werkzaamheden” leidt.  De zinsnede vinden wij onacceptabel rekbaar, een soort “elastiek begrip”, dat in geen enkele algemeen geldende wet acceptabel is. Zeker niet voor de monumentenwet die in haar uitvoe-ring op helaas sterk subjectieve manier werkt. De woningwet van 1901 en haar opvolgers b.v. geldt voor alle gebouwen, terwijl de uitvoering van de monumentenwet om verschillende redenen een buitenbeentje is. De woningwet geldt algemeen, terwijl de monumentenwet in haar uitvoering slechts geldt voor een in verhouding zeer klein aantal gebouwen, dat door de Minister wordt geselecteerd – daarin steeds minder gelegitimeerd door een adviesraad. Het goede adagio dat het Rijk geen oordeel velt over kunst maakt steeds meer plaats voor als arbitrair ervaren beslissingen nu de Monumentenraad uit de Monumentenwet is verdwenen en de Minister het adviserende lichaam naar eigen inzicht inricht en een werkterrein geeft zo breed dat individuele monumenten – waar het bij de uitwerking van de monumentenwet om gaat – slechts een klein deel van het spectrum uitmaken. 

Met leedwezen hebben wij begin 2009 onze statuten vernauwd om het werkingsgebied van de Stichting te verkleinen. Met leedwezen omdat wij juist niet wilden discrimineren en een algemene Stichting wilden hebben, die overal in het land kan werken. Zo hebben wij buiten Leiden een belangrijke zaak voor de Raad van State gewonnen en een andere zaak niet verder dan de bezwaar-schriftprocedure gevoerd. Wij zullen deze zaken hieronder noemen in een opsomming die een aantal zaken noemt waar de Stichting wel of niet tot voor de Rechtbank of de Raad van State heeft geprocedeerd.  Wij hebben een aantal zaken uiteindelijk gewonnen : daaruit alleen al blijkt dat de Raad van State meende dat de Stichting niet procedeerde “om te procederen” (alsof procederen een aardig bedrijf is!).

Wij menen dat het Parlement in zijn ijver om, zoals het uitgedrukt werd, stichtingen te weren “die alleen maar procederen om te procederen” het kind van de democratie met het badwater weggooit.

Om aan te geven hoe de feitelijke uitwerking van het niet-ontvankelijk verklaren op zeer selectieve, ja élitaire manier werkt, een voorbeeld van hoe het niet-ontvankelijkverklaren omzeild wordt.

Grote, en vooral draagkrachtige stichtingen richten voor elke procedure die ze willen aanspannen sub-stichtingen op, met nieuwe statuten, speciaal op dat ene doel gericht, en (tijdelijke) periodieken om hun “feitelijke werkzaamheden” aan te tonen. We zien hier dat het effect van het elastieke artikel leidt tot wat vroeger gewoonlijk “klassejustitie” werd genoemd. 

Wij hopen dat u op zijn minst die zaken die wij hebben gewonnen en die welke wij niet verder dan tot het bezwaarschriftenstadium hebben gevoerd als feitelijke werkzaamheden wilt accepteren, evenals de artikelen waarvoor wij ruimte hebben gekregen om ze op het Web-log van de Sociaal-Liberale Partij te publiceren.

 Ook zullen wij een recent voorbeeld geven van succesvol lobbyen na een uitspraak van de voorzieningenrechter.

 Wij menen dat vrij recente uitspraken van de Raad van State in zake de verschillende, op het Beschermde Stadsgezicht van Leiden volgende bestemmingsplannen (zoals Aalmarktgebied, Binnenstad I en Binnenstad II) aantonen dat de onderwerpen  waarover de Stichting procedeerde, belangrijk genoeg waren om elk idee dat wij procederen “om te procederen” van de hand te wijzen. 

E contrario hebben wij in de loop der jaren een belangrijk aantal bezwaren niet verder laten komen dan het bezwaarschriftenstadium, meestal omdat wij hoopten (wishful thinking?) dat moderne gebouwen die wij veel te volumineus vonden wel weer als verouderd en lelijk gesloopt zouden worden wanneer hun economische levensduur is verstreken. Of dat oude gebouwen gespaard zouden blijven van lelijke verbouwingen of dat lelijke “restauraties” na verloop van tijd weer ongedaan zouden worden gemaakt (wat ook in bijna alle gevallen niet meer dan wishful thinking bleek te zijn).

Zo hebben wij alle bezwaren (na ze aan de Raad der Gemeente uiteengezet te hebben) tegen plannen aan gene zijde van het station Leiden-Centraal als te ver van het centrum liggend laten varen. Mis-schien ten onrechte – in dit plan “Sylvius-Boerhaave” (op het door de Universiteit met andere, al weer grotendeels verouderde gebouwen bebouwde terrein van het v.m. Academisch Ziekenhuis bij de Wassenaarse weg) – mag de Universiteit tot 70 meter hoog bouwen, zodat wij doodsbenauwd zijn voor de uitstraling op de oude stad. Bovendien ontbreekt er een exploitatierekening bij het plan “om-dat het budgettair neutraal is” – wij hebben de Gemeenteraad voorgesteld om dit plan ook en wel degelijk in de commissie voor de financien te behandelen om de indruk weg te nemen dat de Univer-siteit, die er vier tot zeven keer zo hoog mag bouwen als haar bestaande bebouwing, misschien een douceurtje van miljoenen wegens vermeerdering van de grondprijs in de schoot krijgt geworpen.

Evenmin hebben wij een aantal bezwaren van stedebouwkundige en aesthetische aard tegen het kantoorgebouw dat op de “haarspelbocht” net ten noordoosten van het Station thans in aanbouw is, maar aan deze zijde, doorgezet.

Buiten Leiden hebben wij ons verzoek tot plaatsing van de oude R.C. kerk te Waddinxveen niet verder doorgezet toen wij toen de zaak eindelijk door de bezwaarschriftencommissie van het Ministerie werd behandeld wij daarin tegenover ons twee ambtenaren vonden die zich er op beriepen de “architecten van de nieuwe monumentenwet” (van 1988) te zijn.

In Boskoop hebben wij de zaak van de geweigerde plaatsing van een belangrijk 17de-eeuws huis niet doorgezet. Dat huis was in de jaren zestig als enige in Boskoop voor plaatsing door de Monumentenraad aangewezen maar geweigerd door de gemeente omdat de bouwkundige staat zo slecht was. Inmiddels was het zorgvuldig gerestaureerd, maar nu wilde de Minister niet plaatsen “omdat hij geen oude monumenten meer plaatste”. In overleg met de eigenaresse, die de restauratie zonder subsidie had uitgevoerd en die zorgvuldig met het pand omging, zodat het voortbestaan verzekerd leek, hebben wij van verder beroep afgezien.

Later hebben wij in Amsterdam bezwaar aangetekend tegen de plannen van Rijksgebouwendienst voor de wijzigingen aan de onderdoorgang van het Rijksmuseum. Dat was samen met de Fietsers-bond, die alleen in de fietsersroute was geinteresserd en niet in aesthetische quaesties, zodat wij de zaak die toch enigszins in de goede kant leek te gaan op haar beloop hebben gelaten.

In Leiden heeft de voorzieningenrechter een paar jaar geleden op ons verzoek een bouwplan voor Rapenburg 124 teruggewezen omdat het een plat dak vertoonde dat niet door de welstandscommissie was beoordeeld. Wij hebben daarop met de aannemer-projectontwikkelaar gesproken, wat vervol-gens tot uitvoering van het ontwerp met dakschilden heeft geleid. Het lijkt ons dat dit zeker feitelijke werkzaamheden zijn.

Wij noemen enkele zaken waar de Stichting zich in heeft begeven na haar oprichting in 1986.

Al kort na 1986 heeft in de zaak van het Pesthuis, dat opgenomen werd in het nieuwe complex van het Natuurhistorisch Museum (“Naturalis”) en waar de Raad van State ons verzoek heeft gehonoreerd om de loopbrug niet door te trekken tot voor de monumentale ingang met beeldhouwwerk van Rombout Verhulst van het oude gebouw, de Voorzitter van de betreffende kamer de gemeente, die toen al probeerde de Stichting niet-ontvankelijk te laten verklaren, scherp terecht gewezen, zeggend dat de gemeente zich aan de argumenten diende te houden.

Enige jaren daarna heeft de Stichting in Dordrecht samengewerkt met de Vereniging Heemschut in zake een door de Minster goedgekeurde zeer ingrijpende verbouwing (neerkomend op gedeeltelijke sloping) van de Berkenpoort (een groot 16de-eeuws complex, ook historisch belangrijk omdat Willem van Oranje er na 1572 heeft gewoond voordat hij zich in Delft vestigde). De Raad van State heeft onze Stichtingen in het gelijk gesteld.

De belangrijkste zaken na 1992 waarin wij, soms alleen optredend, soms met andere bezwaarden, zijn die van de drie Leidse bestemmingsplannen die recent eindelijk zijn gevolgd op het Beschermde Stadsgezicht van 1982 (Aalmarktplan, Binnenstad I en Binnenstad II). De Raad van State heeft o.a. bepaald dat de aanleg van een sneltram door de Binnenstad in een bestemmingsplan diende te worden opgenomen, en, historisch en architectonisch van groot belang, dat de nog bestaande zichtllijnen van de Haarlemmerstraat op de Marekerk gehandhaafd dienen te worden en dat het voorplein van de Lakenhal niet bebouwd mag worden.

Dit heeft ons zeer verheugd, Lakenhal en Marekerk zijn namelijk niet alleen de belangrijkste zeventiende-eeuwse gebouwen van de Stad, maar ze zijn ontworpen door de grootste stadsarchitect die de Stad ooit heeft gehad, Arent van ’s-Gravesande, naar wie de Stichting is vernoemd.

Wat het complex van het Joodse Weeshuis betreft willen wij nog de volgende feitelijke werkzaam-heden vermelden. Wij hebben over de vergaande verbouwingsplannen de, naar ons leek verantwoor-delijke wethouders benaderd, die van Stadsontwikkeling (waaronder de afdeling Monumentenzorg ressorteert) en die van Monumentenzorg, die beiden lieten weten dat zij over alles wilden praten be-halve over het Joodse Weeshuis – dat behandeld werd door de wethouder die de verslaafdenzorg in haar portefeuille heeft, maar die inmiddels financien erbij had gekregen. Deze wethouder, mevr. Van den Berg, heeft een gesprek dat wij (de voorzitter van de Stichting en de heer H. Blom, voorzitter van Oud-Leiden) hadden aangevraagd weken en weken uitgesteld, net zo lang totdat de vergunning was verstrekt en bleek dat ze tot geen enkele verbetering van het plan wilde komen. Wij hebben een aantal artikelen over de behandeling van het Weeshuis, die op regelrechte en moedwillige defamatie neerkomt, op onze plaats op de Web-site van de Sociaal-Liberale Partij geplaatst.

Aangezien de Gemeente eveneens plaatsing heeft aangevraagd hebben wij na de weigering door de Minister de heer Lenferink, burgemeester van Leiden, en, omdat de zaak officieel over drie wethouders liep, coordinator van hun werkzaamheden (in feite dus alleen overleg met zijn partijgenote mevrouw Van den Berg, zie het bovenstaande), aan de  Burgemeester dus, gevraagd of hij ook bezwaar wou aantekenen, waarop wij het antwoord hebben gekregen dat zulks “zoveel geld en mankracht zou kosten”.

Met vriendelijke groet, hoogachtend, W. Kuyper.

 

22 November 2009

Negationistische Ideeen bij het Leidse Gemeentebestuur

 Artikel doorsturen naar een kennis afdrukversie 

De Universiteit lobbiet al als de Bouw

De Universiteit lobbiet al als de Bouwwereld

September 2009  en Februari 2010

 Artikel doorsturen naar een kennis afdrukversie 

De Spoorwegsadist I-IOOO

 

28 Februari 2008 - October-November 2009

 

Wegens het succes dat de serie had voldoe ik hier aan vele verzoeken tot herhaling en – wat helaas! nodig is – zelfs uitbreiding van de serie De Spoorwegsadist die ik ongeveer tien jaar geleden ben begonnen voor het personeelsblad van Monumentenzorg.

 Artikel doorsturen naar een kennis afdrukversie 

MCMLII-MMVII

Marina, Martinus, Jan-Willem en Charactermoord op Lucifer