Statistieken  :  Overzicht  :  Contact  :  Links  
Kuyper's Weblog
Welkom bij Kuyper's Weblog
22 november 2017
   

Wouter Kuyper's Curriculum Vitae

24 Januari 1934 - 24 Januari 2007

Wouter Kuyper is in 1934 geboren in Lochem, een kleine stad waar zijn vader arts was.

24 Januari 1934 - 24 Januari 2007

Wouter Kuyper is in 1934 geboren in Lochem, een kleine stad waar zijn vader arts was. Zo begon ik mijn curriculum vitae toen ik bedacht dat je in een web-log persoonlijker, intiemer, kunt en moet zijn dan op een web-site – dus nu wat uitgebreider en in de eerste persoon.
Ik zal me Lochem altijd blijven herinneren zoals het op photo’s, vooral die afgebeeld op koekblikjes, zijn gezicht van verre vertoonde met zijn prachtige, hoge torenspits, die het een perfect silhouette gaf en die de heer Molenaar op de oude torenromp had gezet. (Nicolaas Molenaar is dezelfde architect die de mooie Bonaventura in Woerden heeft gebouwd).
In 1940, vlak voor de Oorlog, verhuisden we naar Oegstgeest – veilig achter de Waterlinie! – waar mijn vader zijn kinderartsenijkunde deed en sindsdien als kinderarts gevestigd is gebleven. De oorlogsjaren waren een ellendige tijd – laat ik hier alleen zeggen dat ik in het toneelstuk dat ik afgelopen zomer heb geschreven en dat twee dagen na de landelijke verkiezingen is klaargekomen nog steeds poog het verleden van me af te schrijven. Aangezien een van de hoofdpersonen nog leeft heb ik het onder pseudonym in tweevoud op de markt gebracht – zover ik weet zijn die exemplaren nog te koop bij Kooyker en bij de Theatre Bookshop.
Hier een enkele anecdote, een lichtpuntje uit de hongerwinter. Vader kreeg juist in de armste gemeenten waar hij consultatiebureaux deed wel eens wat eten mee – bijvoorbeeld een zak bonen. Maar in R., een gemeente met bollenkwekers en vooral rijke bollenhandelaars, kreeg hij nooit iets – dezulken konden zich simpelweg niet voorstellen dat het doktersgezin honger had.
Later heb ik bouwkunde gestudeerd in Delft, een zeer gemengde ervaring. Aan de ene kant hadden we nog de degelijke, ouderwetse opleiding met veel wiskunde, toegepaste mechanica, hout-, beton- en staalconstructies en bij het tekenonderwijs nog vleugjes van de Academie zoals boetseren en aquarelleren.
Dat aquarelleren heeft me op reis in Zuid Frankrijk leuke schetsen doen maken, maar in de voorstelling van ontwerpen was het van nog veel meer belang, een afzakkertje van de „Academiestudie” , waaraan de meeste architecten zich nog hielden bij de perspectiefbepaling. Die moest natuurlijk eerst in potlood op het (al evenzeer in potlood getekende) ontwerp worden geconstrueerd. Die dunne lijntjes hielden rekening met een belichting (en daardoor schaduwwerking) van zonlicht dat onder een hoek van tweemaal 45 graden op elke gevel straalde. Onverschillig of het de Zuid- of de Noordgevel was. Ik schrijf namelijk perspectiefbepaling, maar het ging in wezen niet alleen om die vrij groffe perspectief van vleugels en daken van een trouwens niet in perspectief getekend ontwerp, maar om die veel belangrijker, dichter bij de mens staande perspectief van het geveloppervlak: hoe ver ligt een kozijn achter het geveloppervlak, hoe veel of liever hoe weinig centimeters ligt het glasvlak daar weer achter – kortom alles wat de ogenschijnlijke dikte van een gevel uitmaakt. Voor de duidelijkheid werd het geheel dan geaquarelleerd met blauwe schaduwen. Omdat iedereen zich aan die canon van 45 bij 45 graden hield, was zo een tekening onmiddellijk eenduidig af te lezen.
Deze kunst is volkomen verloren gegaan, evenals het degelijke construeren en de materiaalkennis, zodat de moderne architecten vaak geen idee hebben van de menselijke schaal en bouwkunde zien als goedkope, vaak ook nog gladde, emballage. Dan heb ik het nog niet eens over de tyrannie van het moderne die haar kop begon op te steken. nieuwlichterij om nieuwlichterij. In elk vak. Gezond tegenwicht is er niet – het onderwijs is immers volkomen gedegradeerd. Had men maar goed onderwijs met wat kunstgeschiedenis en wat logica erbij, maar nix! Zelfs maar goed onderwijs in het Nederlands – daar hoort toch bij dat men logisch denkend een opstel kan maken of op z’n minst een betoog kan analyseren.
Nu hoeft de nieuwlichterij maar te zeggen „pas op, je bent ouderwets!” en geen mens heeft voldoende onderwijs genoten om te zeggen „nu en, heb jij dan wat beters of alleen maar wat nieuwers?” Overal heerst die hysterische tyrannie van de nieuwlichterij. Graphisch ontwerpen om maar iets te noemen is geen dienend vak meer voor de opdrachtgever maar het ontaardt in technische hoogstandjes die geen enkel nut hebben – munten met een half hoofd van Hare Majesteit of postzegels waar je met een microscoop moet proberen te lezen wat er op staat. Een andere keer misschien iets over de speciale Rembrandtzegels voor Leiden met op de achtergrond alleen gebouwen die er in Rembrandt’s tijd nog niet stonden. Op bouwkunde dus die tyrannie van de modernen en een ostracisme van ieder die het er niet mee eens is. Bij de andere studies een verheerlijking van de techniek an sich als zaligmakend. Een intolerant en vandalistisch climaat, zodat ik al gauw kunstgeschiedenis ben gaan studeren en nog bij Van de Waal in Leiden mijn candidaats heb afgelegd – „met zeer veel genoegen”. Wel, zijn colleges over Rembrandt (het ene jaar portret, het andere jaar landschap) waren een genoegen.
Dat ook daar de tyrannie van het modernisme toeslaat ziet men aan de heer Wim van Krimpen in Den Haag die met één steen twee vogels weet dood te gooien: een monsterlijk groot spandoek verkracht de architectuur van het Pieter de Swart’s paleisje Lange Voorhout en transponeert een Escher tot zo iets monsterachtig groots dat hij geen enkele beschaving meer heeft.
Omdat ik inmiddels getrouwd was en bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg werkte heeft het jaren geduurd voordat ik mijn doctoraal heb afgelegd met een grote scriptie over Adriaan Dortsman, de architect van de Ronde Lutherse Kerk en een aantal zeer gedistingeerde grachtenhuizen in de strakke stijl van de jaren 1660-1700. Gepubliceerd in het Bulletin KNOB (kort voor Bulletin van de Koninklijke Oudheidkundige Bond) van 1984. Tien jaar eerder had ik al een scriptie geschreven over de geschiedenis van de Leidse Schouwburg die in haar geheel door Hans van Agt in het Bulletin van de Koninklijke Oudheidkundige Bond van 1974 is opgenomen.
De Nederlandse architectuur, vooral haar hoogtepunt in de 17de eeuw, toen ze Hollandser was dan ooit, heeft me nooit meer losgelaten, maar om een iets grotere oplage te hebben heb ik mijn voornaamste boeken in het Engels gepubliceerd: Dutch Classicist Architecture over het Hollandse Classicisme van de zeventiende eeuw in 1980 en The Triumphant Entry of Renaissance Architecture into the Netherlands over de Blijde Inkomst van Philips II in 1549 en de Renaissance architectuur van Nederland en Belgie in de zestiende eeuw in 1994. Het is mijn ideaal, helaas nog grotendeels een wenkend perspectief, om ze in het Nederlands te herschrijven, en ik ben eraan begonnen met Het Monumentale Hart van Holland (2003) – zoals uit de ondertitel blijkt is het de geillustreerde monumentenbeschrijving van Aarlanderveen, Oudshoorn, Alphen en Zwammerdam maar ook een begin voor een complete architectuurgeschiedenis zoals men kan opmaken uit de andere helft van de ondertitel: Leiden in de 16de en 17de Eeuw, zowel als Tekeningen voor Amsterdamse Torens en het Stadhuis op de Dam.
Een Leids ideaal is de stichting hier ter stede van een restauratie-academie, ook al jaren een wenkend perspectief, maar wie weet. Toen ik voor D’66 in de gemeenteraad zat (van 1970-’73) heb ik al geijverd voor een middelbare technische school (een MTS) in Leiden, maar B & W zagen het nut ervan niet in. Ook heb ik toen gevraagd met behulp van de bouwverordening het gebruik van asbest te verbieden, maar na maanden en maanden antwoordden B & W dat zulks niet op hun weg lag aangezien ze het niet als een gemeentetaak beschouwden. Het ’s winters inpakken van de Fontein op de Vismarkt tegen de barre invloed van het vochtige koude climaat heeft wel twintig jaar geduurd voordat het ter hand werd genomen (nadat het honderden jaren terechte regel was geweest).
Betrokkenheid bij de restauratie van de Schouwburg heeft geleid tot vrienschap met Onno Greiner, wiens laatste feit op theatergebied de schitterende nieuwe zaal in Zwolle is – een zaal die drastisch vergroot kan worden voor muziek, die een excellente acoustiek heeft en er van binnen toch intiem uitziet en die zelfs weer – nadat ze vele jaren uit de Hollandse schouwburgen waren verbannen – drie loges boven elkaar heeft aan weerszijde van het toneel!

Nog in mijn vroege studietijd (ik was net in Leiden, waar ik sinds 1960 woon) heb ik mijn liefde voor het theater gecombineerd met mijn interesse voor politiek door een toneelstuk te schrijven over Floris V – onder pseudonym, maar niet zoals Frits Bolkenstein jaren later „omdat hij in de politiek wou gaan” – want wat is beter dan je verdiepen in de man die met recht ondanks zijn wat stupide en rauwe einde de stichter van de Hollandse staat kan worden genoemd – maar omdat het voor een wedstrijd was.
Toen ik mijn studie in Delft aan het afsluiten was heb ik meegedaan aan de Amsterdamse Stadhuisprijsvraag. Ik leef nog steeds in de vaste overtuiging dat mijn ontwerp veel beter was (en, gezien een mooie zichtlijn over de Amstel, veel beter liggend) dan het winnende van Holzbaur, om maar niet te spreken van de troep die Cees Dam er bij erfopvolging van heeft gemaakt. In Leiden span ik me in voor het milieu, vooral het gebouwde historische milieu, met de Stichting Arent van ’s-Gravesande.
Mijn voormalige echtgenote Maria Tillema (die in 2000 is overleden) heeft na onze scheiding wel tien jaar een galerie gedreven (de Galeria Propitia); onze zoons zijn inmiddels al lang volwassen en getrouwd, de oudste met een Braziliaanse vrouw – op wie ik erg trots ben: ze had al een paar jaar in Belo Horizonte als kinderpsychiater gewerkt, maar ze moest van de onwelwillende minister hier toch al haar examens overdoen: nu heeft ze in vier jaar haar artsexamen met allemaal achten gehaald.
Mag ik ook even opscheppen over mijn knappe en bovendien lieve schoondochter?! Zij hebben een zoontje; mijn jongste zoon woont in Sidney en is met een Australische getrouwd, zij hebben twee dochters.


(Het volgende is het curriculum vitae dat op de Web-site staat)

Wouter Kuyper heeft bouwkunde gestudeerd in Delft en kunstgeschiedenis in Leiden. Hij is bijna veertig jaar vanaf 1966 lid geweest van D’66 (later D66), drie jaar als raadslid in Leiden, maar hij kan zich in die partij niet meer vinden. Hij vindt dat D66 veel te weinig compassie heeft met de kwetsbare groepen in de maatschappij en ook dat ze weinig scrupuleus haar principes veil heeft – vooral die van bestuurlijke vernieuwing – om maar in de regering te kunnen blijven zitten, en dat in een regering die ver naar rechts is opgeschoven, geen positieve ideeën heeft over een nieuwe inrichting van de maatschappij, noch bestuurlijk, noch maatschappelijk. Ook vindt hij dat D66 veel te weinig doet voor milieu en cultuur, bij zaken als Monumentenzorg, Musea en Omroep zelfs rampzalig bezig is. Wouter Kuyper is voor een ruimhartig asylbeleid maar voor goede integratie in de Nederlandse maatschappij van alle hier verblijvende buitenlanders.
Gezien zijn opleiding (ir. en drs.) en zijn ambtelijke loopbaan bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg vormen planologie, stedebouw, goede woningbouw en monumenten zijn eerste interessen. Het laatste van zijn boeken, Het Monumentale Hart van Holland, gaat over de stedebouw en de monumenten van Alphen aan den Rijn en omstreken – al bij het schrijven daarvan heeft hij kennis gemaakt met de problemen die de Rijn-Gouwelijn zou veroorzaken zoals gevaarlijkheid, degradering van een verbinding die al bestaat en de verstedelijking van het Groene Hart die nodig is om te proberen een onrendale verbinding economisch haalbaar te maken.
Wat het bestuur van Leiden betreft maakt hij zich grote zorgen over de autoritaire, paternalistische en ondemocratische opstelling van het College van B & W, die resulteert in apathie van de burgers („naar ons wordt toch niet geluisterd”), wat weer verdergaande hooghartige willekeur van het College uitlokt, enzovoorts.
Stedebouwkundig wordt er uitverkoop gehouden van de positieve waarden van de stad, men is bezig de kip die de gouden eieren legt te slachten: het College is een willoze speelbal van projectondernemers, om het even of het onmenselijk hoge bouw betreft, een ROC-gebouw bij Lammenschans 130 meter lang en hoger dan de Chinese muur, dat de hele Professorenwijk in de schaduw stelt, een woonkazerne aan het Rapenburg als een appartementengebouw in een Haagse slaapwijk, verkeerde invulling van het Haagwegterrein en een architectonische chaos bij het station Leiden-Centraal. Bestemmingsplannen voor de Binnenstad die regressief zijn ten opzichte van de bestaande bestemmingsplannen die dateren van voor het Beschermde Stadsgezicht!
Tenslotte blijven de toeristen weg en heeft Leiden geen eigen gezicht meer, wordt het gereduceerd tot een slaapwijk van Den Haag waar de burgers geen plezier meer in hebben. Een giga-bioscoop bij het station is een teken aan de wand: architectonisch uit het geheel vallend, functioneel ook: voornamelijk voor mensen van buiten de stad die per bus, tram en trein aangevoerd moeten worden: de eerste Leidse bioscoop is al opgeheven!

Wouter Kuyper's Curriculum Vitae | 6 reacties | Aanmelden nieuw account
Reacties zijn voor verantwoording van degene die ze heeft geplaatst. Deze site is niet verantwoordelijk voor de inhoud.
Wouter Kuyper's Curriculum Vitae
Geschreven door: Anonymous aan 09 september 2008

Beste heer Kuyper,

Het is wellicht een beetje een rare reactie, maar ik denk wel dat het een aardige is !

Ik ben met mijn gezin op zoek naar nieuwe woonruimte en wij hebben al een aantal keren voor uw prachtige pand gestaan aan de witte rozenstraat 57 te Leiden. Wij begrijpen dat U daar met veel woongenot woont, maar mocht U ooit overwegen te verhuizen dan zijn wij echt geinteresseerd !

met vriendelijke groeten,

Peter Spoorendonk

Anita van 't Hof

Plantage 12, te Leiden

Peter_spoorendonk@merck.com

00-51621152

 

 

 

 

  • tJlfanGdgUQ - Geschreven door: Anonymous aan 29 december 2011
  • tJlfanGdgUQ - Geschreven door: Anonymous aan 17 mei 2014
Wouter Kuyper's Curriculum Vitae
Geschreven door: Anonymous aan 05 september 2011

Beste Wouter,

Dat Stendhal zo macho was, zoals ik je begreep, staat haaks op wat Simone de Beauvoir ervan vond. Merkwaardig is dat George Sand, onder haar manlijke schuilnaam G. Sand, haar romanfiguren nog de meest vrouwonvriendelijke uitspraken in de mond heeft gelegd, ik meen in Indiana. Wat haar overtuiging uiteraard geenszins weergaf. Van La duchesse de Langeais, dat ik je als boeiend werk van Balzac noemde, vind ik juist de strijd op voet van gelijkheid tussen de protagonisten van beiderlei kunne heel mooi. Weliswaar trekt de vrpouw uiteindelijk aan het kortste eind, maar in Le Rouge et le Noir van Stendhal is dat daarentegen de man.

Hartelijke groet,

Sam Rozemond