Statistieken  :  Overzicht  :  Contact  :  Links  
Kuyper's Weblog
Welkom bij Kuyper's Weblog
22 november 2017
   

November 2006, Cleveringaherdenking door Theo Toonen

November 2006

Ter gelegenheid van de herdenking van Cleveringa’s rede op 26 November 1940 tegen het ontslag van Meijers door de Duitse bezetters heeft Theo Toonen, decaan van de faculteit der sociale wetenschappen te Leiden, voor (oude) alumni van de Leidse Universiteit een verhandeling gehouden over de gewenste bestuurlijke indeling van (voornamelijk Zuid-)Holland.

November 2006

Ter gelegenheid van de herdenking van Cleveringa’s rede op 26 November 1940 tegen het ontslag van Meijers door de Duitse bezetters heeft Theo Toonen, decaan van de faculteit der sociale wetenschappen te Leiden, voor (oude) alumni van de Leidse Universiteit een verhandeling gehouden over de gewenste bestuurlijke indeling van (voornamelijk Zuid-)Holland. Het was aardig om lantarenplaatjes te zien van titels van ’s mans uitgegeven werken, maar wat ons meer trof waren een paar plaatjes die onthulden hoe Toonen over planologisch werk denkt. Een eerste toonde planologisch-stedebouwkundig werk uit de jaren 1950. Een stukje Holland, ergens in het Groene Hart, gedetailleerd weergegeven, met „natuurlijke” grenzen langs grillige waterlopen, enz.

Dr. Theo Toonen 1) liet zijn afkeur blijken. Dit was maar achterlijk, ouderwets, achterhaald en waardeloos werk. Ieder die iets van de ongebreidelde invloed van de sociale geographie weet, kan nu voorspellen wat het volgende plaatje was: zo een met een vette filtstift getekende ei- of eerder nog amoebe-achtige omtreklijn grofweg over alle bestaande wegen, boerderijen, waterlopen, groen of open weidegebied getrokken. Zo’n amoebe, die zich niets van de nuances van ons door mens en natuur geschapen milieu aantrekt, is het! Die geeft aan waar woonwijken of industrieterreinen komen.

Dat is nu juist de moeilijkheid met die sociaal-geografen: die jongens zien alles groot. Nuance is er niet bij. Nu is daar niets tegen, zolang we maar verdomd goed in de gaten houden dat de sociale geographie niet meer is dan een hulpwetenschap. Wanneer de sociaal-geograaf bouwstenen heeft aangeleverd, dan moet samen met de andere bouwstenen (zoals b.v. de menselijke factor) de eigenlijke ontwerper, die veel meer heeft van een goede stedebouwkundige, de synthese in gedetailleerde vorm brengen.
Het resultaat lijkt dan veel meer op dat verachtelijke plan uit de jaren ’50 dan die vage amoebe waarmee de bestuurskundigen zo lekker overweg kunnen.

Waar is de Theo Toonen die in zijn dissertatie, nog geen 19 jaar geleden, schrijft (stelling 8): „Het schrijven en spreken over bestuurs- en beleidsinstrumenten verhult dat het in de praktijk van het openbaar bestuur om mensen gaat. Dit draagt bij tot de vervreemding van de overheid van de samenleving en dient derhalve bestreden te worden.”?

Even werd het publiek nog lekker aan het rillen gebracht met de profetie van afgrijselijke overstromingen in heel Holland, maar vooral bij Leiden - omdat Leiden toevallig nogal hoog ligt (als goede Leienaars herinneren wij ons 1574) - geadstrueerd met een forse doorbraak van de Noordzee bij Katwijk.

De voordracht duurde wel drie kwartier en woorden als milieu, cultuur en democratie kwamen er niet aan te pas. Het onheilspellende van dit verhaal was de louter technocratische invalshoek waarmee de hele bestuurlijke vernieuwing van de „Randstad” tegemoet werd getreden.

Laat me nog even op menselijke instrumenten terugkomen bij de vormgeving - die vormgeving die de eerste zorg van het nieuwe (of vernieuwde) bestuur dient te zijn in een land als Nederland waar de ruimte zo schaars is geworden. Zie b.v. de manier waarop bij Jan van Eyck, de vijftiende-eeuwse diplomaat en schilder, de mensen en hun omgeving zijn geschilderd. Of het nu de landschappen zijn van de grote altaarstukken, of de huiskamer in het zo fors maar toch zo teer geschilderde dubbelportret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw Giovanna (en zelfs daar is door de nauwe spleet van het geopende raam nog fijn geschilderd groen te zien), overal zijn de mensen nauwkeurig gedetailleerd maar toch groots en de landschappen weids en uiterst gedetailleerd zonder dat er iets brokkelig wordt of er iets van de samenhang verloren gaat.

Hier past het Bijbelse woord „die niet laat varen het werk zijner handen” - en al evenzeer moeten moderne architecten en stedebouwkundigen dit voor ogen houden. We zijn dan ook verheugd te kunnen melden dat Theo Toonen uitgegaan is van de stelling „in der Beschraenkung zeigt sich der Meister” en dat organisatoren van de 26 Novemberherdenking hem hebben toegezegd dat hij het werk kan voltooien op 26 November 2007, 26 November 2008 en 26 November 2009 met lezingen getiteld „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en het Milieu”, „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en de Cultuur” en „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en de Democratie”.

1) Promotie aan de Erasmusuniversiteit: Theo A.J. Toonen, Denken over Binnenlands Bestuur, Theoriekn van de gedecentraliseerde eenheidsstaat bestuurskundig beschouwd, Rotterdam, 1987.November 2006

Ter gelegenheid van de herdenking van Cleveringa’s rede op 26 November 1940 tegen het ontslag van Meijers door de Duitse bezetters heeft Theo Toonen, decaan van de faculteit der sociale wetenschappen te Leiden, voor (oude) alumni van de Leidse Universiteit een verhandeling gehouden over de gewenste bestuurlijke indeling van (voornamelijk Zuid-)Holland. Het was aardig om lantarenplaatjes te zien van titels van ’s mans uitgegeven werken, maar wat ons meer trof waren een paar plaatjes die onthulden hoe Toonen over planologisch werk denkt. Een eerste toonde planologisch-stedebouwkundig werk uit de jaren 1950. Een stukje Holland, ergens in het Groene Hart, gedetailleerd weergegeven, met „natuurlijke” grenzen langs grillige waterlopen, enz.

Dr. Theo Toonen 1) liet zijn afkeur blijken. Dit was maar achterlijk, ouderwets, achterhaald en waardeloos werk. Ieder die iets van de ongebreidelde invloed van de sociale geographie weet, kan nu voorspellen wat het volgende plaatje was: zo een met een vette filtstift getekende ei- of eerder nog amoebe-achtige omtreklijn grofweg over alle bestaande wegen, boerderijen, waterlopen, groen of open weidegebied getrokken. Zo’n amoebe, die zich niets van de nuances van ons door mens en natuur geschapen milieu aantrekt, is het! Die geeft aan waar woonwijken of industrieterreinen komen.

Dat is nu juist de moeilijkheid met die sociaal-geografen: die jongens zien alles groot. Nuance is er niet bij. Nu is daar niets tegen, zolang we maar verdomd goed in de gaten houden dat de sociale geographie niet meer is dan een hulpwetenschap. Wanneer de sociaal-geograaf bouwstenen heeft aangeleverd, dan moet samen met de andere bouwstenen (zoals b.v. de menselijke factor) de eigenlijke ontwerper, die veel meer heeft van een goede stedebouwkundige, de synthese in gedetailleerde vorm brengen.
Het resultaat lijkt dan veel meer op dat verachtelijke plan uit de jaren ’50 dan die vage amoebe waarmee de bestuurskundigen zo lekker overweg kunnen.

Waar is de Theo Toonen die in zijn dissertatie, nog geen 19 jaar geleden, schrijft (stelling 8): „Het schrijven en spreken over bestuurs- en beleidsinstrumenten verhult dat het in de praktijk van het openbaar bestuur om mensen gaat. Dit draagt bij tot de vervreemding van de overheid van de samenleving en dient derhalve bestreden te worden.”?

Even werd het publiek nog lekker aan het rillen gebracht met de profetie van afgrijselijke overstromingen in heel Holland, maar vooral bij Leiden - omdat Leiden toevallig nogal hoog ligt (als goede Leienaars herinneren wij ons 1574) - geadstrueerd met een forse doorbraak van de Noordzee bij Katwijk.

De voordracht duurde wel drie kwartier en woorden als milieu, cultuur en democratie kwamen er niet aan te pas. Het onheilspellende van dit verhaal was de louter technocratische invalshoek waarmee de hele bestuurlijke vernieuwing van de „Randstad” tegemoet werd getreden.

Laat me nog even op menselijke instrumenten terugkomen bij de vormgeving - die vormgeving die de eerste zorg van het nieuwe (of vernieuwde) bestuur dient te zijn in een land als Nederland waar de ruimte zo schaars is geworden. Zie b.v. de manier waarop bij Jan van Eyck, de vijftiende-eeuwse diplomaat en schilder, de mensen en hun omgeving zijn geschilderd. Of het nu de landschappen zijn van de grote altaarstukken, of de huiskamer in het zo fors maar toch zo teer geschilderde dubbelportret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw Giovanna (en zelfs daar is door de nauwe spleet van het geopende raam nog fijn geschilderd groen te zien), overal zijn de mensen nauwkeurig gedetailleerd maar toch groots en de landschappen weids en uiterst gedetailleerd zonder dat er iets brokkelig wordt of er iets van de samenhang verloren gaat.

Hier past het Bijbelse woord „die niet laat varen het werk zijner handen” - en al evenzeer moeten moderne architecten en stedebouwkundigen dit voor ogen houden. We zijn dan ook verheugd te kunnen melden dat Theo Toonen uitgegaan is van de stelling „in der Beschraenkung zeigt sich der Meister” en dat organisatoren van de 26 Novemberherdenking hem hebben toegezegd dat hij het werk kan voltooien op 26 November 2007, 26 November 2008 en 26 November 2009 met lezingen getiteld „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en het Milieu”, „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en de Cultuur” en „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en de Democratie”.

1) Promotie aan de Erasmusuniversiteit: Theo A.J. Toonen, Denken over Binnenlands Bestuur, Theoriekn van de gedecentraliseerde eenheidsstaat bestuurskundig beschouwd, Rotterdam, 1987. Een eerste toonde planologisch-stedebouwkundig werk uit de jaren 1950. Een stukje Holland, ergens in het Groene Hart, gedetailleerd weergegeven, met „natuurlijke” grenzen langs grillige waterlopen, enz.

Dr. Theo Toonen 1) liet zijn afkeur blijken. Dit was maar achterlijk, ouderwets, achterhaald en waardeloos werk. Ieder die iets van de ongebreidelde invloed van de sociale geographie weet, kan nu voorspellen wat het volgende plaatje was: zo een met een vette filtstift getekende ei- of eerder nog amoebe-achtige omtreklijn grofweg over alle bestaande wegen, boerderijen, waterlopen, groen of open weidegebied getrokken. Zo’n amoebe, die zich niets van de nuances van ons door mens en natuur geschapen milieu aantrekt, is het! Die geeft aan waar woonwijken of industrieterreinen komen.

Dat is nu juist de moeilijkheid met die sociaal-geografen: die jongens zien alles groot. Nuance is er niet bij. Nu is daar niets tegen, zolang we maar verdomd goed in de gaten houden dat de sociale geographie niet meer is dan een hulpwetenschap. Wanneer de sociaal-geograaf bouwstenen heeft aangeleverd, dan moet samen met de andere bouwstenen (zoals b.v. de menselijke factor) de eigenlijke ontwerper, die veel meer heeft van een goede stedebouwkundige, de synthese in gedetailleerde vorm brengen.
Het resultaat lijkt dan veel meer op dat verachtelijke plan uit de jaren ’50 dan die vage amoebe waarmee de bestuurskundigen zo lekker overweg kunnen.

Waar is de Theo Toonen die in zijn dissertatie, nog geen 19 jaar geleden, schrijft (stelling 8): „Het schrijven en spreken over bestuurs- en beleidsinstrumenten verhult dat het in de praktijk van het openbaar bestuur om mensen gaat. Dit draagt bij tot de vervreemding van de overheid van de samenleving en dient derhalve bestreden te worden.”?

Even werd het publiek nog lekker aan het rillen gebracht met de profetie van afgrijselijke overstromingen in heel Holland, maar vooral bij Leiden - omdat Leiden toevallig nogal hoog ligt (als goede Leienaars herinneren wij ons 1574) - geadstrueerd met een forse doorbraak van de Noordzee bij Katwijk.

De voordracht duurde wel drie kwartier en woorden als milieu, cultuur en democratie kwamen er niet aan te pas. Het onheilspellende van dit verhaal was de louter technocratische invalshoek waarmee de hele bestuurlijke vernieuwing van de „Randstad” tegemoet werd getreden.

Laat me nog even op menselijke instrumenten terugkomen bij de vormgeving - die vormgeving die de eerste zorg van het nieuwe (of vernieuwde) bestuur dient te zijn in een land als Nederland waar de ruimte zo schaars is geworden. Zie b.v. de manier waarop bij Jan van Eyck, de vijftiende-eeuwse diplomaat en schilder, de mensen en hun omgeving zijn geschilderd. Of het nu de landschappen zijn van de grote altaarstukken, of de huiskamer in het zo fors maar toch zo teer geschilderde dubbelportret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw Giovanna (en zelfs daar is door de nauwe spleet van het geopende raam nog fijn geschilderd groen te zien), overal zijn de mensen nauwkeurig gedetailleerd maar toch groots en de landschappen weids en uiterst gedetailleerd zonder dat er iets brokkelig wordt of er iets van de samenhang verloren gaat.

Hier past het Bijbelse woord „die niet laat varen het werk zijner handen” - en al evenzeer moeten moderne architecten en stedebouwkundigen dit voor ogen houden. We zijn dan ook verheugd te kunnen melden dat Theo Toonen uitgegaan is van de stelling „in der Beschraenkung zeigt sich der Meister” en dat organisatoren van de 26 Novemberherdenking hem hebben toegezegd dat hij het werk kan voltooien op 26 November 2007, 26 November 2008 en 26 November 2009 met lezingen getiteld „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en het Milieu”, „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en de Cultuur” en „De bestuurlijke herinrichting van Centraal-Holland en de Democratie”.

1) Promotie aan de Erasmusuniversiteit: Theo A.J. Toonen, Denken over Binnenlands Bestuur, Theoriekn van de gedecentraliseerde eenheidsstaat bestuurskundig beschouwd, Rotterdam, 1987.
November 2006, Cleveringaherdenking door Theo Toonen | 0 reacties | Aanmelden nieuw account
Reacties zijn voor verantwoording van degene die ze heeft geplaatst. Deze site is niet verantwoordelijk voor de inhoud.