|
Voor een nieuwe Randstadprovincie en Semi-sneltramwegen zie de pagina Centraal-Holland |
|
(de Sociaal-Liberale Partij is een lobby binnen de V.V.D.)
Stemadvies Raadsverkiezingen 2010
|
|
Het lijkt wel moeilijker dan ooit om een stemadvies voor de gemeenteraadsverkiezingen uit te brengen. Ons oordeel wordt door alles en nog wat vertroebeld. Allereerst is daar die Wouter Bos die een breuk in het cabinet forceert vlak voor de verkiezingen. Wij begrijpen een aantal van zijn overwegingen, maar wij delen zijn berekeningen niet. Hij schijnt te denken dat wanneer Geert Wilders nu zijn grote overwinningen boekt in Almere en ’s-Gravenhage, dat-i dan in Juni op zijn retour zal zijn... Wij denken dat niet, alleen zal het Geert misschien door tijdsgebrek moeilijk vallen in alle districten zoveel stemmen te oogsten als hij gehoopt had. (Heeft die partij eigenlijk al leden?). Dan denkt Bos een ferme jongen te zijn door geen coalitie met Wilders te willen. Dat schept duidelijkheid, maar, och heden, niet de duidelijkheid waarop Bos hoopt. Het maakt duidelijk dat-i wel een tacticus is maar geen staatsman. Een staatsman? Een staatsman denkt aan zijn land op de lange termijn : als Wilders er over vier jaar nog is, zal of Bos of Wilders een volte-face moeten maken, en over acht jaar... Dit leidt alleen maar tot onverzoenbare tegenstellingen en een steeds meer spelen op de gunst van extremistische kiezers. Speculeren op vergeetachtigheid van de kiezers kan misschien in Leiden (zie hieronder bij D66), maar in het land, en zeker binnen die termijn van een half jaar die we gewoonlijk voor verkiezingen nodig schijnen te hebben – zelfs in tijden van crisis, en zelfs wanneer het land al ruim drie maanden voor de verkiezingen met een vleugellamme regering zit – zal hij eraan herinnerd worden, wat de vorming van een regering in een land waar we hoe dan ook met coalities moeten (leren) leven nog moeilijker maakt. Soortgelijke overwegingen gelden trouwens ook internationaal. Wanneer het Balkenende belieft (een jaar of vier, vijf geleden, op een conferentie van de E.G. in België) met zijn Belgische collega de hele nacht door ruzie te maken terwijl de grote landen de zaak al hadden beklonken, moet hij niet de gaffe begaan zich in 2009 candidaat te laten stellen voor een hoge functie in Brussel. Als hij nu niet goed uitkijkt is zijn invloed ook hier in het CDA zo achteruitgegaan dat er hoe dan ook geen volgend cabinet Colijn, sorry, Balkenende komt. Voor Leiden : wij vinden het vreemd dat Jan-Jaap de Haan, die toch monumenten in zijn portefeuille heeft, Gerda van den Berg (zie hieronder bij de plaatselijke PvdA) haar barbaarse gang laat gaan met het Joodse Weeshuis, een monument zowel in architectonische als historische zin, Van den Berg, wier negationistische ideeën bekend mogen zijn. Wat heeft dit nu met Leiden te maken? Dat de Leidse PvdA veel van haar voor de leek ondoorzichtige invloed in Den Haag zal kwijtraken. Is dat gunstig voor de democratische helderheid van het spel? Jazeker – en net zo lang tot een plaatselijke en landelijke partij elkaar weer in relatieve grootte evenaren. Verder hebben we een aantal partijen die aan het bewind altijd getrouwe satellieten van de PvdA zijn geweest. Neem nu D66. Eigenlijk alleen goed in de oppositie. Tekenend is een artikel van Vincent Icke in de Volkskrant van verleden Woensdag 17 Februari. De kop luidde „de Rijn-Gouwelijn is erger dan de Noord-Zuidlijn”, waarvan de opmaakjongens hebben gemaakt „de Rijn-Gouwe Lijn is erger dan de Noord-Zuidlijn”. Dat je één woord ook als één woord spelt snappen ze niet meer, ook niet dat je zo een belachelijke asymmetrie in de kop hebt met „Noord-Zuidlijn” wel als één woord. (Denk eraan mensen, dat het tracé ter visie ligt en dat iedereen bezwaren kan indienen – iedereen is belanghebbend, vanzelfsprekend als hij aan het tracé woont, maar ook als hij ooit per trein naar Alphen of Utrecht reist: een Rijn-Gouwelijn maakt de NS-lijn onrendabel, leidt zelfs tot opheffing van die lijn. De NS hebben al laten weten dat ze geen kwartierdienst kunnen invoeren omdat zulks te gevaarlijk is met een semi-trein op dezelfde baan. Of wie in de stad van het openbare vervoer gebruikt maakt, alleen al omdat zulks duurder zal worden om de onrendabele lijnstukken maar te financieren). Maar die Vincent Icke doet alsof hij pas komt kijken in Leiden en nog nooit gehoord heeft dat eerst Pex Langenberg, en vervolgens Vincent’s ster, onze draaikont Pechtold, als wethouders voor die lijn waren. Dat Pechtold zelfs het eerste referendum erover heeft verhinderd... Vincent poseert als sterrenkundige, maar gezien zijn al jaren meelopen met de partij doet zijn vergeetachtigheid meer denken aan de groezelige adviezen van de oude astrologen, de echte sterrenwichelaars. Kortom, D66 is prachtig in de oppositie, maar anders kun je niet op ze vertrouwen. Dan zijn er partijen op godsdienstige basis waarop we landelijk niet kunnen stemmen, omdat we als liberalen voor scheiding van kerk en staat zijn. Maar in Leiden waarderen we de consequente houding van de Christen-Unie. Dan zijn er die stadspartijen, die geen of nauwelijks landelijke affiliaties hebben, en waarvan je nooit weet wat ze bij een plotseling opdoemende situatie gaan doen, of die geen ervaren raadsleden kunnen leveren. Raadsleden b.v. die het begrijpen wanneer er openbaar groen aan de Universiteit wordt verkwanseld voor woningbouw of plotseling bouwgrond van de Universiteit vele malen zoveel waard wordt zonder dat de arme stad enige compensatie krijgt! Die begrijpen dat het “gat van Van der Putten” met 12 (twaalf!) miljoen vullen een duur gebaar is om ellende van de PvdA te camoufleren, terwijl elke cent gooien in een gat dat bij afwachten zichzelf vult het weggooien van gemeenschapsgeld is. Als het zelfs de Rekenkamer opvalt dat de Leidse raadsleden niet opletten, dan is het wel heel erg. We hebben nu nog PvdA, SP, VVD en CDA over. Voor Jan-Jaap de Haan geldt helaas hetzelfde als voor kleine partijen als D66 : hoe denk je in godsnaam iets uit te kunnen richten in een college dat geheel wordt gedomineerd door de PvdA? Gerda van den Berg heeft rustig het Joodse Weeshuis kunnen verramponeren (nu heeft ze zelfs het ornament boven in de gevel rood geverfd – alsof haar Rode Haan daar kraait – en de zolderverdieping die te laag is mag met verdraaiing van de monumentenwet als kantoorverdieping worden gebruikt, terwijl de enige ruimte die nog intact was, de Meisjeskamer, ook volkomen is vernield). Maar het CDA laat het Joodse Weeshuis over aan Gerda van den Berg, terwijl het toch zelf de portefeuille van monumenten zegt te hebben. En de VVD laat het Joodse Weeshuis over aan Gerda van den Berg, terwijl ze toch zelf bouw- en woningtoezicht in haar portefeuille heeft. Over de heerlijkheid van het dualistische stelsel komen we nog te spreken bij Pieter van Woensel (VVD), maar nu eerst de PvdA afhandelen. Gerda van den Berg beheert de stadsfinanciën. Je leest overal dat ze doctor is aan de Leidse Universiteit, dus ze zal wel razend knap zijn. Maar je leest niet dat ze optreedt als pion voor haar Universiteit en de oude leermeesteres (die al lang Pechtold’s advies om te lobbyen als de bouwlobby (!) opvolgt) douceurtjes van honderdduizenden, misschien wel miljoenen euro’s laat toespelen. Ook die gatvulling van Van der Putte, dat bodemloze gat, had ze moeten verhinderen als waakzame wethouder. Het dualistische stelsel maakt het niet alleen mogelijk wethouders te kiezen die geen raadsleden zijn, maar al evenzeer wethouders die nooit in de stad hebben gewoond en niets van de problemen begrijpen. En nu komt de achterkamertjespolitiek plotseling opspelen met de quango (een afkortinging van quasi-autonomous non-governmental organization ) “Zuidwestflank van Holland” (die jongens die hollen voor semi-treinen (“randstadvervoer”), de HTM, of zelf Siemens, de fabrikant van tramstellen) en die dropt Pieter van Woensel als wethouder in Leiden, die daar wel eventjes de Rijn-Gouwelijn er door zal drukken. Zijn we nu klaar met aftellen? Zo geniaal als Bot in een interview (Volkskrant, 22/2/2010) Balkenende er van langs heeft gegeven zonder hem officieel af te vallen zal ons wel niet lukken. Van de PvdA moeten we nog die douceurtjes aan de Universiteit uitleggen. Het gebied tussen Sterrenwacht en Kaiserstraat staat in het Beschermde Stadsgezicht aangewezen bij de zone van de meest waardevolle gebieden. En in het vorige bestemmingsplan was het dan ook uitgewerkt als “openbaar groen” en er waren waardevolle bomen op aangewezen. Nu mag de Universiteit het als woongebied (waarvoor alle oude bomen moeten wijken) aan een projectontwikkelaar overdragen, die de Kaisertoren, die Cees Waal had wegbestemd voor openbaar groen, voor flats mag herbouwen en het verdere terrein dat Cees Waal voor openbaar groen had bestemd voor eengezinswoningen. Waarom komt zo iets dan niet in Gerda van den Berg’s commissie voor de financiën, die zou zeggen “Hé Gerda, openbaar groen dat is goed voor het milieu, goed voor het leefklimaat, en daar moet voor het onderhoud geld bij, en nu gaat de Universiteit (die zelfs aan Cees Waal had beloofd de gebouwen af te breken) er honderdduizenden, zo niet miljoenen aan verdienen”. Wat zegt die Pechtold toch over de bouwlobby? En wat zegt Pieter van Woensel ervan. Die toch bouw- en woningtoezicht onder zijn beheer heeft. Tja, weet hij er als buitenstaander iets van? Heeft hij b.v. in de gaten dat er namens B & W continu afwijzingen worden getekend op het stadsbouwhuis? Of laat hij alles aan zijn ambtenaren over? Dan heeft hij ook nooit in de gaten dat die afwijzingen worden getekend, want afwijzingen komen niet in de normale archieven terecht. En aangezien Pieter van Woensel dat niet weet, kan hij dus ook niet weten wat hij niet weet. Lekker rustig. Maar goed en wel, een bouwplan van de Universiteit zal hem toch moeten opvallen. Of zou die nieuwe kaste van bestuurders, de beroepswethouders, die getraind worden als specialisten, wat zeg ik, als “generalisten” die alles zo groot zien dat het nog net interessant is voor de quango, de plaatselijke toestand niet meer kunnen zien? Maar ook Gerda van den Berg wil niet inzien dat ze als wethouder van financiën geen douceurtjes aan de Universiteit mag geven. Zo is ook het plan “Sylvius-Boerhaave” aan Van Woensel overgelaten, terwijl daar toch door het vier tot zevenmaal vergroten van de toegestane hoogte de bouwgrond vele malen zo veel waard wordt, zonder dat de stad enige compensatie krijgt... Wat zegt die Pechtold toch over de bouwlobby? Nu is het niet eerlijk die bouw- en woningtoezichtkant helemaal aan Pieter van Woensel over te laten – hij voert gewoon uit wat Witteman heeft voorbereid. Geachte kiezers, tel uit je winst, tel partijen af en probeer liberaal te stemmen!
|
|
|
|
|
|
Januari 2008 - Een Nieuwe Lente en
een Nieuw Geluid |
|
|
|
Hier, voor het Centraal Faciliteitengebouw aan de Cleveringaplaats (gebouwd in 1982 door Evert Kleijer) ziet men hoe fraai en harmonisch de nieuwe lantaarn voor het gebouw staat. Symbolisch voor de verlichte geest die gebouw (sinds een paar jaar Lipsiusgebouw genoemd) en het LAK-theater uitstralen. |
|
|
|
Hier, aan de Witte Singel, staat een door Kleijer zelf bij zijn gebouw ontworpen lantaren. Men ziet hoe goed deze en die op de nieuwe brug bij de architectuur van de brug en van de Universiteitsgebouwen links (Universiteitsbibliotheek) en rechts (Lipsiusgebouw) passen |
|
|
|
Hier, aan de Doelensteeg, staat een oude lantaarn tussen twee nieuwe recht voor het gebouw van het Kunsthistorisch Instituut. Zo krijgen de studenten Kunstgeschiedenis al voor ze de drempel overschrijden een zeer aanschouwelijke les in wat mooi en lelijk is! |
|
|
|
Hoe naief en optimistisch kan een mens toch zijn als het even mooi weer is na een donkere winter! Dacht ik dat de verlichting het Stadsbouwhuis had bereikt... Heb ik in mijn enthousiasme (om het negatief te formuleren: met mijn stomme hoofd) de foto’s van voor en na de plaatsing van „nieuwe” lantarenpalen verwisseld... Maar een normaal mens kan ook haast niet aan deze wansmaak geloven. Heus, het is echt waar, dat misbaksel van een grootmoeder-sentimentaliteitlantaarn is de nieuwe, de net geplaatste... Het ontwerp dateert uit de groezeligste jaren van de 19de eeuw, de l’époque Napoléon trois of zo. Afgegoten van een vijftien keer overgeschilderd exemplaar, zodat het geheel nog groezeliger wordt... Door dat tijdperk niet passend bij de Renaissancistische architectuur van de Binnenstad, misschien alleen maar bij het slappe Neo-Manierisme dat de aannemers bedreven van 1880 tot 1895 buiten de singels in het gebied dat toen nog bij Zoeterwoude hoorde. Moet je eens aan de Jan van Goyenkade gaan kijken, daar staan ze in het gras van de berm. Zomaar, zonder een rondje bakstenen om de voet, zodat de plantengroei als vanzelf in de lantarenpaal overgaat. De groezeligheid ten top. Tjeerd van Rij zal er wel mee zijn begonnen, want als het donker wordt verspreiden ze een akelig, unheimisch licht van een geel-rose-violette (eigenlijk niet te beschrijven) kleur – een licht waarmee vroeger alleen maar fabrieksterreinen en binnenplaatsen van penitentiaire inrichtingen werden verlicht. ’s Avonds moet je de gordijnen stijf gesloten houden om dit kwalijke, vijandige schijnsel niet naar binnen te krijgen, zeker wanneer je opgroeiende kinderen hebt, uit vrees dat ze anders autistisch worden. Als je goed op de photo kijkt zie je hoe treurig de lantarenpalen van Evert Kleijer en van het strakke moderne brugje erbij staan te hangen... ze hebben gewoon alle plezier in het leven verloren... |
|
|
|
De vorige keer meende ik bij een strakke, bij het gebouw passende lantaarn te kunnen schrijven dat Leiden eindelijk begreep hoe belangrijk een goede smaak voor het welzijn van de mens is en niet langer wilde afglijden naar de wansmaak van kroegbazen en pretparkuitbaters. Dit plaatje is ongeveer op dezelfde plaats gemaakt. Wel wel, wel wel. Maar toch gloort er misschien hoop met een nieuwe burgemeester. Hij is zo bescheiden met zijn eenvoudige „Leiden”, maar zijn naam en titels zullen volledig wel jhr. mr. hist. drs. H.J.J. van Leyden zijn, ongetwijfeld van liberalen stempel (versta mij goed, ik bedoel dat in de mooie oude betekenis van vrijzinnig-liberaal) en als historicus zal hij ongetwijfeld zijn wethouders tot enig respect voor het Joodse Weeshuis weten te brengen. Wij krijgen de indruk dat de defamatie van het Weeshuis niet alleen het gevolg is van het habituele gebrek aan goede smaak, maar ook van gebrek aan inzicht van wat er in de oorlog is gebeurd, dat het ook een zaak is van niet herinnerd willen worden aan een ellendige episode die nog niet verwerkt is in het collectieve geheugen. |
Bezwaarschriften tegen
U-bochtlocatie CS en ROC-gebouw
30-01-2007. Voor de
goedkeuringen met artikel 19-procedures die zijn verstrekt voor de
zogenaamde U-bochtlocatie bij het Centraal Station en het
mastodontische ROCgebouw bij het Station Lammenschans zie de pagina
Stichting Arent
van ’s-Gravesande. Beide plannen staan in nauw verband met
de Rijn-Gouwelijn!
Laatste ontwikkeling in de
affaire Rapenburg 124-hoek Nieuwsteeg
6-5-2006.
Naar in de tweede helft van deze week blijkt heeft de gemeente
belangrijke - cruciale, allerbelangrijkste, mogen we wel
zeggen - informatie voor de gemeentelijke bezwaarschriftencommissie
en de voorzieningenrechter achter gehouden. Zij heeft het zo
voorgesteld alsof het ingediende plan door de ARK als het beste van
een drietal is geselecteerd en daarom door de aannemer voor
vergunning ingediend. Bij die vergunning moeten een aantal
ontheffingen van het bestemmingsplan krachtens artikel 19 WRO worden
verleend. Hiervan is wel de allerbelangrijkste de ontheffing om, in
afwijking van wat in de hele wijk voorschrift is, met hellende
dakvlakken te werken. Aangeziende de afgekeurde ontwerpen niet
getoond zijn, is altijd de indruk gewekt alsof ze alle van een
penthuis met een plat dak waren voorzien.
Het blijkt nu dat de
aannemer wel degelijk een plan met hellende dakvlakken heeft
voorgesteld, maar dat het de gemeente zelf is geweest die op
het afgrijselijk detonerende plan heeft aangedrongen!
Stel je
voor: de gemeente als hoedster van de monumentale belangen die zelf -
naar we dachten in alle oprechtheid - in het bestemmingsplan hellende
dakvlakken heeft vastgelegd (bij het plan „Pieterswijk”
volgens hetwelk de vergunning is gegeven, is zelfs een kappenkaart
met alle hellende dakvlakken in de hele wijk gevoegd!) - kortom, deze
gemeente heeft zelf druk uitgeoefend op de aannemer om het plan met
hellende dakvlakken in te trekken en met het hieronder al beschreven
plan te komen dat niet eens origineel is maar een copie van een al
even erg Haags voorbeeld!
Een Woonkazerne op de hoek van
het Rapenburg en de Nieuwsteeg?
2-1-2006. Het lijkt
er helaas op dat een afgrijselijk groot en plomp appartementengebouw
op de hoek van het Rapenburg en de Nieuwsteeg gaat verrijzen. Aan de
ene kant van het Rapenburg staan de huizen van Arent van
’s-Gravesande en in zijn stijl en heeft de Wethouder van
Monumentenzorg een fraai huis gekocht in Vingboonstrant dat
waarschijnlijk door de opvolger van Arent als stadsarchitect, Willem
van der Helm, is ontworpen. Maar net zo als Van der Sande met zijn
vuilnisbakken heeft deze wethouder een zwak voor de commercie en een
not in my backyard-mentaliteit. Die hoek van het Rapenburg is
voor hem om de bocht, die ziet hij niet. Maar het is wel een
beeldbepalende plaats, zichtbaar van ver over Rapenburg, Steenschuur
en Doezastraat. Wij hebben het voorgestelde gebouw eerder omschreven
als een kazerne uit het Salazar-tijdperk (bovendien met ramen met een
liggende raamindeling zoals ze in de 20ste eeuw bij voorkeur voor
veestallingen werden gebruikt) waarop, bij wijze van dak, een met een
zware rechte lijst afgesloten Veluws bungalowtje is gekwakt.
Daarboven steekt dan nog een meter liftkoker en de plattegronden zijn
slecht omdat ze in een binnenhoek om een groot trappen-lifthuis aan
de Nieuwsteeg heengrijpen. Kortom, veel te massaal, loutere
speculatie, die volgens het bestemmingsplan dan ook niet wordt
toegestaan. Dakschilden worden in „Pieterswijk” vereist
zonder dat er een ontheffing kan worden gegeven. B & W passen dan
ook weer de beruchte art. 19-procedure toe (zodat G.S. al eind 2004,
zonder het definitieve plan te kennen, toestemming hebben verleend)
zich beroepend op het nieuwe bestemmingsplan dat ook in dit opzicht
regressiever is en nooit op een Beschermd Gezicht had mogen
volgen, en een commissielid van de Raad zegt dat „de ondernemer
er al zo veel geld in gestoken heeft”.
Ja, dat is nu juist
het principe van speculeren! Hoeveel geld dacht het geachte raadslid
dat er al in de plannen van de Rijn-Gouwelijn is gestoken? Wij
huiveren om met dergelijke redeneringen door te gaan: Jede
Consequenz fuehrt zum Teufel heeft Maarten Luther immers gezegd,
we zouden iets krijgen van „Hoeveel geld heeft Al-Qaida niet al
in de training van terroristen gestopt!”
Het vigerende plan
Pieterswijk wist beter dat er met het stadsschoon, het
architectonisch erfgoed, niet gemarchandeerd mag worden. Wie dit
erfgoed aantast, tast een stukje van onze cultuur en ons nationaal
bewustzijn aan.
|
|
|
Wat het College passende architectuur vindt in zwarte lijnen getekend over de Instrumentmakersschool. Waar blijft de wakende Binnenstadsautoriteit? |
Leiden als stad van cultuur
In
de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen is het goed de partijen
te toetsen op hun culturele programma. Laten we als toetssteen
een paar gewichtige onderwerpen nemen uit het bestemmingsplan
„Binnenstad I”. Dit plan omvat het kerngebied van het
Beschermde Stadsgezicht: de hele Pieterswijk, de Noordvest en
Verversbuurt en nog meer. Hierin liggen de Lakenhal en de hoek
Rapenburg-Nieuwsteeg waar de Instrumentmakersschool stond. Zolang
„Binnenstad I” niet onherroepelijk is vastgesteld gelden
„Pieterswijk” en „Noordvest”. Dat is van
belang, want de zittende gemeenteraad met zijn geringe belangstelling
voor het monumentale aspect van de Binnenstad heeft
bestemmingsplannen goedgekeurd die nooit of te nimmer als volgend op
een Beschermd Stadsgezicht hadden mogen worden goedgekeurd en die
ronduit regressiever zijn op allerlei punten dan die bestaande
bestemmingsplannen, die, nota bene, dateren van voor het Beschermde
Stadsgezicht. Zo worden allerlei vrijstellingen gedelegeerd aan B &
W waar vroeger niet eens vrijstellingen mogelijk waren. Illegale
verbouwingen en verhelingen (samentrekken van panden) worden
gelegaliseerd, het probleem van Van der Sande’s schandalig
lelijke vuilnisbakken wordt niet aangepakt, enz. Zie onze eerdere
betogen en het voorstel voor een Binnenstadsautoriteit. Dat de
plannen regressiever zijn dan de bestaande wordt uit vergelijking
duidelijk, maar B & W hebben het de Raad en de geinteresseerde
Burgers dubbel moeilijk gemaakt door lastig te doen met gekleurde
plankaarten (bij „Binnenstad II” zijn zelfs sterk
verkleinde plannen op een onmogelijke schaal gevoegd), door geen
profielen te laten tekenen, door geen kappenplannen te geven en het
Beschermde Stadsgezicht niet als bijlage te geven (ondanks de
uitdrukkelijke vermelding dat het wel zou zijn gebeurd). Vraagt men
dan het Beschermde Stadsgezicht op, dan krijgt men het zonder de
bijbehorende plankaart. Zo krijgen wij het vermoeden dat de geachte
Raadsleden de plannen hebben goedgekeurd zonder die kaart er zelfs
maar bij te hebben. Maar die plankaart is niet alleen van belang
wegens b.v. de grenzen (de singels met hun buitentaluds met bomen
vallen erbinnen), maar ook wegens de zonering. Men begrijpt
dat het Rapenburg met de Instrumentmakersschool en ook de Lakenhal in
de belangrijkste zone liggen. Dat is het culturele erfgoed, het
patrimonium, welks architectuur de idealen van onze Gouden
Eeuw weerspiegelt en Leiden onmiddellijk na Amsterdam doet komen, nog
voor Haarlem en Dordrecht, de eerste stad van Holland. Het voorplein
van de Lakenhal was in het vorige bestemmingsplan openbare ruimte,
zoals Burgemeesters en de Lakennering het hadden gewenst en waarop de
architect zijn plan heeft afgestemd. Thans staat het als bebouwd
aangegeven met de structuur die als tijdelijk was bedoeld.
Arent van ’s-Gravesande en de
Lakenhal
Arent van ’s-Gravesande is de grootste
bouwmeester geweest die Leiden ooit heeft gehad; in dienst van de
Stad heeft hij de Lakenhal en de Marekerk gebouwd en
nog veel meer (zo heeft hij de kas van het orgel van de
Pieterskerk ontworpen en de bogen van de Koornbrug) en
voor particulieren heeft hij hofjes en huizen ontworpen, bijvoorbeeld
het statige Rapenburg 48.
Guido Steenmeijer’s
dissertatie over hem is net in een mooie editie verschenen,
uitgegeven door de Leidse Primaverapers. Zo is er eindelijk een
verhaal over de man en al zijn werk en zijn functionneren in de Stad.
Hij is overleden in 1662, het jaar van zijn geboorte is niet bekend,
het kan worden gesteld op 1611 of een of meer jaren eerder. Laten we
zeggen 1609 - dan heeft heel Leiden de tijd om Steenmeijer’s
boek te lezen, de uitbreiding van de Lakenhal te begeleiden en een
groots feest voor te bereiden, een Arent van’s-Gravesandejaar,
in 2009.
Dit jaar hebben we een Rembrandtjaar, een prachtig idee,
maar Rembrandt is natuurlijk veel meer een nationale figuur,
internationaal zelfs door de verspreiding van zijn werk - en voor de
lieden met enige koopmansmentaliteit onder ons: hoeveel groter is
niet de handelswaarde van een Rembrandt staat tot de kosten van
onderhoud van het werk dan zulks het geval is bij de aan plaats en
het hebben van een functie gebonden werk van Arent van ’s-Gravesande?
Maar dan onmiddellijk: niemand heeft zozeer het stempel van fraaie
architectuur op de Stad gedrukt als Arent van ’s-Gravesande.
Bovendien is dat het zeventiende-eeuwse, Classicistische stempel van
het hoogtepunt van de Hollandse architectuur.
Door de bloei van de
Stad heeft Van ’s-Gravesande een schitterende reeks van
gebouwen kunnen realiseren die alle met elkaar harmoniëren,
bovendien legt hij in zijn werk getuigenis af van de hechte eenheid
tussen kunst, Republikeins gevoelen en Calvinistisch geloof die er in
de Stad bestond. Guido Steenmeijer benadrukt de Christelijke symbolen
die voor de streng Calvinistische opdrachtgever en weldoener Jacob
van Brouchoven (de familie zou haar naam nu wel als „Broekhoven”
spellen) als stichter van het naar hem genoemde Hofje aan de
Papengracht in het beeldhouwwerk werden gehakt. Als eerste schrijft
Steenmeijer met grote waarschijnlijkheid ook Brouckhoven’s
epitaaf in de Pieterskerk toe aan Arent van ’s-Gravesande.
Daarin wordt gezegd over Brouckhoven dat hij de ware Godsdienst en
Vrijheid zozeer toegedaan was dat een ieder er een voorbeeld aan kan
nemen.
Van ’s-Gravesande gebruikt niet alleen
cherubijnenkopjes en granaatappels als direct begrijpelijke symbolen,
hij past bovendien bij het Hofje zowel als bij de Lakenhal en de
Marekerk als belangrijkste pilasterorde de orde met de Jonische
capitelen toe. (Dat zijn de capitelen met de krul op de hoeken, men
kan zijn kennis ophalen aan de vele photo’s in Steenmeijer’s
boek). Dat is niet toevallig. Op aandringen van Jan van Hout was de
Jonische orde ook heel nadrukkelijk - als orde van de Vrijheid van de
Stad en de Republiek - de voornaamste orde van het Stadhuis geworden,
en in Amsterdam was het de hoofdorde van de Westerkerk, de eerste
grote Protestantse kerk hier te lande.
Het Jonisch is voor
zeventiende-eeuwse begrippen zowel een uiting van Vrijheid van
Conscientie als van staatkundige Vrijheid. (Dat Jacob van Brouchoven
die Vrijheid wat exclusiever anti-Paaps en anti-Remonstrants opvatte
dan Jan van Hout doet voor de architectuur weinig ter zake).
Wat
ter zake doet is dat er geen scheiding was tussen geloof en kunst. In
de vroege Renaissance (toen nog iedereen Catholiek was) en in de
eerste helft van de zeventiende eeuw in Holland - bij strenge
Calvinisten zowel als bij Remonstranten en Roomsen - was de
vervolmaking die werd nagestreefd in de architectuur onlosmakelijk
verbonden met de idee dat men zo de vervolmaking nabij kwam die God
in de schepping bedoelde. De schone proporties in de architectuur
waren een afschaduwing van Gods bedoeling met de wereld.
Dat bij
de orthodoxie altijd weer afkeer van de beeldende kunst optreedt ligt
meer aan een te enge interpretatie van het Tweede Gebod, gevoed door
angst voor idolatrie; het vreemd staan tegenover de kunst in later
tijd heeft eveneens meer te maken met angst: men weet niet meer hoe
men kunst en geloof moet integreren, men ziet de kunst als een
afleiding van het geloof in plaats van een vervolmaking van de
wereld. Dat iemand die sterk staat in zijn geloof wel interesse voor
kunst kan hebben bewijst wel de Anti-Revolutionaire voorman Kuyper
(„Abraham de Geweldige”), die veel ophad met
schilderkunst en architectuur.
Het systeem van fraaie verhoudingen
heeft Arent van ’s-Gravesande met de grootste zorg toegepast in
die twee eerste belangrijke stadsopdrachten, de Lakenhal en de
Marekerk. Niet alleen dat, maar hij heeft altijd gehandeld alsof hij
de misschien wel de trotse maar in elk geval nederige dienaar
was van zijn opdrachtgever. Zijn gebouwen zijn niet alleen mooi, maar
ook uitstekend voor hun doel. De fraaiheid van de Lakenhal kreeg men
te zien wanneer men door de voorpoort het voorplein opstapte. Daar
deed zich de architectuur in haar schone proporties echt „heerlijk
open”. Daar zag men onmiddellijk de functie van het gebouw: aan
de vele versieringen waarin allerlei attributen van de
lakennijverheid worden teruggevonden (tot hele schapen als
leveranciers van wol toe) en aan de open galerijen waarin de kleur
van het laken in het daglicht kon worden gekeurd.
Zo werd in één
oogopslag een hoogtepunt van de Leidse architectuur en de economische
ontwikkeling duidelijk. Welk gebouw was ook beter geschikt dan de
Lakenhal om er het museum van plaatselijke geschiedenis en kunst te
vestigen! Wat een gelegenheid doet zich nu niet voor bij de
prijsvraag voor de uitbreiding, om herstel van het Voorplein te
vragen. Zodat men de architectuur en de oorspronkelijke functie weer
in volle glorie kan beleven.
De inbouw die het zicht belemmert was
indertijd toegestaan als tijdelijk, omdat er geen geld was voor een
verbouwing. Nu het werk van Arent van ’s-Gravesande eindelijk
geheel (of practisch geheel) bekend is kan het door een Arent van
’s-Gravesandejaar worden getoond en opgenomen bij de
toeristische trekpleisters.
Leiden als stad van burgerlijke
cultuur: is hoogbouw acceptabel?
Toen wij in de periode
1970-’74 in de Raad zaten waren wij allen het erover eens dat
hoogbouw verwerpelijk was. Wij hebben dat ook expres op schrift
vastgelegd. Met wij bedoel ik behalve onszelf Cees Waal, Roel in ’t
Veldt, Annelien Kappeyne van de Coppello en Herman Ambtmeyer, om ons
in willekeurige volgorde te geven, een doorsnede dwars door links en
rechts. En bovendien: niet de eersten de besten. Annelien was een van
de betere liberalen, altijd bereid om naar een argument te luisteren
en haar mening te wijzigen als ze overtuigd was van de juistheid van
een ander standpunt dan ze oorspronkelijk had ingenomen.
Hoogbouw
vonden wij verwerpelijk, verfoeilijk, sociaal onacceptabel, kortom
uit den boze. Zowel stedebouwkundig als sociaal-hygiënisch. En
zo is het nog. En nu zit er een Raad die over de zwaarwegende, zeer
lang durende consequenties van hoogbouw, één van de
weinige stedelijke onderwerpen waar de Raad nog het heft in eigen
handen zou kunnen nemen, volstrekt niet schijnt te willen nadenken en
alles liefst aan B & W overlaat. B & W bekommeren zich niet
om de sociale aspecten van hoogbouw - wat vreemd is voor iemand als
Hillebrand, die toch lid is van een zich sociaal noemende club -
neen, B & W perverteren zelfs de woningbouwverenigingen, ze tot
louter speculanten reducerend.
Het argument dat te pas en te
onpas wordt gebruikt is de woningnood. Er zou geen lage sociale
woningbouw ook maar ergens mogelijk zijn indien niet het hele project
werd scheefgetrokken door een woontoren die de exploitatie (van zowel
gemeente als projectontwikkelaar) sluitend zou maken.
We hebben
het meegemaakt bij de toren aan de Zoeterwoudse Weg (Van Rij beweerde
bij hoog en bij laag dat de zichtlijn over de Vijf
Meilaan-Vrijheidslaan recht op de voorkant aanliep - het bleek
scheef te zijn, ja het was een slecht gepland restterreintje,
nog schever voor het gezicht als de nieuwe winkels plus woningen voor
het Vijf Meiplein zijn gebouwd); bij de Keektoren (aan de
Schelpenkade, om de ligging er bij te geven, hij staat, vreemd
genoeg, niet aangegeven op het kaartje van het
„Concept-Hoogbouwvisie” ); en nu weer verder in
Zuid-West, bij de Snoekerhaven een rond phallisch geval aan de
westkant om maar zo veel mogelijk zon te scheppen van de lage
woningen aan de nieuwe jachthaven; aan het Bevrijdingsplein een
„Albert Heintoren” (wat voor culturele meerwaarde zal die
hebben? - gepland op het Bevrijdingsplein, er staat „Luifelbaan”
op het kaartje, en inderdaad, van een plein blijft noch hier noch
langs de Vijf Meilaan iets over); en, was het maar tenslotte,
maar dan was dat hele „concept Hoogbouwvisie” overbodig,
de Lepelaar: met achttien verdiepingen meer dan
vijf-en-vijftig meter hoog.
Maar als de „sociale”
wijkjes er eenmaal staan blijkt de meerderheid, zo niet alles, geen
sociale bouw maar woningen voor de verkoop. Helaas ook in de
woontorens. Dat breekt ellendig op na zo een veertig jaar, wanneer de
economische levensduur voorbij is, maar de constructie wegens de
noodzakelijke veiligheidsmarges maakt dat zo een toren rustig nog
twee honderd jaar het stedebouwkundige aspect van een hele wijk en
als hij maar hoog genoeg is het hele profiel van Leiden kan
verzieken. Een corporatie kan een toren weer afbreken - er zijn al de
nodige na-oorlogse hoge woongebouwen afgebroken. Niet alleen in de
Bijlmer, maar overal in het land. Maar een Keektoren met
vier-en-veertig individuele eigenaars wegkrijgen: ga er maar
aanstaan, dan moet je op zijn minst de grond tot park of waterpartij
bestemmen.
Economisch-stedebouwkundig gezien verkwanselt de
gemeente voor eens en voor altijd de grond. Wanneer de gemeente vol
is kiest de „visie” voor sociaal en cultureel
minderwaardige hoogbouw die voor altijd een stedebouwkundige
verpaupering betekent. Iets kleinzieligs kan men geen visie
noemen. Echte visie ziet het probleem en de consequenties onder ogen:
Leiden is volgebouwd, niet zonder de bestaande structuur kapot te
maken kan men er nog iets bij bouwen. Als een College van B & W
werkelijk wat betekent, dan ziet het kans de nodige bouwgrond op het
terrein van het vliegveld Valkenburg te verwerven.
De eerste
woontoren in Amsterdam, een verdieping of tien hoog, prompt „de
Wolkenkrabber” genoemd, was in het nieuwe stedebouwkundige plan
van de hele wijk opgenomen en is tegelijk gebouwd. Zelfs daar is de
achterkant niet alles, maar men moet enige moeite doen om die te
kunnen zien: de voorkant is perfect ingepast met een fraaie zichtlijn
over de brede avenue (thans de Vrijheidslaan) die van af de Amstel de
wijk inloopt. Deze toren is niet alleen gebouwd op een plaats die
nauwkeurig in een nieuw stedebouwkundig plan was ingepast, maar hij
is ook in dezelfde architectuur gebouwd als de hele wijk.
Alle
in de „Hoogbouwvisie” genoemde „torens”
detoneren in de wijk er omheen; het uit de toon vallen wordt nog
versterkt wanneer ze dicht bij elkaar staan, dan blijkt dat
verschillende architecten geheel verschillende ideeën hebben
over wat past en wat niet past en over wat mooi en lelijk is. Vooral
bij het Station is nu al een chaotische cacophonie van hoofdvormen,
richtingen en stijlen, die met elk hoog gebouw erbij extra wordt
versterkt. Nr. 6 van het lijstje van 21 in de „Hoogbouwvisie”,
„de Kijker” genoemd, is het complex van rode gebouwen aan
de Bargelaan, dat geen toren valt te noemen, dat lelijk scheef de
zichtlijn over de Rijnsburgerweg afsluit (wat een gezicht voor de
Oegstgeestenaren!) en waavan de bewoners nu al zicht hebben op nr. 4
van het lijstje, de „SVB-toren” (ronduit het lelijkste
gebouw dat in deze buurt is opgetrokken, ook geen „toren”
maar twee een hoek met elkaar makende planken die voor het zicht op
allerlei plaatsen in Leiden opeens half boven de bestaande bebouwing
uitkomen) maar wier zicht op de stad straks verder - en wel geheel -
geblokkeerd zal worden door een meer dan vijf-en-vijftig meter hoog
gebouw dat op het kaartje (nr. 19) als „ongeveer 55 m hoog”
en met „van der Puttegebouw” wordt aangegeven.
Hier
staat tenminste niet het misleidende woord „toren” (het
moet een gigantisch bord of plank worden), maar Van der Putte zou een
kantoorgebouw optrekken, en nu de markt voor kantoorgebouwen is
ingestort vindt het College plotseling dat deze voor woningbouw
onmogelijke plaats wèl geschikt is voor woningen. (Op
het bestemmingsplan, dat al niet zo een groot gebied bestrijkt, staat
50 m hoog als maximum, maar misschien wordt het wel meer, want ook
dit plan is dan nog uit het bestemmingsplan gelicht voor een art.
19-procedure).
Bij de 21 „torens” die op het
kaartje van de Hoogbouwvisie worden vermeldt staan op zijn minst twee
hoge gebouwen niet, de Keektoren, plomp, maar door zijn hoogte en
vierkante vorm wel een toren te noemen, en de gebogen plank die aan
het begin van de Stevenshof staat, verdwaald alsof hij met een
reusachtige zaag uit een hoge slingerende wand in Antwerpen is
gezaagd en vervolgens zonder enig stedebouwkundig verband whatsoever
hier maar is achtergelaten.
De „toren” van de Nuon
hoort niet op het lijstje, hij is als een fabrieksschoorsteen van een
volslagen andere stedebouwkundige categorie. Door zijn slankheid
heeft hij jarenlang de aandacht getrokken van wie ten noorden van
Leiden staand (of varend, zoals Jan van Goyen wel zal hebben gedaan
om voldoende afstand voor zijn stadsgezicht te vinden) naar de stad
keek - maar door die slankheid lang niet zo storend als de
Meelfabriek, die het hele silhouet verknoeide. De „Hoogbouwvisie”
geeft naast de Meelfabriek nog een rondje, om aan te geven dat er nog
iets naast moet komen. Dat is helaas voor goede voorlichting een
rondje te weinig. De gemeente vindt namelijk het plan voor de
Meelfabriek niet haalbaar wanneer de ondernemer niet twee
extra torens mag bouwen. Het kwaad wordt hier dus verdrievoudigd. Had
„Stiel” niet kunnen nadenken voordat hij plaatsing op de
Monumentenlijst aanvroeg? Zouden de arbeiders die in de Meelfabriek
hebben gewerkt het gebouw niet liever hebben opgeblazen? En zo de
arme Stad hebben ontzet van een veel te hoog en massaal gebouw binnen
haar singels? Zou de industrieele archaeologie niet meer gebaat zijn
met een mooi geillustreerd verhaal van de oorspronkelijke toestand
dan met iets verbouwds met andere context, grotendeels andere gevels
en geheel andere interieurs? Zou „Stiel” misschien op wat
grote schaal aesthetiek en nostalgisch sentiment door elkaar hebben
gehaald?
Een paar gezichten met zichtlijnen op hoge bouw in
„visie Hoogbouw” ondergraven geheel en al het
uitgangspunt dat hoogbouw visueel acceptabel zou zijn: de als een
macabere zwarte doodskist oprijzende nieuwbouw van Naturalis, die van
af allerlei punten is te zien, hier (p. 33) genomen over het water
aan het eind van de Oude Vest de stad invarend of fietsend of
lopend in de richting van de Lakenhal ziet men het gebouw alleen maar
groter en zwarter worden... Of die „vista” over de Nieuwe
Rijn in de richting van het Stadhuis en V & D: 40 en 60 meter
hoog bij het Station zouden hier net niet zichtbaar zijn - neen,
natuurlijk niet: het gezicht dat er was wordt geblokkeerd door een
illegaal geplaatste opbouw op het (nota bene op de monumentenlijst
geplaatste) gebouw van V & D!
Wie in de Raad beseft nog
het sociaal-hygiënische kwaad van hoge woningbouw? Wie beseft
dat het beschermde stadsgezicht steeds minder een „gezicht”
wordt en steeds meer een stukje oud dat niet kan ademen omdat het
niet uit kan kijken, zelf geen zicht heeft, maar gevangen raakt in
een reusachtige kooi van hoogbouw?
Naar een Monumentenstad met
een Goed Vervoerssysteem en een Doorzichtig Bestuur
De
Leidse afdeling streeft naar drastische mentaliteitsverandering in
het bestuur van Leiden. De meeste voorstellen vloeien logisch voort
uit het landelijke programma; het voor Leiden bijzondere en bijzonder
belangrijke punt, het historische voorkomen van de tweede
Monumentenstad van het land, het aspect zoals wij dachten dat het
beschermd zou worden door het Beschermde Stadsgezicht, moet de
voorrang krijgen, aangezien het door een onverschillig stadsbestuur
(dat de waan van de dag laat voorgaan, in het bijzonder wanneer het
de waan van de grote ondernemers of de grote speculanten is) wordt
verwaarloosd, terwijl de Gemeenteraad werkloos toekijkt, ziende blind
is.

De Trianon-Bioscoop in de Breestraat ontsierd met
Reclameborden
Op grove manier, het monumentale deel van de
gevel aantastend, zijn half voor de ramen van de eerste verdieping
twee reclameborden aangetimmerd. Eén dat een film aanprijst en
verder naar links, op de photo niet zichtbaar, een ander dat een
persoon aanprijst. Zou een aantal krakers het gebouw zijn
binnengedrongen en op het linkse bord een photo van de hoofd-kraker
hebben aangeslagen? Het is anders zo moeilijk te veronderstellen,
want dan moeten we geloven dat Jan Boer het recht al in eigen hand
heeft genomen en de regels over het ontsieren van monumenten
overtreedt, voordat hij wettig in de Raad gekozen de regels die hem
niet zinnen heeft afgeschaft.
Jan Boer heeft nota bene het enige
monument met halve zuilen om de ingang in de Breestraat, heel
bijzonder nog wel voor 18de-eeuws omdat ze Jonisch zijn. Wat die
zuilen betreft wordt hij alleen overtroffen door Job Cohen die een
ambtswoning met marmeren zuilen naast de voordeur heeft!
Jan
Boer wil regels afschaffen en 75% van de ambtenaren naar huis sturen.
Jammer genoeg vermeldt hij niet welke regels en welke ambtenaren.
Maar bij driekwart van de ambtenaren naar huis loopt hij een gerede
kans dat de boel in het honderd loopt en vrijwel zeker zullen er alle
bij zijn die hem goed gezind zijn. Regels afschaffen werkt in het
algemeen in het voordeel van de rijkste en de sterkste - zeker nu de
rechters de neiging hebben alleen nog maar marginaal te toetsen.
Als
voorbeeld de gehate dakkapelletjes-regelingen. Met veel tam-tam zijn
die een paar jaar geleden versoepeld. Maar het effect is dat wanneer
je nu een conflict met de gemeente hebt en naar de rechter loopt, de
rechter zegt: ik kan daarover niets vinden in de wet, dus ik
ga de gemeente gelijk geven.
Wat jammer toch dat die door ons
voorgestelde Binnenstadsautoriteit er nog niet is, en de
gemeente overal ontsierende reclames zonder vergunning gedoogt en er
voor ontsierende grove vuilnisbakken al in het geheel geen vergunning
nodig is. Nu de semi-trein er nog bij en de Breestraat is niet meer
dan een treingoot.
Nu, een week later, hangen de borden
er nog. Wij horen van de Stichting Arent van ’s-Gravesande -
die als een van de weinige oudheidkundige verenigingen opkomt voor
het monumentale milieu, in het bijzonder dat van de binnenstad, en
die een van de weinige, misschien wel als de enige vereniging bezwaar
heeft gemaakt tegen de nieuwe bestemmingsplannen voor de Binnenstad,
die niet aan iedereen, maar vooral aan door B & W begunstigde
personen en instanties allerlei uitzonderingen toekennen - dat ze op
20 Februari aangifte van ontsiering heeft gedaan bij de politie.
Ontsiering van monumenten zonder vergunning is namelijk verboden en
er is geen vergunning. Daarna heeft ze nog dezelfde dag die aangifte
gemeld bij B & W en om handhaving van de wet gevraagd en
bovendien om handhaving van alle andere geldende regels, zoals hoe
dan ook aanvrage bij de ARK van reclame op gevels, en, in dit geval
in het bijzonder, de regel dat politieke partijen op zo een plaats
geen reclame mogen maken. Zou de Raad, die ook is ingelicht, al
vragen aan B & W hebben gesteld? Waarom zou Jan Boer als enige
politieke partij die regel mogen overtreden? Zijn die regels wat hem
betreft afgeschaft? De Gemeente is toch niet bang dat Boer bij
handhaving stemmenwinst haalt? Helaas zal er wel een „Zalm-effect”
zijn zoals er enige landelijke verkiezingen geleden een
„Lubbers-effect” was: het suggereren dat wanneer je op
een bepaald iemand stemt je het zelf met de bestaande regels ook niet
zo nauw hoeft te nemen. Populistische belazerij, zitten de heren
eenmaal dan zullen ze wel gauw even de wet handhaven, zodat Jan met
de pet weet waar hij aan toe is! Anders onstaat er immers
anarchie!
Het grote democratische gevaar is dat angst om op te
treden op een zekere dag leidt tot een grootte van de populistische,
demagogische partijen die niet meer beheersbaar is. Wordt er op de
scholen eigenlijk nog wel geleerd hoe Europa door onvoldoende
vertrouwen in de democratie afgegleden is tot Fascisme en Nazisme in
Italië en Duitsland en een veel te laat zich te weer stellen van
de „democratische” staten?
Het bange denken van
„anders wordt het veel erger” en niet optreden is op
zichzelf al een slag gewonnen voor Jan Boer en voor het College een
stap op een hellend pad.
Is ons verlangen, plaatselijk gezien en
niet met de Tweede Wereldoorlog in het achterhoofd, niet het
verlangen met een kanon op een mug te schieten? Ik ben bang van niet.
Ik ben bang dat het niet optreden symptomatisch is voor een heel vies
knipoogje aan Jan Boer: als jij je maar door een College dat de
laatste jaren steeds verder naar populistisch rechts afglijdt, laat
inpakken, ben je van harte welkom. Lichtend voorbeeld: Alexander
Pechtold. En nu Hessing, die als de tekenen niet bedriegen, zijn
overstap voorbereidt naar de partij waarvan D’66 de laatste
twaalf jaar al de trouwe sneltramaanhangwagen is geweest.
Een
enkel voorbeeld waar duidelijk blijkt dat Van der Sande, met als
lichtend voorbeeld nu Zalm, de werking van de democratie aan zijn
laars lapt. Wie was het toch al weer die naar aanleiding van zijn
vuilverwerkings-„beleid” opmerkte dat Oud, de stichter
van de partij en een ware democraat, zich in zijn graf zou omdraaien
als hij ervan hoorde? En Van der Sande’s plaatselijke afdeling?
Die is volstrekt gebiologeerd door de grote man, vice-voorzitter
van de PARTIJ nog wel, en ziet alles wat hij doet in schone illusie -
zo naief als Couperus’ schoone illuzie. In hun
honderd-punten programma van het najaar schreven de leden in stomme
admiratie over zijn „schone weg” - daarmee doelend op de
foeilelijke papierbakken en containers die Van der Sande overal
neerkwakt. Laten we er even aan toevoegen: daar is ook Hillebrand
schuldig aan die bestemmingsplannen maakt voor de Binnenstad waar
alles wat geen gebouw of erf is stomweg „verblijfsgebied”
heet - onverschillig of het een rijweg, een trottoir, een
kinderspeelplaats of een grote betonnen container is. Zodat ook
Geertsema als Wethouder van Monumenten als hij al zou willen geen
plaatsing van Van der Sande’s armetierige troep kan tegenhouden
- dat kan helaas wel het „recht” van de sterkste. De
naiveteit van zijn eigen partijleden hier doet denken aan de stomme
overgave van de Peruviaanse arme boeren die in de sendero
luminoso, het lichtend pad, inderdaad een lichtend exempel zagen
zonder in de gaten te hebben dat ze belazerd werden.
Hier dus de
naiveteit van de werkster die opgeruimd en mooi door elkaar haalt.
Een enkel voorbeeld.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Van links naar rechts en van boven naar beneden. De
„monumentale lantaarn” op het Stadhuisplein. Geertsema en
Hillebrand: waterafvoer van koperen lantaarn binnendoor ontbreekt
zodat de pyloon groen „uitslaat”. Van der Sande’s
bak verpest het laatste stukje „royale entrée” van
het Stadhuisplein. Twee: het is duidelijk dat Van der Sande geen
VVD-stemmers verwacht in de Hansenstraat. Gewillige toelater:
Hillebrand. Nummer drie: een open bak, ergens anders. Met verende,
echt dempende stootkussentjes. In Leiden zijn de geluiddempers overal
willens en wetens vervangen door plastic dopjes die zo hard zijn dat
ze volstrekt geen geluid dempen. Vier: op de Jan van Houtkade
opvallend en obstructief midden op het trottoir zodat er geen moeder
met kinderwagen meer langs kan. Net binnen de grens van het
Beschermde Stadsgezicht zodat alle drie de heren hiervoor
verantwoordelijk zijn.
Tweede rij, nummer vijf: vergelijk het
Dordtse voorbeeld. Hier is de bak volkomen willekeurig voor het
hoekpand Korevaarstraat-Hoge Woerd geplaatst, zonder enige relatie
met de architectuur. Op de achtergrond, voor de connectie (met
Voorschoten? dan moet hij verdwijnen indien de Rijn-Gouwelijn over de
Breestraat wordt aangelegd), een grote vuilbak en een stuk van het
cubistische speelgoed van een ontwerper dat hier en daar de stoep
verspert en dat bedoeld schijnt te zijn als zitbankje.
Nummer zes.
Hier regeert echt opgeruimdheid, blanco schoonheid - we zullen
hieronder uitleg geven.
Nummer zeven. Op marktdag in Dordrecht.
Twee mannen gebruiken een klein handwagentje om de kleine rode
vuilnisbak te legen. Dus geen grote lawaaiige vrachtwagens die veel
te snel en in verboden richtingen over de woonerven rijden. Door twee
mannen betekent minder werkloosheid bij de laagopgeleiden onder wie
juist de meeste werkloosheid is. Verantwoordelijkheid voor het
systeem in Leiden: behalve de eerder genoemden dus ook de Wethouder
van Sociale Zaken.
Acht: zelfs op Station Leiden-Centraal staat
een behoorlijk vormgegeven papierbak... geven de Spoorwegen voor eens
het lichtend voorbeeld!?
Nog een paar opmerkingen, beginnend
met het blanco vak. Dat vak was bestemd voor de grote container op
het trottoir van de hoek van de Lange Brug en de Steenschuur, recht
voor de glazen uitbouw van het Kamerlingh Onnesgebouw. De snelheid
waarmee die weer is weggehaald duidt op de invloed van de grootste
werknemer van Leiden (die zelf er maar niet toekomt de natuurstenen
banden voor de ingang van het gebouw nu eindelijk eens fatsoenlijk af
te werken) - en bovendien het aantal VVD-stemmers dat in die
contreien kan worden verwacht. Men begrijpt inmiddels dat
ondergetekende (van wie genoegzaam bekend is dat hij al veertig jaar
geen VVD meer stemt) op verzoek van een ondernemer in de straat zowat
alle containers uit de buurt voor zijn huis heeft gekregen. Zodat hij
dacht en nacht opgeschrikt wordt door het geklepper van de kleppen
die veel en veel te harde doppen hebben. Zodat hij vier maal per week
om halfacht ’s ochtends het lawaai hoort van het omhoog takelen
en omgooien in een gigantische vrachtauto - veel groter dan de
terreinwagens die Nijmegen niet in de binnenstad wil, veel lawaaiiger
dan enige fabriek die in de stad wordt geduld - maar lawaai door de
gemeente zelf valt buiten elk bestemmingsplan of milieuverordening.
Zodat hij eenmaal bijna finaal kapot is gereden door een tegen nauw
één-richtingverkeer in achteruitrijdende vuilnisauto.
Gebeurt er bij dergelijke situaties een ongeluk dan zegt Van de
Sande: mijn naam is haas, en probeert de schuld geheel op de
vrachtwagenchauffeur af te schuiven: in de meeste gevallen is er
immers geen ontheffing om zo te rijden, en is de ontheffing er wel
dan nog heeft de chauffeurde verplichte copie niet bij zich.
Verantwoordelijken: zowat alle wethouders en de burgemeester die als
hoofd van politie niet ingrijpt.
Toen deze dingen werden geplaatst
heb ik een gesprek aangevraagd met Van der Sande. Reactie: de
Wethouder geeft geen gehoor want „de zaak is onder de
rechter”. Snap je lezer? Van der Sande probeert zeer
ondemocratisch (als ik me wel herinner heb ik hierover bij de fractie
van de VVD de vergelijking gemaakt met Oud, de illustere stichter van
de VVD) de mensen te misleiden met een Engels begrip dat hier niet
van toepassing is. Snap je lezer: ik was naar de rechtbank gelopen,
vandaar die misleiding: had ik dat niet gedaan dan had Van der Sande
die containers nog niet weggehaald. Nu zijn we na jaren procederen
ook nog geen stap verder - hoewel er steeds meer wetsartikelen en
verordeningen te voorschijn komen die de wethouder aan zijn laars
lapt...
Kortom, de VVD, de Volkspartij voor Vrijheid en
Democratie, zou beter herdoopt kunnen worden in Po Pa-OD
(Populistische Partij voor Ondernemersvrijheid en Demagogie).
Dit
is dan een wat persoonlijk getinte ontboezeming, die echter mutatis
mutandis zowat alle niet VVD stemmende Leijenaars aangaat.
Nogmaals: een Binnenstadsautoriteit is hoogst gewenst, die
gezag heeft om alle zaken van invloed op het groene en gebouwde
milieu te coordineren en op te treden tegen maatregelen die het
visuele milieu aantasten.
Het is verontrustend dat de SLP
wegens al de in deze rubrieken genoemde zaken veel respons heeft
gekregen (wat de Rijn-Gouwelijn en de vermaledijde hoogbouw betreft
ook van geheide VVD-ers, die graag een „het roer moet om”
hadden gezien) maar dat de jeugd vooral voor materialistische zaken
interesse schijnt te hebben, op zijn best voor
sociaal-materialistische zaken. Zodat met alle blijken van sympathie
we te weinig mensen bereid hebben gevonden op een (verkiesbare)
plaats op onze lijst te staan.Wij laten het daarom bij een advies en
bij de nuchtere constatering dat het meeste van wat we voorstaan wel
van groot plaatselijk belang is, maar landelijk geregeld moet worden.
Bijvoorbeeld een Constitutioneel Hof, een nieuwe Monumentenwet met
betere bescherming en betere, nadere definieering van beschermde
stadsgezichten en, internationaal, het heroverwegen van verbonden
zoals de NATO waar we voor zowel verdediging als met „pre-emptive
wars” met een grote, moeilijk tot rede te brengen partner te
maken hebben - een verbond waarin een onmogelijke balans tussen
oorlogs- en vredestaken gevonden schijnt te moeten worden. Het
„aanharken” van de eigen tuin zodat we onze rol in de
Europese Unie goed kunnen spelen.
Dat is moeilijk genoeg, wij
zijn niet voor niets opgericht. Wij hebben al geschreven niets voor
louter plaatselijke partijen te voelen. Of voor nieuwe partijen
waarvan je nog niet weet welke kant ze op zullen gaan. Dat vraagt om
uitleg over onze houding tegenover Duurzaam Nederland, dat
zich wel aandoet als landelijke partij. Deze partij heeft een aantal
sympathieke programmapunten, maar ook zij lijkt erg sociaal gericht
en ondanks haar aandringen op inburgering van immigranten nog niet in
te zien dat inburgering zo dient te zijn dat er ook culturele
acculturatie onder valt. Het is ook verdomd moeilijk met het patente
onbegrip bij haast alle partijen voor het belang van cultuur en
onderwijs in goed Nederlands. Je zult toch immigrant zijn en je veel
moeite geven Nederlands te leren, om na verloop van echt niet zoveel
jaar te merken dat je opnieuw kunt beginnen omdat inmiddels door de
lakse, permissieve houding en de „laagdrempeligheid” al
weer een geheel nieuw, verloederd, Nederlands in de mode is
gekomen.
Blijft het criterium van consequent, zonder
draaierigheid en met open vizier oppositie te hebben gevoerd tegen de
Rijn-Gouwelijn. Wij vinden dat Filip van As hierin en op tal van
andere punten zich een voorbeeldig raadslid heeft getoond. In de
verwachting dat zijn lijn wordt voortgezet, adviseren wij voor de
Christen-Unie te stemmen.
Plaatselijk Programma en Uitwerking
Onze
speerpunten voor Leiden zijn
Een toegankelijk, transparant, efficiënt en op de Burger gericht bestuur
Een stedebouwkundig goed ingerichte stad, zowel wat verkeer als bedrijfs- en woningbouw betreft met bijzondere aandacht voor het waardevolle erfgoed in het Beschermde Stadsgezicht
Geen hoge woningbouw. Er zijn sociaal-hygiënische zowel als stedebouwkundige redenen tegen. In het bijzonder 50 meter hoge appartementengebouwen bij de entrée van Leiden tegenover het Station op plekken die eerst alleen geschikt werden geacht voor kantoorbouw.
Vervanging van alle wethouders die autoritair en ondemocratisch optreden
Ook geen tegenstrijdige functies (belangen die elkaar niet verdragen) in de portefeuille van één wethouder - het zittende College vertoont volstrekt geen belangstelling voor een fair machtsevenwicht (de balance of power).
Kortom, het roer moet om: weg met de Nieuwe Groezeligheid in het gemeentebestuur!
Instelling van een onafhankelijke binnenstadsautoriteit voor alles wat met de inrichting van de binnenstad te maken heeft onder een aparte wethouder
Wij zijn voor handhaving van de wet en een efficiënte politie, maar wij menen dat er punten zijn waar de gemeentelijke autonomie moet leiden tot het niet toepassen van de wet in haar volle rigeur. Met het name bij softdrugs die minder schadelijk voor de gezondheid zijn dan roken of alcoholmisbruik. Hier gedogen. Landelijk gezien moet er een einde komen aan de hypocrisie van de regering Balkenende die hoge accijnsen legt op alcohol en nicotine maar die de teelt van wiet verbiedt
Meer aandacht van door het regeringsbeleid achtergestelde groepen: een barmhartig opvang- en asylbeleid
Een gekozen Burgemeester zodra zijn functie beter is afgebakend en in de wet vastgelegd. Op het ogenblik is er de grote democratische moeilijkheid dat de politieregio’s de grenzen van de gemeente te buiten gaan evenals allerlei quango’s en overlegorganen die geen democratische controle kennen. Zo is er wat de Sociaal-Democratische Partij betreft slechts een kiezen van de Burgemeester van Leiden democratisch mogelijk wanneer alle burgers van de regio mee mogen stemmen.
Speerpunten voor Stadsherstel zijn waardige herbouw van de hoek Rapenburg-Nieuwsteeg; herstel van het mooie binnenplein van de Lakenhal; herbouw van Breestraat 79-81. Kleine punten zijn het gebruik van natuursteen in plaats van beton en weer in de bestrating aangeven van de Rijnsburgerpoort.
Speerpunten voor het Verkeer zijn omlegging van het autoverkeer zodat het niet door Leiden Zuid-West hoeft: de verbindingsroute A44-A4 moet snel worden aangelegd, verdiept door de punt van Voorschoten en onder de Vliet door; het tracé van de Rijn-Gouwelijn moet over de spoorbaan komen met een nieuw station op het Van Gend en Loosterrein. Aandacht voor parkeren op gunstige plaatsen zoals naast het station Van Gend en Loos (gedeeltelijk onder de te verhogen spoorbaan); aandacht voor goede fietsers- en voetgangersverbindingen, bijvoorbeeld hoog langs het treinviaduct bij de Lammenschansweg en langs de spoorbaan over Haagweg, Galgewater en Morsweg.
De wethouders zijn gebiologeerd door veel te grootschalige, echte mega-projecten. Hillebrand hoe dan ook, als het aan hem ligt gaat de verwoesting van de stad door sneltram gepaard met een mastodontisch leergebouw bij Station Lammenschans en een zo reusachtige bioscoop bij Leiden-Centraal dat we van een giga-bioscoop kunnen spreken. De menselijke maat van de kleine stadsbioscopen kan hem niets schelen. De dichtsbijzijnde (Luxor) is nu ook al opgeheven.
De gemeente moet een degelijk en fair financieel beleid voeren, gebruikmakend van alle regelingen die het Rijk biedt, maar het dient sociaal te zijn. Geen douceurtjes aan projectontwikkelaars voorgesteld als „afkopen van auteursrechten”. Geen kapitaalsvernietiging van de bestaande infrastructuur, bijvoorbeeld door de Rijn-Gouwelijn waardoor de bestaande spoorlijn naar Utrecht zo beconcurreerd wordt dat ze als onrendabel zal worden opgeheven, of door sloop van deels net gerenoveerde, deels net nieuw gebouwde woningen aan de Pasteurstraat, of sloop van winkelpanden voor het Aalmarktplan, of, wat Van der Sande betreft, de grootschalige manier van vuilophaal die banen voor beginners en bijstandstrekkers vernielt. En nogmaals de Rijn-Gouwelijn: zal de exploitatie niet in duurdere kaartjes resulteren? Ook hier zijn de meeste gemeenteraadsleden door een slecht maar groot project gebiologeerd... Groen-Links, waarvan we nog wat verwachtten, gedraagt zich hier zo bochtig (om te proberen het ongelukkige tracé levensvatbaar te maken moeten tien à vijftienduizend woningen tussen Leiden en Gouda, in het Groene Hart van Holland, worden gebouwd - en dan nog zal er druk worden uitgeoefend grote transferia in het land te bouwen die daar nog meer woning- en kantoorbouw zullen uitlokken) - Groen-Links gedraagt zich zo weinig milieubewust en zo bochtig dat we eerder van groen-lynx kunnen spreken.
Herstel en handhaaf opgaand groen en weidegebieden, bijvoorbeeld de Oostvlietpolder en de boomsingels rondom de Binnenstad
Wanneer de Sociaal-Liberale Partij in de Raad komt zal zij er alles aan doen om de woningen Pasteurstraat 5-21a voor sloop te behoeden, om bij het Aalmarktplan te verbeteren wat er nog te verbeteren valt, om een sneltram over de Breestraat te keren en een mooie en leefbare Binnenstad te creëren. Wij streven naar lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van alle burgers, daarbij horen natuurlijk de sport, de muziek en de musea.
Doe mee aan geestelijke vernieuwing
van het Stadsbestuur!
Onze naamsregistratie door de
Kiesraad betekent dat wij bij voldoend enthousiasme in de Stad aan de
plaatselijke verkiezingen kunnen deelnemen onder onze naam
Sociaal-Liberale Partij!
|
|
|
Ons voorstel voor een Station Leiden-Van Gend & Loos met verhoogde spoorbaan. Fiets- en voetgangersroutes ook verhoogd over Morsweg en Haagweg. Voetgangers het dichtst bij de Binnenstad voor het mooiste uitzicht over het Galgewater. Nieuwbouw eengezinswoningen in een gesloten blok. Voetgangerstraverse naar de Binnenstad via Universiteitsgebouwen en Patersbrug. Zie beneden bij Haagwegterrein en Infrastructuur ons algemeen vervoersplan. |
Rijn-Gouwelijn
Op
8 December heeft de Stichting Arent van ’s-Gravesande
enige bezwaren tegen de Rijn-Gouwelijn, zowel tegen het tracé
als de gehele opzet ontvouwen voor de verantwoordelijke
Raadscommisie. Gezien de beperkte tijd was het een résumé,
het complete stuk volgt hieronder. De Sociaal-Liberale Partij kan
zich hiermee van harte verenigen.
«Een punt van orde: de
Stichting Arent van ’s-Gravesande heeft geen aankondiging van
deze vergadering gekregen ondanks het feit dat ze bezwaar maakt,
resp. in beroep is gekomen tegen het tracé zowel bij
Aalmarktplan, Binnenstad I, Stationsgebied Stadszijde en Zeezijde en
Van Gend & Loosterrein wegens het structurele verband met de
Rijn-Gouwelijn.»
Antwoord van de commissievoorzitter:
dat is een zaak van het College! Wel, wel, leve het dualistische
stelsel:
a) het interesseert de Raad kennelijk niet hoe het
college de Burgers behandelt
b) zelf gelooft Hij stellig dat
het college niet probeert Hem informatie te onthouden
«De
openlijke regeringspolitiek is altijd geweest de Oost-west assen
te verbeteren, niet Noord-west - Zuid-oost assen. Aan de
milieu-organisaties heeft de regering bovendien beloofd bij de aanleg
van de N 11 (Leiden-Alphen-Bodegraven) het spoor te verdubbelen.
M.a.w. belofte van een vrij hoogwaardige snelle railverbinding die
het milieu zo veel mogelijk zou sparen: in plaats daarvan biedt de
Rijn-Gouwelijn een langzame verbinding : de rijtijd
Alphen-Leiden-Centraal wordt 2 x zo lang.
«De hele
procedure is ondemocratisch geweest (wij verwonderen ons erover dat
de verantwoordelijke wethouder (Hessing van D66) zich een democraat
durft te noemen), continue gekenmerkt door achterhouden van gegevens,
bedrieglijke, eenzijdige voorlichting en afwijzing van een referendum
- en dat door een partij die in haar verkiezingsmanifest het
referendum hoog in het vaandel had staan!
«De lijn was
opgezet als een railverbinding van Alphen-Noord via Alphen-Station
naar Leiden en verder, maar, aangezien B & W van Alphen geen
gevaarlijke railverbinding door hun centrum wilden, verlegd naar
Waddinxveen en Gouda. De Waddinxveense forensen op Den Haag en
Rotterdam verliezen nu al duizenden en duizenden forensen-uren per
jaar aan eerst in de verkeerde richting naar Gouda reizen en dan
overstappen, dat wordt er door één of twee stations
extra en een sneltram alleen maar erger door. Al twintig jaar geleden
had een vooruitstrevend gemeentebestuur van Waddinxveen een boog
richting Zoetermeer-Den Haag gepland, dat wordt nu wel voorgoed
gefrustreerd.
«Iedereen wist dat de lijn Alphen-Gouda
noodlijdend is, maar pas na jaren sijpelt het door dat de Provincie
de in het Groene Hart van Holland liggende gemeenten langs het
Rijn-Gouwetracé onder zware pressie zet om zo een 15.000
woningen te bouwen - lijnrecht tegen het openlijk beleden standpunt
van Rijk en Provincie het Groene Hart open te houden!
«Stel
je voor: honderden miljoenen om de hogesnelheidslijn onder de grond
te duwen om het Groene Hart te sparen en nu wil de Provincie
(ironisch is er enig zacht gesputter bij de D’66-fractie in de
Staten) dwars op de hogesnelheidslijn een stad van zo een 50.000
inwoners bouwen!
«Zelfs als dat maar 25.000 auto’s
extra betekent raakt hierdoor de N 11 (en enige andere wegen) elke
ochtend en avond urenlang verstopt. Ook de autobussen die de
reizigers voor de Rijn-Gouwelijn zullen moeten aanvoeren kunnen er
niet meer door.
«Een natuurgebied langs het tracé
in Zoeterwoude moet opgeofferd worden voor opstelsporen, alleen omdat
bij Leiden-Centraal er absoluut geen integratie met het Spoorwegnet
is.
«Met andere woorden: voor de Gedeputeerde Marnix
Norder was het een prestige-project dat hoe dan ook doorgezet moet
worden, ook al is het ten koste van het Groene Hart van Holland. Bij
Jeltje van Nieuwenhoven scheen eerst wat onafhankelijk denken op te
treden, maar nu zet ze b.v. Waddinxveen met demagogische trucs onder
pressie. Ze heeft in Waddinxveen beweerd dat de tram er „voorbij
zou rijden” indien Waddinxveen niet, etc. (Zie hieronder).
De
aftakking van het spoortracé bij Lammenschans is
hoogstgevaarlijk, gelijkvloers, zodat er dezelfde situatie ontstaat
als er bij Harmelen toen daar bijna honderd doden zijn gevallen bij
een treinongeluk. Daar is eerst een kilometers lange „noodbaan”
aangelegd, recent pas is de kruising ongelijkvloers gemaakt. Het
lijkt wel alsof de Wethouder er van uitgaat dat de spoorlijn toch
opgeheven wordt... Of denkt de Wethouder werkelijk dat de NS hun lijn
Alphen-Leiden zullen handhaven wanneer er een tweede vervoerder op
het traject zit?
«En denkt de Wethouder dat de
Spoorwegen wanneer ze eenmaal Alphen-Leiden opheffen
Alphen-Bodegraven-Woerden zullen laten bestaan? Blijft er dan nog
iets over van het traditionele achterland van Leiden? Wat drijft de
PvdA-Gedeputeerde eigenlijk om zo een stompzinnige, megalomane, in
the end voor iedereen schadelijke concurrentie met de NS aan
te gaan? Waar blijft het met het nog geringe comfort van toiletten en
eerste klas?
«Denkt de Wethouder werkelijk dat een sneltram
om iets anders dan om de 7½ minuut (of een veelvoud daarvan)
inpasbaar is in het halfuursschema van de Spoorwegen?
«De
HTM (Haagse Tramwegmaatschappij) moet het vervoer verzorgen: wie naar
Utrecht wil zal dus eerst per tram naar Gouda moeten, daar
overstappen op de trein, enz. Het is alsof men de spoorlijn Den
Haag-Delft opheft en tegen de Hagenaars die naar Rotterdam willen
zegt: beste Hagenaars ga maar per gele tram naar Delft en stap daar
over op het spoor!
De H.T.M. moet het vervoer verzorgen: wil
Wethouder Hessing de gele tram die we indertijd wegens de
verkeerscongestie uit de stad hebben gegooid nu verruilen voor een
gele tram die nog veel zwaarder, langer, breder en sneller is? De
blauwe tram was zwaarder nog dan de gele, maar de treinstellen die nu
met het woord light-rail worden aangeduid zijn nog zwaarder, langer,
breder en sneller dan die van de blauwe tram.
«Marnix
Norder, die de Rijn-Gouwelijn zo gepousseerd heeft is nu Wethouder
van ’s-Gravenhage, van Ruimtelijke Ordening, o.a. voor „Nieuw
Centrum”. Als Wethouder heeft hij een groot aantal
nevenfuncties o.a. is hij lid van de commissie voor de Ruimtelijke
Ordening van de VNG en lid van de commissie Stedenbaan - in beide
commissies is het rampzalig als hij zijn ideeën over het
volbouwen van het Groene Hart van Holland doorzet. Zowel als
Wethouder van Ruimtelijke Ordening als van de Commissie Stedenbaan
heeft hij te maken met de HTM en in het College van B & W heeft
hij dagelijks contact met Bruno Bruins, Wethouder voor Verkeer,
Binnenstad en Monumenten, die eerder heeft gewerkt bij de Connexxion
en de HTM. Het is duidelijk dat Jeltje van Nieuwenhoven het
onafhankelijke denken bij zulke tegenspelers maar even opzij heeft
gezet en het denken, ach heden, maar aan de Leidse Raad
overlaat...
«Wat zijn de voordelen voor de Middenstand
eigenlijk van een project dat neerkomt op een boven de grond
neergekwakte metro met te weinig haltes voor stadsvervoer? Profiteren
van de aan het project gekoppelde doorbraak bij de Aalmarkt anderen
dan V & D en C & A, beide noodlijdende bedrijven waarvan
vooral V & D het vertikt in Leiden met een assortissement te
komen vergelijkbaar met zijn assortissement elders? Verliezen de
winkeliers bij het verdwijnen van de bussen van de Breestraat
misschien hun traditionele klanten?
«Het ROC (Regionaal
Opleidingen Centrum) wordt op kosten gejaagd: het moet bij
Lammenschans oneconomisch hoog, energieverslindend en stedebouwkundig
onacceptabel bouwen : met de grond die nu voor de Rijn-Gouwelijn
bestemd is erbij kan het ROC op menselijke schaal bouwen i.pl.v.
openbare ruimte zo te verknoeien.
«Inwoners van de
Professorenwijk worden dubbel gepakt: door een megalomaan hoog en
lang ROC gebouw dat als een gigantische Chinese muur de hele wijk in
tweeën snijdt, en door de lijn zelf.
«De bijdrage
van de Universiteit aan de lijn is op z’n zachtst gezegd
questieus. Zo is de Universiteit al een jaar bezig het Centraal
Faciliteitengebouw te verbouwen zonder dat er een spoor te bekennen
valt van leges voor een bouwvergunning of van precarioheffing (is dat
niet het terrein van Wethouder van der Sande?) voor de kranen,
containers, steigers, enz, die al die tijd de openbare weg van de
Cleveringaplaats versperren. Wegens bezuinigingen moet de UB op
Vrijdagavond dicht, maar de Universiteit steunt de Rijn-Gouwelijn...
Zo ontstaat het vervelende vermoeden dat de Leidse burgers dubbel
gepakt worden: door de directe bijdrage en door deze verkapte
bijdrage waarvoor ze uiteindelijk ook moeten opdraaien. Leidse
burgers die toevallig ook student zijn worden dus driedubbel
gepakt... (Door de directe bijdrage van de Universiteit, door de
indirecte, en door het „bovengrondse”
stadsaandeel).
«Dwarsverkeer in Breestraat en elders....
het College heeft jarenlang hoog opgegeven over de
doorschrijdbaarheid en de doorfietsbaarheid van de Binnenstad....
waar blijven die? Profiteren de gewone middenstanders van de lijn of
zijn het in het bijzonder die noodlijdende bedrijven V & D en C &
A? Hoe staat het met de fietsers? Het dwarsverkeer wordt practisch
onmogelijk, op de laatste kaart b.v. is voor fietsers van de
Diefsteeg naar de Mandenmakerssteeg, een veel te smalle, kronkelige
passage door de plaatselijk verlaagde perrons op de Breestraat
getekend...
«Is het de Wethouder nooit opgevallen dat in
Amsterdam ondanks het verbod om te fietsen in de Leidschestraat en
het dooreenvlechten van de tramsporen de winkelstand achteruitgaat en
de publiekstrekkers naar de P.C.Hooftstraat zijn verhuisd? Denkt hij
niet dat bij vertramming van het spoortraject het voor het publiek
uit Hazerswoude en waarschijnlijk zelfs Zoeterwoude-Rijndijk sneller
en veel aantrekkelijker sneller wordt om in Alphen aan den Rijn te
gaan winkelen?
«Waarom geen kleine stadstram waarvan
iedereen gelijkelijk profiteert? Is de beloofde frequentie haalbaar?
(wachten op Korevaarstraat en Kort Rapenburg en midden op de
Breestraat.....)
«Zelfs het overstappen bij
Leiden-Centraal wordt bemoeilijkt door een (niet overdekte!) halte op
meer dan vijftig meter van het Station. (Begin van de halte, het
einde is weer 75 meter verder). Of daar ueberhaupt ruimte zal zijn
voor de tachtig meter lange perrons (die recht moeten zijn) tussen
een bocht naar links en een bocht naar rechts, is erg dubieus. Het
moeilijk overstappen lijkt ons expres: aan de ene kant om reizigers
van het transferium per bus (Connexxion) naar Den Haag te laten gaan,
aan de andere kant om de Katwijkers te dwingen in Leiden naar V &
D te gaan in plaats van in Den Haag waar het assortissement van
diezelfde winkel veel beter is. Waarom neemt V & D niet zelf het
voortouw met het opkrikken van het niveau zodat er eindelijk die
echte publiekstrekker ontstaat waarvan al jaren sprake is?
«De
vergelijkingen! In Gend had de tram toen ik er was smalspoor voor de
bochtigste en smalste straten, indien dat er niet meer zou zijn is
het tramverkeer er alleen maar op achteruit gegaan in plaats van
vooruit... In Rome komen de trams tegenwoordig tot aan het
oude stadscentrum, niet er in... In Schiedam en Bonn scheren de
doorgaande verbindingen tangentiaal langs het centrum... Zelfs
in het betrekkelijk jonge San Francisco rijdt de kabeltram in het
centrum en gaan de bussen en de metro langs het centrum. In Caen en
Nancy...»
Tijdens de Commissievergadering blijkt dat de
leden zich toch nog weer gaan orienteren (één dag voor
ze willen besluiten) in Rotterdam, typisch zo een stad met dezelfde
vervoersproblemen als in Leiden! Wat ze daar kunnen opsteken van de
problematiek van Leiden en omgeving is een raadsel. Ze zullen
waarschijnlijk gestijfd worden in hun mening dat de zaak technisch
mogelijk is...
«Bij de Leidse omgeving horen natuurlijk
ook Katwijk, Noordwijk, Rijnsburg, Voorhout, enz. Door goedkeuring
van de Oosttak wordt ondoordachte goedkeuring van deze Westtak
noodzakelijk om de exploitatie enigszins op te krikken. Noordwijk
ligt vlak bij de „Oude Lijn” en Voorhout heeft al een
station, zie ons voorstel voor doortrekking van de lijn
Utrecht-Alphen-Leiden via Leiden-Merenwijk en Voorhout naar
Noordwijk. Dan zijn we ook van een psychologisch probleem af: de oude
blauwe tram reed via Oegstgeest naar Rijnsburg en splitste zich daar
in takken naar Katwijk en Noordwijk, rekening houdend met de aard van
de Katwijkers en Noordwijkers: deze lieden gaan nu eenmaal niet graag
samen in één tram zitten. Het tracee van de
voorgestelde Rijn-Gouwelijn doet noch Oegstgeest noch Rijnsburg aan.
Vandaar ons voorstel voor een rondrijdend stadstrammetje
(hybriede, zonder lelijke bovenleiding in het centrum, enkelsporig,
allicht op één rail zoals in Caen en Nancy) om de 2½
minuut, met veel halteplaatsen en uitlopers naar Station
Lammenschans, naar Leiderdorp en naar Oegstgeest elke 7½
minuut.
«Nog iets over de geschiedenis: toen de blauwe tram
werd opgedoekt was Katwijk nog zo klein dat één traject
van de tram daar voldoende was. Katwijk is nu zo groot dat de tram of
in ingewikkelde lussen zou moeten rijden waar ze te groot voor is en
waarbij ze het hele centrum levensgevaarlijk zou maken, of zou moeten
uitwaaieren, wat ook erg duur is, of, en dat is om de Engelse
uitdrukking te gebruiken defeating the object van een tram, of
er zouden een aantal aanvoerlijnen met bussen moeten worden
opgezet. Iets voor de Connexxion?
«Wij zijn tegen het
Aalmarktplan, één van de opgegeven ideeën lijkt
ons wel nader onderzoek waard: stichting van een hotel midden in V &
D, zodat de rand van het blok gebruikt kan worden voor die
hoogwaardige publiekstrekkers waar we nu allemaal zo op zitten te
wachten. Zowel het vervoer van linnengoed en voedsel kan over water
naar de kelders aan de Nieuwe Rijn, als aardige touristische
attractie kunnen ook de hotelgasten die bij Leiden-Van Gend &
Loos aankomen per watertaxi daar aanmeren. Het restaurant boven zou
echt gerestaureerd kunnen worden in de oorspronkelijke stijl
van de architect van de jaren ’30, met het fraaie,
lichtgeverfde ijzeren meubilair dat bij het Nieuwe Bouwen
hoort (door V & D weggegooid om het restaurant half-bruin in te
richten).
«Door op zulke maatregelen aan te dringen zou de
Gemeente nog eens met een positieve bijdrage aan de stadsontwikkeling
komen.»
De Afdeling Leiden van de Sociaal-Liberale
Partij merkt nog op over de economie van de lijn - behalve het
verdwijnen van traditionele klanten voor de winkeliers wanneer
buslijnen die nu over de Breestraat rijden (hoogstgevaarlijk) over de
Witte Singel moeten worden geperst (hoogstgevaarlijk, toen de blauwe
tram werd opgeheven was eerst het plan de passagiers voor
Leiden-Centraal bij Lammenschans over te laten stappen op de trein!)
- dat het niet waarschijnlijk is dat al die partijen (Rijk,
Provincie, enz) die nu aan de aanleg bijdragen ook de kosten van de
kaartjes zullen subsidieeren. Het gedeelte Alphen-Boskoop-Waddinxveen
is volstrekt noodlijdend, vandaar het verlangen de lijn door
te trekken en de Katwijkers ook wat extra te laten betalen!
Over
de sociale effecten merken wij nog op ten behoeve van de
sociaal voelende volksvertegenwoordigers dat het prachtig lijkt dat
het Rijk bijdraagt aan de aanleg, maar dat door het verschuiven van
het belastingsysteem naar indirecte belastingen het juist de sociaal
zwakkeren zijn die daar proportioneel het meest voor moeten
opbrengen.
5/12/2005
De trammelant over de
Rijn-Gouwelijn bereikt een spasmodisch hoogtepunt. Het College
probeert alles op alles te zetten om ons het ongelukkige tracé
door de strot te wringen voordat de verkiezingen plaatsvinden en het
aantal tegenstanders in de Raad (en als het aan ons ligt ook in het
College) wordt uitgebreid, sterker nog: waarschijnlijk aangevuld met
PvdA’ers die wat helderder denken dan hun vastgeroeste
collega’s.
Vandaar de beslissing van de Sociaal-Liberale
Partij om ook een formeel bezwaarschrift in te dienen aangaande het
Van Gend & Loosterrein. De meeste bezwaarschriften richten zich
(uiteraard) tegen de nadelen voor de omwonenden, ons bezwaarschrift
richt zich allereerst op de samenhang met de infrastructuur. Het komt
in grote lijnen overeen met wat hieronder al is opgemerkt onder het
hoofd Haagwegterrein. Daarin komt een directe
voetgangersverbinding met de binnenstad van het nieuwe station voor.
Hierbij willen we absolute duidelijkheid voor de kiezers: voor ons
voorstel moet de begane grond van één van de huizen aan
de Rijn- en Schiekade worden opgeofferd - het stadsbelang moet op dit
punt voor het wijkbelang gaan. Maar door ons voorstel om het aantal
sporen tot twee te reduceren wordt er weer ruimte voor een aantal
woningen gewonnen.
Volgens het Leidsch Dagblad heeft
een raadslid (weer zo een geval van ziende blind) gezegd dat de
noodsprong van een éénrichtingtracé over de
Nieuwe Beestenmarkt de wijk daar ontsluit. Tja, wat zou het
geachte raadslid daaronder verstaan? Ten eerste is er niets gezegd
van een halte daar, zo dicht bij het station, en ten tweede zou die
halte dan alleen maar zijn voor de richting station. En: alsof de
sneltram zelfs zonder een tientallen meters lang perron niet al
effectief de dwarsverbindingen blokkeert. Zodat de hele wijk tussen
Steenstraat en Nieuwe Beestenmarkt niet ontsloten wordt, maar
afgesloten. Leuk voor de winkeliers ter plaatse! En ook:
lengte perrons: één perron voor de sneltram zou zich al
over de helft van de lengte van de hele Beestenmarkt uitstrekken! Ter
zijde: die perrons moeten recht zijn omdat er bij een bocht
levensgevaarlijke gaten tussen de lange tramwagens en het perron
zouden ontstaan of al even gevaarlijk over het perron schuiven van de
voor en de achterkanten van de wagens - bij een buitenbocht, bij een
binnenbocht andersom: denk aan de geschiedenis, raadsleden, en de
hoogst gevaarlijke situatie bij de (smallere en minder lange!) blauwe
tram op de hoek van de Breestraat! Kortom, bij een gesplitst traject
ontstaan er weer twee extra kruisingen met fietsers en voetgangers...
Hoe enkelspoor over de Breestraat moet... Als men niet ziende
blind is ziet men al de bijna tachtig meter lange tramstellen op
hun beurt wachtend al het verkeer op de Korenvaarstraat of het Kort
Rapenburg versperrend... in langs- en in dwarsrichting... Hoe ziet
men trouwens dan nog een frequentie van elke 7½ minuut voor
ogen? Wat die gevaarlijkheid van gekromde perrons betreft: dat is op
het Stationsplein ook nog niet opgelost. En in het „indicatief
tracé” dat thans voor de Stationsweg wordt voorgesteld
komt de sneltram onacceptabel dicht bij de huizen aan de westkant
zodat daar nauwelijks voetgangers langs kunnen, laat staan fietsers
en de winkeliers hun negotie daar wel kunnen opheffen. Hoe dan ook is
het ondemocratisch om bewoners en bedrijven van de oostkant van die
weg sterk te bevoordelen boven die van de westkant. Oja, en dan stelt
het bestemmingsplan „Stationsgebied Stadszijde”, waarin
deze fraaiigheid voorkomt, voor om de hoek Stationsweg-Stationsplein
een megalomaan hoog (50 meter) woongebouw te bouwen waar de
tram met een bocht langsscheert - leuk, op enkele meters voor je
voordeur! Een leuk café, een grand-café waarmee
de gemeente zo schermt, kan er op die plaats niet af. Op de andere
hoek trouwens ook niet, er wordt al weer mee geschoven.
Alsnog:
de Sociaal-Liberale Partij is de enige partij die een vriendelijk
stadstrammetje zonder lelijke bovenleiding voorstelt, maar wel elke
2½ minuut en met haltes dicht na elkaar!
en à
propos: hoe staat het met
de Universiteit, de Burgerij en
de Financiering van de Rijn-Gouwelijn?
Volgens de laatste
berichten dragen de Universiteit en het LUMC (Leids Universitair
Medisch Centrum - iets wat we honderd jaar als Academisch
Ziekenhuis te Leiden hebben gekend, wat frisser afgekort als AZL,
die lumc doet zo erg aan een gezwel denken) 7,45 miljoen Euro
bij aan de kosten van het semi-treintracé. Tja, is dat wel zo?
Wij hebben onze twijfels en wij hopen dat het College onze
onzekerheid snel uit de weg kan helpen.
In 1982 heeft de
architect Evert Kleijer voor de Universiteit het Centraal
Faciliteitengebouw ontworpen. Wij kunnen dit beschouwen als het
enige consequent modern vormgegeven gebouw dat de Universiteit ooit
aan of dicht bij de Witte Singel heeft gebouwd. Vorig jaar is het
inwendig verbouwd, god zij dank zonder ernstige schade aan de mooie
ruimtelijke werking van de hoge centrale hal. Maar ook uitwendig:
plaktegeltjes op de muur tegen de ingang proberen daar het stoere
karakter te ontkrachten en froebelschool-achtig een kleuraccent aan
te brengen waar de architect het niet bedoeld heeft.
Daar de
wijzigingen van het exterieur dit jaar doorgingen hebben wij contact
gezocht met Evert Kleijer om hem te vragen of zijn toestemming was
verkregen. Het bleek van niet - hem was zelfs niets verzocht of
meegedeeld. Op zijn verzoek heeft de huidige voorzitter van de
Sociaal-Liberale Partij de Gemeente verzocht de zaak in de Ark (het
welstandstoezicht) te brengen. Dat is inmiddels bijna drie maanden
geleden, maar nog steeds is niets zichtbaars gebeurd behalve dan dat
het aan het Hoofd van de Ark gerichte verzoek bij de afdeling
handhaving terecht is gekomen met het absurde excuus dat het niet een
op de lijst staand monument betreft. (Het Hoofd van de Ark is tevens
hoofd van de afdeling monumentenzorg - een van de redenen dat de
Sociaal-Liberale Partij aandringt op het scheiden van afdelingen en
functies die tegenstrijdige belangen kunnen hebben, hier voor
onafhankelijke afdelingen voor moderne en historische en/of
monumentale architectuur en commissies, dus ook een ARK voor de
buitengebieden en een aparte Commissie voor de Binnenstad). En niet
op de lijst: dan zijn we van de kennelijk moeilijke taak af onze
smaak te ontwikkelen en ook de moderne monumenten te onderscheiden.
En niet op de lijst is flauwe kul: zoals iedereen weet mag een
monument jonger dan 50 jaar niet op de Rijkslijst staan.
Behalve
de jegens Kleijer lompe, ongemanierde manier van optreden krijgen we
het uiterst vervelende vermoeden dat er noch leges voor wijzigingen
is betaald noch precario voor de (rijdende) kranen, de containers en
de steigers die nu al weer maanden en maanden die openbare wegen van
de Cleveringaplaats, de Reuvensplaats en het Paterstraatje
versperren.
Daagt u een licht, lieve lezer, over de
waarschijnlijke financiering van een gedeelte van de Universitaire
bijdrage aan de Rijn-Gouwelijn? De Universiteit draagt een bedrag bij
dat, om even een indicatie van de enormiteit te geven, genoeg is om
twintig jaar lang de Universiteitsbibliotheek op Vrijdagavond open te
houden - een vooral voor werkenden en (werk)studenten gunstige
openingsavond die nu wegens bezuiningingen is afgeschaft.
De
Burgerij draagt dus waarschijnlijk indirect bij aan de miljoenen, die
de Universiteit voor de Rijn-Gouwelijn opzij legt, door derving van
rechten aan de ene kant gecompenseerd door anderzijds bezuinigingen
en hogere heffingen en boetes (hoe hoog is ook al weer de boete voor
een papiertje in de afvalbak waar geen papiertjes in mogen? -
vuilverwerking („milieu”) bij dezelfde wethouder als
financiën). En studenten die hier wonen en dus bij de Burgerij
horen, worden indien ze graag van de UB gebruik maken dubbel gepakt
ten behoeve van de Rijn-Gouwelijn.
Wij hopen dat het College snel
volkomen duidelijkheid verschaft.
Regio-Quango’s
Over
quango’s gesproken: van de ene dag op de andere kunnen we op de
draadtelevisie één van de twee Franse programma’s
en het ene Italiaanse niet meer krijgen. Dat komt door de provider,
de Casema, dachten we. Neen hoor! Van het stadhuis kregen we het
bericht dat zoiets door de regionale programmaraad wordt beslist. Zeg
maar gerust: gefiatteerd, het hele gezelschap hoeft niet meer dan
ééns per jaar bijeen te komen. En hoe is het gezelschap
samengesteld? Wij vinden 12 leden, van wie in theorie drie uit
Leiden, een uit Oegstgeest, twee uit Katwijk (waar eigenlijk nog
iedereen televisie een a-moreel medium vindt), en uit Leiderdorp,
Rijnsburg, Valkenburg, Voorschoten, Warmond en Zoeterwoude telkens
een. In theorie, want wegens de samenvoeging van Katwijk, Rijnsburg
en Valkenburg tot één gemeente en een voorziene
samenvoeging met de Programmaraad voor de Bollenstreek worden twee
vacatures, van Leiden en van Katwijk, niet vervuld. De Raad had
misschien twee democratische Leidse leden en een van CDA of
Neo-Liberale (zeg maar de Medy van der Laanpartij-) signatuur,
misschien één min of meer superliberaal lid uit
Oegstgeest, terwijl de rest (zoals iedereen bij de uitslagen voor de
landsverkiezingen kan zien) geheid CDA en affiliaties is. De
Bollenstreek erbij en een (eventueel!) links of links-liberaal
element komt in het geheel niet meer aan bod. Nu hebben we nog drie
Duitse zenders, twee Engelse, een Franse (vaak verknoeid door
opdringerige ondertitels) en CNN (vaak onderbroken door Nederlandse
reclame). Met de Bollenstreek erbij zal dat wel vier Duitse zenders,
de goedkoopste Engelse en een uurtje per dag Amerikaans worden.
(Kort, Amerikaans, maar niet zoals Wolkers het
bedoelde).
Geeft niet, zegt de Casema, als je digitale televisie
neemt krijg je meer dan tachtig zenders! En die buitenlandse! Wat
toevallig toch. Wel jammer dat je dan wat meer moet betalen. En dat
bij die tachtig zo te zien een zeventig pulp-zenders zijn, zodat je
nog minder goede buitenlandse zenders overhoudt dan je een paar jaar
geleden nog had!
Leids Leed
Onze chroniek Leids
Logboek geeft reflecties van onze voorzitter weer, meestal in
historisch perspectief, het is een soort Cahier dat in Leiden
opgesteld wordt. Vandaar deze rubriek waarin we het Wekelijkse
Leidse Leed bespreken.
Woonboten en Vuilnisbakken in
Leiden
Eerst een paar punten van het physieke milieu die
ons dagelijkse plezier of onbehagen bepalen. De Woonboten! In de
Vliet, tussen Jan van Goyenkade en Schelpenkade, ligt sinds kort een
mammoet van een woonboot het gezicht en de doorvaart te versperren.
Men zegt dat hij daar ligt door een gemeentelijke fout bij de
vergunningverlening... Maar hij blijft er maar liggen. En de Gemeente
maakt zelfs geen excuses voor deze fout aan de inwoners van de
Staalwijk en de Vreewijk en de watersporters, neen, en ook geen
poging om de fout te herstellen. De Sociaal-Liberale Partij is voor
verbreding van de Vliet aan de kant van de Schelpenkade zodat de
gigantische boot die paar meter die hij te breed is opzij gesleept
kan worden. Hoe dan ook dienen nergens woonboten te worden toegestaan
die niet compleet varend ter plekke kunnen arriveren.
Het is
merkwaardig dat de gemeente wel geld vindt om in de Binnenstad ten
behoeve van de grootste winkeliers doorbraken te realiseren, maar
geen voorzieningen wil treffen om b.v. de paar het Beschermde
Stadgezicht van de Morssingel ontsierende woonboten een andere plaats
te geven.
De wethouder Van der Sande laat de kranten hoog
opgeven van de schoonheid van de stad nu hij overal mastodontische
vuilnisbakken en containers heeft geplaatst... Deze Vandaal weet niet
wat schoonheid is: zijn maatregelen zijn de ergste visuele vervuiling
die de stad de laatste jaren heeft getroffen. De grove containers
treffen vooral de sociaal zwakkere straten of delen van straten
wanneer blijkt dat ergens lieden die als „ondernemers”
poseren geen container voor hun deur willen. Het is absolute
willekeur, een volslagen ongelijke behandeling van de burgers
waardoor vooral Vreewijk, Staalwijk en het Noorderkwartier worden
getroffen. Ongeacht het bestemmingsplan gaat de Dienst milieu en
beheer als een Vandaal te keer: aan het ene eind van de Witte
Rozenstraat is een aardig speelpleintje voor kleine kinderen volkomen
geamputeerd en volgezet met vier containers uit twee straten. Extreem
vies en lawaaiig. Dat alles omdat één „ondernemer”
uit de straat de gemeente schreef dat hij het beter acht dat één
inwoner vier containers voor zijn deur heeft dan vier inwoners elk
één... Een wethouder dient boven een dergelijke
mentaliteit te staan, in werkelijkheid buit zijn Dienst zo een
mentaliteit uit (ja, wie wil wel zo een container voor de deur?) om
de bewoners tegen elkaar uit te spelen, zelfs op te zetten, ja met
regelrecht bedrog zijn gang te gaan. Een ondemocratische, door niets
beteugelde Dienst treedt op als een Staat in een Staat. Vandaar het
verlangen van de Sociaal-Democratische partij dat in alle
bestemmingsplannen de plaats van dergelijke objecten toestemming van
Stadsontwikkeling en Monumentenzorg moet hebben en dat er recht van
beroep voor de bewoners wordt geschapen.
Aan de andere kant van de
Witte Rozenstraat, bij de Witte Singel, staat een ongeordende
hoeveelheid containers schots en scheef opgesteld op het trottoir op
een ruimte waar gemakkelijk het café Oud Hortuszicht
weer zou kunnen staan... In de Gerrit Doustraat (waar kennelijk geen
„ondernemers” wonen) staan de containers midden in de
straat... De in- en de uitgang van de Valdezstraat zijn een affront
aan het gezicht, het reukorgaan en de oren (de rubberdoppen waarmee
de kleppen oorspronkelijk waren uitgerust zijn door harde
plasticdoppen vervangen die niets dempen, dat lawaai gaat
continue door, dan komt drie keer per week een gigantische vrachtauto
die de containers omkiepert met een lawaai dat van een fabriek niet
geduld zou worden - maar in geen enkel bestemmingsplan is tot nu toe
opgenomen hoeveel lawaai de gemeente zelf mag maken).
„Schoonheid”
en Visuele Vervuiling
Zelfs in de Pieterswijk vinden we
onsmakelijke ophopingen van containers, bijvoorbeeld naast het
Kamerlingh Onnesgebouw, en ook in de Papengracht bij de hoek van de
Breestraat. En dan die „kleine” containers voor afval met
name in de Breestraat, maar ook op de Doezastraat en elders, bij
voorkeur midden op de trottoirs, zodat er hier en daar zelfs geen
kinderwagen meer langs kan, overal die grote, gezichtsvervuilende,
opdringerige, bijna alle iets scheef geplaatste vuilnisbakken! Met
„scheef” bedoelen we in de eerste plaats uit het lood,
maar de Vandaal heeft ze op alle mogelijke manieren scheef
geplaatst... net niet voor de as van twee ramen van
monumenten, voor de kleine sprong tussen twee gebouwen, zodat
erachter plaats voor afval, misschien wel een urinoir, ontstaat...
net gedraaid ten opzichte van de richting van de straat, net scheef
voor ander straatmeubilair... De kleur van die dingen! Alsof het
goedkoopste gegalvaniseerde ijzer goed is voor de Binnenstad... Bijna
elke stad kan het beter, zelfs de NS hebben op de stations
papierbakken die redelijk zijn vormgegeven, Dordrecht heeft (van
dezelfde leverancier!) een half zo klein model, in beschaafde kleuren
gespoten, en dat bovendien met zorg wordt neergezet, zo veel mogelijk
aangepast aan de gevelindeling van de gebouwen erachter.
Protesteren
bij de Afdeling Groen van de gemeente helpt niet, want de Afdeling
Groen is dezelfde als de Afdeling Milieu en Beheer. Ook deze
volstrekt tegenstrijdige functies wil de Sociaal-Liberale Partij uit
elkaar halen en aan verschillende wethouders toevertrouwen, zodat
ecologische belangen niet platgewalst worden onder het financieel
„beherende” apparaat. Ook hier moet de Nieuwe
Groezeligheid door democratisch evenwicht en democratische
transparantie worden vervangen.

Een
Dordtse vuilnisbak in beschaafde kleuren,
ook bij een modern
gebouw goed „aangelijnd”
Decentralisatie gemakkelijk voor het Rijk, moeilijk voor de
Burgers
Veel van de moeilijkheden van de gemeentes komen
voort uit decentralisatie. Over de juridische onzekerheden voor de
burger zie men bij onze voorstellen om de wildgroei van
ondemocratische bestuurslagen tegen te gaan; de moeilijkheden van de
situatie worden door de gemeentes geweten aan gebrek aan
decentralisatie van gelden: uiteraard moeten de uitkeringen aan de
gemeentes drastisch omhoog om te voorkomen dat ze willoze speelballen
worden van projectontwikkelaars - maar dat ontheft de gemeentes niet
van de plicht om zover als ze zelf kunnen de ontwikkelingen te
bepalen. Wij menen dat de gemeente Leiden veel te weinig weerwerk
biedt aan de speculanten en bovendien te veel (postzegel)plannetjes
ontwikkelt of laat ontwikkelen waarvan de samenhang met het geheel
van de stadsontwikkeling totaal ontbreekt. De Sociaal-Liberale Partij
meent dat elk plan ontwikkeld moet worden in nauwe samenhang met het
bestaande bestemmingsplan, de aanliggende plannen en de belangen van
goede woningbouw, monumenten- en natuurbescherming en voetgangers-,
fietsers-, auto- en railverkeer.
Belangrijke Plannen - de Gemeenteraad
Ziende Blind?
Haagwegterrein
Als laatste
schrijnende geval van gebrek aan integratie en willoos toegeven aan
de grondeigenaar-speculant kunnen wij de plannen voor het Van Gend en
Loosterrein noemen (ook wel met de naam die de gemeente eraan geeft,
Haagwegterrein, aangeduid). Allereerst loopt het plan weer
vooruit op een goed en geintegreerd vervoers- en verkeerssysteem.
Voor het ontwerpen moet eerst het definitieve tracé van de
Rijn-Gouwelijn zijn vastgesteld. Zoals men weet is de
Sociaal-Liberale Partij voor invoer over het (te verdubbelen)
bestaande spoor en verhoging van de lijn zodat alle gelijkvloerse
kruisingen, in het bijzonder die over de Haagweg en de Morsstraat,
ongelijkvloers worden.
Al in 1968 heeft ondergetekende (Wouter
Kuyper) in het Leidsch Dagblad gepleit voor een station op het Van
Gend & Loosterrein, al in 1998 is dat idee doorgedrongen tot de
voorhoede van de plannenmakers in de toen uitgeschreven wedstrijd met
het plan ,,Woonvormen” van Ruigrok-Feyen-Winkler-Van Dijk &
Wouda.
Natuurlijk, iedereen die wil zien en z’n hersens
gebruikt ziet de voordelen van zo een plan! Om te beginnen de
fietsers. De gemeente stelt nu voor ruwweg ter hoogte van de
Groenoordstraat een tunneltje te bouwen, kennelijk met het opzet om
de fietsersstroom uit Zuid-West niet meer over de Haagweg en het
Noordeinde naar de Breestraat te laten gaan, liefst helemaal niet
naar de Breestraat, om daar maar ruimte te krijgen voor het
ongelukkige sneltramtracé met zijn lange perrons, enz. De
fietsers zouden aan het oostelijke eind van de Breestraat moeten
uitkomen - maar dat willen ze helemaal niet, zeker niet als ze de
kant van de Haarlemmerstraat op willen. De fietsers uit Zuid-West die
het toch willen rijden allang langs de Telderskade en de Jan van
Goyenkade. Die zullen een veiliger route krijgen bij de (geringe)
spoorverhoging die bij de Telderskade nodig is om een onderdoorgang
te maken. Verder onderdoorgangen zoals genoemd en bij de
Zoeterwoudseweg-Herenstraat. Voor voetgangers van het Station naar de
Universiteit en verder de stad in een elegant brugje over de
Trekvaart - met ruime treden waar nog wel een kinderwagen over kan
maar die het fietsen onmogelijk maken - ter hoogte van de
Universiteitsbibliotheek. Handhaving van het parkeerterrein,
gedeeltelijk onder de tot twee sporen te vernauwen spoorbaan
geschoven en het handige kleine busje naar de stad (wat voor traject
zo een busje van af een Morspoortgarage zou moeten volgen is
raadselachtig) en toevoeging van een watertaxi met draaikom aan de
zuidwestkant. Beide overkapt, gekoppeld aan de stationsoverkapping.
Een groot voordeel van verhoging van de baan ligt ook in de
mogelijkheid om aan de viaducten over de Haagweg en Morsweg en de
brug over het Galgewater een fietsers- en een voetgangersbrug te
hangen, zodat het gemotoriseerd verkeer ter plaatse volkomen
gescheiden wordt van de doorgaande fietsers en voetgangers.
Dit
voorstel past goed in ons algemene vervoersplan dat de Rijn-Gouwelijn
(althans een spoorwegachtige verbinding) over de hal van het
Centraal-Station wil doortrekken richting Noordwijk, zodat daar ook
meer opstelruimte ontstaat en er op het Van Gend & Loosterrein
ruimte kan worden gewonnen.
Hoe dan ook menen wij dat de
voorgestelde hoogbouw uit het plan moet, dat de kavels (voor tuinen!)
van de eengezinswoningen groter moeten - de capaciteit voor prettig
en menselijk wonen in Leiden is nu eenmaal beperkt, dus minder
woningen. Vooral aan het Haagwegeinde wordt er gewoon te weinig groen
en ademruimte gegeven, wat de gemeente probeert te maskeren door een
bestaand park in Zuid-West bij het plan te betrekken. (Het lijkt wel
het gerommel met kiesdistricten in Engeland: als straks het vigerende
bestemmingsplan in Zuid-West wordt herzien wordt het park
waarschijnlijk weer uit „Haagwegterrein” gehaald!). (Ook
wordt er gesjoemeld met de bebouwingsdichtheid door de al gebouwde
Keektoren bij het plan te betrekken - die toren is met een artikel-19
procedure in het bestemmingsplan voor Zuid-West gerealiseerd en hij
moet nu kennelijk „gelegaliseerd” worden binnen een
totaal ander plan).
Financieel is ons voorstel mogelijk door de al
gevoteerde gelden voor de Rijn-Gouwelijn voor de infrastructuur te
gebruiken. Overigens menen wij dat de Nederlandse Spoorwegen als
instantie die publieke dienstverlening moet betrachten geen winst
horen te maken op grondtransacties. Zoals in ons manifest opgemerkt:
indien nodig weer nationalisatie van de Spoorwegen.
In het
regionale verband merken wij op dat vorming van een Provincie
Midden-Holland met diensten gevestigd in Woerden en in en dichtbij de
stad Utrecht de noodzaak voor Leiden om voor een Haags „overschot”
te bouwen zal verlichten en dat trouwens bouw in Valkenburg mogelijk
wordt.

Diagram
van bestaande en voorgestelde rail- en waterverbindingen
Bestemmingsplannen volgend op het
Beschermde Stadgezicht in de Geest van het Beschermde Stadsgezicht en
niet Lijnrecht ertegenin
Voor ieder die wil zien is het
Aalmarktplan regelrecht in strijd met het Beschermde
Stadsgezicht, bijvoorbeeld met de gaten die in de Breestraat en de
Haarlemmerstraat moeten worden geslagen, merkwaardig is dat het
zogenaamde plan Binnenstad I, dat een veel groter gebied van
de Binnenstad omvat, practisch alles wat naast het Aalmarktplan
overblijft en dat rondweg regressiever is dan de vigerende
bestemmingsplannen die nota bene zijn opgesteld voordat het
Beschermde Stadsgezicht tot stand is gekomen... dat dit plan haast
geruisloos door de gemeenteraad is geaccepteerd. Slechts een paar
bestemmingen zijn gewijzigd, maar aan zaken die monumenten, die het
aspect betreffen, is volstrekt niets gewijzigd. Ziende blind? Mochten
verhelingen in de Haarlemmerstraat tot 15 meter gevelbreedte (drie
keer zo breed als de normale perceelsbreedte!) in het vorige
bestemmingsplan? Mag er nu zomaar een hoge, gladde, ongebroken pui
onder de prachtige Vingboonsachtige gevel net voor de Hooglandse
Kerksteeg (nr. 174, waar nu Hennis & Mauritz in zitten, die
overal proberen het droevige record aan lelijke schaalvergroting in
de Hollandse binnensteden te breken, dat tot nu toe op naam stond van
C & A) die onbeschaamd hoog, grof, glad en ongebroken de volle 15
meter doorloopt onder de bij de winkel getrokken buurpanden? Het pand
staat nota bene op de monumentenlijst en heeft achter zijn gevel van
1679 een laat-gothische houtconstructie...
Wordt er iets
gedaan aan de ongelukkige gewoonte (zie b.v. de andere panden van
Hennis & Mauritz in de Haarlemmerstraat) onderdorpels van
winkelpanden, vooral helaas wanneer ze van natuursteen zijn, te
verlagen tot ook een passerende dashond de uitgestalde lingerie kan
zien? en bij voorkeur dan zo dat de aansluiting brokkelig en lelijk
wordt gemaakt? zie ook een aantal puien in de vroeger zo voorname
Breestraat...
Het lijkt hoe dan ook wel of er in de stad een
Vandaal het voor het zeggen heeft die overal waar hij kan natuursteen
door beton vervangt. Op een van de laatste vergaderingen waar hij
voorzitter was van de Kon. Ned. Oudheidkundige Bond (KNOB) sprak Kees
Goekoop behartigingswaardige woorden over het treurige vervangen van
natuursteen door beton... maar toen we terug kwamen in Leiden werden
net de stoepbanden van blauwe steen van de Valdezstraat, die daar zo
een honderd jaar hadden liggen mooi zijn en dat nog wel honderd jaar
wilden doen, door betonnen banden vervangen... Om de totale
verpaupering van die straat te bewerkstelligen heeft de wethouder
voor de gezichtsvervuiling (een andere vandaal) er toen nog wat
betonnen vuilcontainers tegenaan gekwakt. (Misschien was het al Van
der Sande, misschien was het nog de wethouder met de mislukte
Bismarcksnor, die in de wijk woont, en voor wiens huis - toevallig,
wat?! - de enige verzonken containers in de wijk zijn geplaatst).
Maar om tot de Vandaal terug te keren: bij de herbestrating van de
Pieterswijk zijn weer overal betonnen banden gelegd en in de
Breestraat heeft de Vandaal 2 of 3 centen willen besparen door geen
natuurstenen stoepbanden te leggen, maar natuursteenfineer op beton
geplakt. Of hij iets spaart is de vraag gezien de moderne verhouding
van arbeidskosten staat tot materiaalkosten, maar of je het ziet...
„Veneer” is de treffende Engelse uitdrukking, een laagje
vernis dat gebrek aan goede qualiteiten moet verhullen. Dit laagje is
zo dun dat het nauwelijks strak zit en op allerlei plaatsen er af
gereden wordt... Een goedkoop, verpauperend gezicht.
Vandaar
en nogmaals, en ook met het oog op het straatmeubilair e.d., een
krachtig pleidooi voor een Binnenstadsautoriteit verbonden aan een
stevige, onafhankelijke afdeling Monumentenzorg!
Zo een
pleidooi is natuurlijk verbonden met het algemene verlangen van de
Sociaal-Liberale Partij om niet tot minder maar eerder tot meer
stedelijke diensten te komen, georganiseerd als zo veel mogelijk
onafhankelijke afdelingen zodat het duidelijk is wie voor wat
verantwoordelijk is, zodat niet de ene dienst zich achter de andere
kan verschuilen, en erger, zodat niet de ene wethouder zich achter de
andere verschuilt. Het principe van „checks and balances”,
het evenwicht van machten, is volkomen zoek. Er zijn zelfs een paar
wethouders die portefeuilles met diametraal tegengestelde belangen
beheren. Zo moet de wethouder Geertsema wel een Thorbecke van scherp
inzicht zijn om tegelijktijdig de portefeuille van monumentenzorg en
die van economische zaken te beheren. Met alle goede wil is dat niet
mogelijk en de heren en dames Gemeenteraadsleden zouden
tegenstrijdige belangen bij de portefeuilleverdeling beter in de
gaten moeten houden.
Vermoedelijk is de Vandaal uit de Veluwe
geimporteerd waar hij tussen kippenhokken groot is geworden. Dat was
geen bezwaar voor de gemeente om hem te betrekken bij Binnenstad
I. Vandaar een aantal taalfouten en een ontstellend begrip voor
wat monumenten zijn in dit bestemmingsplan dat volgt op een Beschermd
Stadsgezicht! De Vandaal kent bijvoorbeeld het woord „balustrade”
niet, zodat hij van „afrasteringen” spreekt... Alsof ook
het Rapenburg met kippenhokken volstaat. Op het verlangen van de
Stichting Arent van ’s-Gravesande (die zich voor historische
binnensteden en architectuur inzet) om tussen op vlucht
gebouwde gevels z.g. „aangepaste bouw” ook op vlucht te
zetten (dat is, expres een tikkeltje voorover gebouwd) geeft de
Vandaal een antwoord dat nergens op slaat en waaruit weer zijn
onbegrip voor historische en monumentale architectuur
spreekt.
Vandaar en nogmaals, en ook met het oog op het op
vlucht bouwen (zoals het in Amsterdam bij herstellingen meestal
gedaan wordt, recent b.v. bij opnieuw opgetrokken 18de-eeuwse gevels
aan de Martelaarsgracht) een krachtig pleidooi voor een
Binnenstadsautoriteit verbonden aan een stevige, onafhankelijke
afdeling Monumentenzorg - volstrekt geen overbodige luxe.
Over
aangepaste bouw, natuursteen en de binnenstad sprekend: laat ons wat
over het Kamerlingh- Onnesgebouw citeren uit de bezwaren die de
Stichting Arent van ’s-Gravesande heeft ingediend. «Verder
bevreemdt ons de gang van zaken in en om het gebouw. In, omdat bij de
zogenaamde restauratie van de collegezaal geluids- en of
lichtornamenten zijn geplaats juist voor de balustrade van het
balcon, en, erger nog, een volstrekt gebrek aan respect en begrip
voor de Laat-Classicistische inrichting van de zaal aan den dag
leggend, juist voor de capitelen van de pilasters. Aan het exterieur
verraadt een dergelijk onbegrip zich in het ontkrachten van de
samenballende functie van het dak door het verhogen van de gootlijst
en, vooral, het aanbrengen van ontelbaar veel dakramen waardoor het
dak nu meer op gatenkaas dan iets anders lijkt. Ook in de details
verraadt zich het gebrek aan inzicht voor wat historisch echt
architectuur is geweest: het gebruik van natuursteen bijvoorbeeld: de
afdeklijsten van de ingangspartij zijn aan de uiteinden onbewerkt(!),
zodat de architect kans ziet natuursteen te gebruiken alsof het een
soort pasta uit een tube is die op willekeurige afstanden glad
afgesneden wordt... (Zelfs de vieze merken van de leverancier zijn
nu, na maanden, nog niet verwijderd).
«Indien we om het
gebouw heen lopen zien we vele soorten architectuur, alsof de
architect nog moet proberen wat er eigenlijk past in een binnenstad
en wat niet. De moderne gevel aan de Zonneveldstraat... Het had
natuurlijk voor de hand gelegen in architectuur en massa aan te
sluiten bij de oude stad zowel als aan Neisingh’s
politiekantoor - wat gemakkelijk had gekund door versmallingen van de
straat aan de uiteinden en een inwaartse beweging in het midden
sympathiek met de inwaartse beweging van het politiekantoor. Nu is
het ongelofelijke gebeurd: het veruit lelijkste gebouw van de
binnenstad met een veel te grote schaal heeft een nog groter
schaal gekregen. Toen wij de posten voor de schermconstructie die wij
bedoelen zagen oprichten dachten wij dat de gevel eindelijk een
menselijke en aan de historische binnenstad aangepaste schaal zou
krijgen, maar helaas! enkele dagen later was er een schuin en
overschuin latwerk aangebracht dat door zijn kleine afmetingen als
één reusachtig scherm werkt - en dat bovendien nog
langer is en voorbij de hoeken schiet zodat het opzij ook nog eens
van ver (en onbegrijpelijk) zichtbaar is. Verder is de vooruitsprong
op de hoek van de Langebrug en de Steenschuur van een materiaal
(glas) en vorm (de hoek afrondend terwijl het gebouw van de Sociale
Dienst een rechte hoek heeft) die detoneren in de
binnenstad.»
«Waarom zijn er toch zo veel andere
gemeenten die (meestal ondergrondse) containers hebben met
schommelconstructies die ook het lawaai van het storten van vuil
aanzienlijk beperken? En die bovendien electronische sloten hebben op
de containers? De opvallende moderniteit van de nieuwe, sterk
vooruitspringende vleugel van het Kamerlingh Onnesgebouw op de hoek
van de Lange Brug-Steenschuur werd nog enigszins gemitigeerd door een
ruim trottoir ervoor. Och arme! Zodra Van der Sande dat had gezien
beval hij direct zijn gezichtsvervuilende maatregelen en nu staan er
al weer twee containers midden op de openbare ruimte van het
trottoir...
«Wij menen trouwens dat de ertegenover
staande moderne gebouwen van de Sociale Dienst door Van Oerle en
Schrama, 1982, de status van gemeentelijk monument dienen te krijgen
(evenals trouwens het nog resterende onderstuk van de Petruskerk van
Theo Molkenboer, 1835, na 1853 hoofdkerk der Leidse Roomsen en dat
nieuwbouw erachter en ertussen plaatst dient te hebben. Wij merken
nog op dat deze gebouwen liggen in zône A van het beschermde
stadsgezicht, de zône die met de hoogst mogelijke zorvuldigheid
behandeld moet worden. Bescherming van individuele panden in deze
zône dient niet van louter opportunistische factoren af te
hangen.
De gemeenteraad heeft trouwens bij amendement een meer
gevarieerd gebruik van Lange Brug 56-60 aangenomen, wat
maatschappelijke doeleinden mogelijk maakt. Dan ligt het voor de hand
de bestaande bebouwing als passend in de binnenstad daarin te
integreren (van het kerkportaal b.v. een waardige ingang te maken).
Het is merkwaardig dat de gemeente één van de
verdienstelijkste, in maat, schaal en materiaalgebruik zeer wel aan
zijn omgeving aangepaste gebouwen die door de gemeente zelf zijn
neergezet als wegwerparchitectuur wil behandelen. Met het Centraal
Faculteiten Gebouw van Evert Kleijer en met alle verschillen met dat
gebouw is het een van de weinige gebouwen van de laatste decennia in
Leiden van een consequente moderne architectuur. Wanneer de gemeente
niet tot een aangepaste oplossing bereid is krijgt ze het odium zelfs
in de Pieterswijk (echte of vermeende) economische belangen boven
culturele waarden te stellen.»
Verder in dat
bezwaarschrift o.a. een alinea tegen het maar onbeperkt toelaten van
terrasboten, waarbij het recht van de sterkste in plaats van het
bestemmingsplan maar moet uitmaken waar ze komen. De gemeente laat
namelijk weten dat het aantal wel mee zal vallen gezien de hoge
precariorechten die ze gaat heffen. Deze terrasboten, die bovendien
door overhuivingen er steeds meer gaan uitzien en klinken als
lawaaiige woonboten, verdragen zich slecht met een aangename visuele
beleving van de waterpartijen, in het bijzonder de centrale
waterpartij waar de Rijnarmen bijeen komen.
Ook hier: een
pleidooi voor een Binnenstadsautoriteit verbonden aan een stevige,
onafhankelijke afdeling Monumentenzorg, lijkt geen overbodige luxe.
Waarom niet gecombineerd met een Restauratieacademie en gevestigd in
het complex Petruskerk-Brandweerkazerne-Sociale Dienst.
Ook op
landelijk gebied en in andere plaatsen heeft vestiging van de
Monumentendienst te midden van het zwaartepunt van monumenten en in
een historisch gebouw de voorkeur van de Sociaal-Liberale Partij. Hoe
kan men beter het gebouwde milieu beschermen dan wanneer men er
midden in zit? Dus geen verhuizing van de Amsterdamse dienst uit het
Huis met de Hoofden! Geen verhuizing van de schamele resten van de
Rijksdienst voor de Monumentenzorg naar het excentrische Amersfoort,
naar een daar excentrisch liggend gebouw van hellende glazen
„architectuur” van een buitenlandse architect...
Te
verkiezen valt een gezaghebbende Rijksdienst dichter bij het
monumentale centrum, wellicht met een paar directoraten, een krachtig
(rijks)directoraat in Midden-Holland, één in Groningen,
één in Breda en één in
Maastricht.
Ziende blind... ter voorbereiding om weer met
allerlei ontheffingen (de art. 19-regeling) die sterk in strijd zijn
met de geest van het bestemmingsplan voor de Pieterswijk te worden
uitgevoerd ligt een (speculatief) plan voor een appartementengebouw
met lift op de beeldbepalende hoek van het Rapenburg en de
Nieuwsteeg, waar nu de dan nog enigszins aangepaste (zie de daken)
Instrumentmakersschool staat. Alweer uit een bezwaarschrift van de
Stichting Arent van ’s-Gravesande: «Hierbij maken wij
ernstig bezwaar tegen het bouwplan voor Rapenburg 124, met name tegen
de twee ontheffingen die nodig zouden zijn om het „dak”
anders dan in het hele gebied voorschrift is uit te voeren, en om in
plaats van een (stads)tuin zoals in dit keurblok betaamt een bestraat
parkeerterrein voor vijf auto’s, veel fietsen en vijf
volumineuse vuilcontainers te plaatsen, dat in het plan een „tuin”
wordt genoemd maar dat niet meer is dan een ommuurde, geplaveide
parkeerplaats met een drietal bomen.
«Een plan dient te
voldoen aan de algemene criteria te stellen in het bestemmingsplan -
indien dat niet mogelijk is met vijf volledige wooneenheden en vijf
volledige autoparkeerplaatsen dient men zich af te vragen of het
gevraagde volume wel in overeenstemming is met de uitgangspunten van
het conserverende beleid ter plaatse.
«Indien het dan niet
mogelijk is (zoals wij vragen in ons bezwaar op het Bestemmingsplan
Binnenstad I) te komen tot herbouw van het patriciershuis dat tot de
buskruitramp op de tegenoverliggende hoek van de Nieuwsteeg heeft
gestaan, zou men in elk geval het profiel (de daklijn) van de huizen
aan het Rapenburg dienen te volgen. Allicht kan dat met een aantal
bescheiden dakkapellen en grotere ramen aan een inpandige patio
rondom de trappen en de lift. Laten eindigen van de lift een
verdieping lager zou beter zijn, ook voor het voorgestelde profiel
omdat het lifthuis boven het dak uitstreekt. Niet veel, maar juist
wegens de geexposeerde ligging goed zichtbaar over de
Doezastraat.
«De dakopbouw zou als zelfstandige villa in een
bungalowpark op de Veluwe misschien aardig staan, maar hier is hij
geheel misplaatst.
«Nog steeds gaat men voorbij aan het feit
dat een belangrijk onderdeel in het 17de- en 18de-eeuwse aspect,
beeldbepalend mogen we wel zeggen, het op vlucht bouwen is (de gevels
een zeer geringe voorwaartse helling geven), waarom wordt dat hier
geen voorschrift?
«De inwendige indeling treft natuurlijk in
de eerste plaats de toekomstige bewoners, ons treft dat de corridor
achter de voorgevel recht op een toilet aanloopt - voorwaar, een
unicum aan het Rapenburg!
«Maar het voornaamste bezwaar
hier, pijnlijk in het oog vallend bij alle liefhebbers van de
binnenstad, is wel de foeilelijke raamindeling. Hier heeft de
tekenaar een liggende roedenindeling gemaakt die vloekt met alles wat
er in de 17de tot 19de eeuw tot stand is gebracht. Wij kunnen juist
waardering hebben voor het in hoogte laten afnemen van de raamhoogte,
laat deze winst nu niet volledig verloren gaan bij deze volslagen
afwijkende detaillering. Deze detaillering gevoegd bij de
ongenuanceerde beeindiging - of liever het volstrekt ontbreken van
enige detaillering van de lijst boven het bakstenen gevelvlak (en
hetzelfde geldt nog sterker bij het gepleisterde huis) - doet het
bakstenen gebouw nog het meest lijken op de architectuur van het
interbellum in Italie en Portugal - Salazar-architectuur, waarvan de
raamindeling met liggende roeden in Nederland vooral in veestallingen
terecht is gekomen.
Waarom de inleiding spreekt van de
gewaardeerde 18de- en 19de-eeuwse architectuur aan het Rapenburg maar
waarom het gepleisterde gebouw T-vensters vertoont die pas in de
tweede helft der 19de eeuw in opkomst zijn gekomen en die in hun
lelijkheid een van de redenen tot Monumentenzorg hebben gevormd, is
een raadsel. Men past toch geen eclectische of half-eclectische (zie
de genoemde „kroonlijsten”) stijlen toe uit perioden die
men niet aanprijst en die juist uit misselijkheid over hun ontstaan
de aanzet tot restauraties hebben gegeven? Waarom ook dit armetierige
kozijnhout dat veel dunner is dan bij de beste gevels aan het
Rapenburg?»
Waarom dit Veluuws villa’tje bovenop
een Salazar-kazerne gekwakt? De eis van dakvlakken wordt niet voor
niets in het Bestemmingsplan voor de hele Pieterswijk
gesteld!
Waarom kan Amsterdam de Haringpakkerstoren herbouwen
maar heeft in Leiden in de Binnenstad een hoogst onaangepaste moderne
architectuurcongsi het voor het zeggen? Waarom heeft Dordrecht bij
saneringen althans de voornaamste gevels gespaard en elders in het
centrum opgesteld? Waarom wil men in Delft het gebouw van het
Lucasgilde herbouwen? Zelfs een kleine gemeente als Valkenburg ziet
kans om na 60 jaar de torenspits te herstellen, zodat de kern weer
een aardig, herkenbaar profiel heeft... Waarom zou aan het Rapenburg
het laatste redelijk aangepaste nieuwe huis het al weer voor-oorlogse
hoekpand Rapenburg-Kaiserstraat moeten blijven?
Nogmaals, een
Binnenstadsautoriteit onder een stevige, onafhankelijke afdeling
Monumentenzorg, is geen overbodige luxe in de tweede monumentenstad
van het land. Waarom niet gecombineerd met een Restauratieacademie en
gevestigd in het complex Petruskerk-Brandweerkazerne-Sociale
Dienst?
Over ziende blind: wat de Raad verder over het hoofd
ziet is dat, ondanks plechtige beloften van de tijdelijkheid (en de
slechts voor tijdelijk verleende vergunningen) het Bestemmingsplan de
fietsenstallingachtige inbouw op het voorplein van de Lakenhal wil
legaliseren... De Lakenhal (van 1640) is het fraaiste en voornaamste
civiele gebouw voor Leiden dat de stadsbouwmeester Arent
van’s-Gravesande heeft gebouwd. Een van de topmonumenten van
het land, waarvan de architectuur zo is gepland dat zij zich voor het
zicht ontvouwt wanneer men binnenkomt door de deur in de muur die het
voorplein van de weg afscheidt. Ondanks sterke bezwaren van alle bij
monumenten betrokken partijen (zoals de Monumentenraad, Oud-Leiden,
de Bond Heemschut, zelfs de verantwoordelijke Minister) is er
indertijd toestemming gegeven voor een lichte tijdelijke
constructie, die na afloop van een paar tentoonstellingen naar elders
verplaatst zou worden. Het voorplein was openbare ruimte waarop
krachtens het bestemmingsplan (één van die al voor het
Beschermde Gezicht vigerende bestemmingsplannen die, nota bene,
stringenter waren dan wat nu, volgend op een Beschermd Stadsgezicht,
voorgesteld wordt) geen bebouwing mocht plaatsvinden. Ziende blind
is wel de juiste typering voor wie een dergelijke grove legalisering
over het hoofd zien!
Verkeer en Vervoer
Vrachtvervoer
en ander zakelijk vervoer, ook privé en touristisch
De
Sociaal-Liberale Partij is voor aanleg van de verbinding tussen de A4
en de A44 door Voorschoten. De nadelen voor Voorschoten moeten zoveel
mogelijk worden beperkt door gedeeltelijk verdiepte aanleg b.v. langs
Berbice en onder de Vliet (die trouwens ook verbeterd moet worden als
vaarweg - nog steeds rijden er zandauto’s door Voorschoten
omdat de Vliet tussen Leiden en Voorburg al honderden jaren op
verbetering wacht). Argumentatie: het doorgaande verkeer dwars door
Leiden-Zuidwest en de Mors geeft helaas stedebouwkundig en wat
milieubelasting betreft meer overlast en is onacceptabel. Ook een
nieuwe weg ten Zuidwesten om de nieuwbouw bij Valkenburg dient op
deze weg te worden aangesloten. Dit moet trouwens de laatste
aantasting zijn van het open en groene gebied tussen Leiden en Den
Haag.
Openbaar Vervoer
De Sociaal-Liberale
Partij is tegen light-rail op alle plaatsen waar zij op ongelukkige
wijze met het vervoer van de NS concurreert en/of tracé’s
vereist zoals door de Leidse binnenstad. Dus geen semi-trein over de
Lammenschansweg , de Breestraat en de Steenstraat!
Aangezien
het een Provinciaal programma betreft, waarvoor de gemeenten
toestemming en grote bijdragen moeten leveren, hier de nadelen van de
lijn per gemeente opgesomd. Het gevaar van zo een vervoer in de stad
en de lelijkheid van rails met brede gleuven, perrons, wachthuisjes,
palen en draden is al lang opgesomd door wijkcomité’s en
de fietsersbond. (De Utrechtse sneltram mocht van de Utrechtse Raad
niet dwars door de stad en heeft b.v. in IJsselstein spoorbomen op de
kruisingen; de Rotterdamse naar Zevenkamp heeft ondanks spoorbomen in
de tien jaren van zijn bestaan al een tiental doden gevergd). Hier
nog even iets over de geschiedenis: de oude blauwe tram is indertijd
opgeheven omdat zij gevaarlijk was en verkeerscongestie gaf. Het plan
was om de bussen uit het Zuidwesten bij Station Lammenschans te laten
stoppen en het vervoer verder de stad in met kleine bussen te
verzorgen en het vervoer naar Leiden-Centraal per spoor. O.a. omdat
Leiden nooit een stadsvervoer door het centrum heeft weten op te
zetten (in tegenstelling met het kleinere Delft!) en omdat de
spoorbaan niet verdubbeld en verhoogd is, is het daarvan nooit
gekomen. Laat ons dan eindelijk ons verstand gebruiken (het enige
Raadslid dat het tot nu toe doet is Filip van As) en het geld voor
het tracee, nu het er is, goed gebruiken!
Aangezien de
Provincie voortdurend de lijn in stukken hakt en iedereen het
overzicht verliest hier enige opmerkingen over het tracé
ten nutte van de plaatselijke partij-afdelingen waaruit de logische
conclusie zal volgen dat het voorgestelde tracee en materiaal
geinvesteerd kapitaal vernietigen en dat het tracee oneconomisch en
dus duurder in het gebruik zal zijn, zeer gewenste verbindingen niet
geeft, niet goed geintegreerd is met het spoorverkeer in de Randstad,
en, in het bijzonder tussen Alphen en Leiden-Centraal een veel
langere reisduur geeft.
Waddinxveen
Veel
forensen uit Waddinxveen reizen nu eerst naar Gouda, moeten dan
wachten en overstappen om dan weer in omgekeerde richting verder te
gaan naar Den Haag of Rotterdam. Toen er nog een vooruitziend
gemeentebestuur was, jaren geleden, is er al in het bestemmingsplan
een bocht of lus gereserveerd om direct naar Zoetermeer-Den Haag te
kunnen gaan. Kortom, de Sociaal-Liberale Partij stelt voor om deze
lussen direct naar Den Haag en Rotterdam direct aan te leggen.
Het
is wel ongelooflijke godspe van Jeltje van Nieuwenhoven om tegen de
Waddinxveense raad te beweren dat als de raad het niet met het tracee
eens is (waar al het geld in verdwijnt) de sneltram niet in
Waddinxveen zou stoppen! Dan zou immers de laatste rentabiliteit van
de lijn verdwijnen. Het is wel jammer dat Jeltje critiekloos het
megalomane project van haar voorganger-Gedeputeerde overneemt. Het
eigen verstand gebruiken zou te verkiezen zijn boven dit staaltje van
de in de PvdA gebruikelijke partijdiscipline. Zie bij ons
landelijk programma het voorstel om de Provincie Zuid-Holland maar
geheel op te heffen.
Boskoop
De spoorlijn
Alphen-Boskoop-Waddinxveen-Gouda is in 1934 aangelegd voor de
boomkwekers om hun producten per spoor te versturen (zelfs met een
echte spoorhaven). Door de crisis en de opkomst van de vrachtauto is
daar nooit iets van gekomen. Sindsdien reizen de Boskopenaars per
auto (de jeugd per fiets of bromfiets), ook al omdat de lijn te ver
van het centrum ligt. De Sociaal-Liberale Partij stelt verhoging van
de lijn voor waar het nog niet is gebeurd: veilig en prettiger voor
het andere verkeer. Het volstrekt onrendabele traject Boskoop-Alphen
wordt nu door het Rijk betaald, bij exploitatie door een andere
maatschappij dan de NS zullen de kosten op de reizigers worden
verhaald in de vorm van duurdere kaartjes. Zo worden de
maatschappelijk zwakkeren twee keer de dupe: zie ten eerste het door
alle Raadsleden onnadenkend gebruikte argument „het Rijk
betaalt tocht voor de aanleg”. Ja zeker, maar hebben diezelfde
Raadsleden niet in de gaten dat het Rijk de laatste jaren steeds meer
belasting int met indirecte belastingen? Op wie denken de Raadsleden
dat dat het zwaarst drukt? Ten tweede worden de maatschappelijk
zwakkeren de dupe van duurdere kaartjes en draaien zij op voor de
verloren manuren. Deze zijn te schatten op vele hondderduizenden per
jaar, in het langere traject Alphen-Leiden Centraal en in het onnodig
veel te lang reizen van Waddinxveen naar Den Haag en Rotterdam en
v.v. - De veranwoordelijkheid voor Rijksuitgaven ligt natuurlijk in
de eerste plaats bij de Regering en het Parlement, en gemeenten
moeten proberen een redelijk deel uit de pot te krijgen, maar zelfs
dan hebben zij een zekere verantwoordelijkheid voor efficiënte
bestedingen.
(Overigens zouden de problemen van het kruisen
van de vaarroute door de centra van Waddinxveen en Boskoop
gedeeltelijk opgelost kunnen worden door de oude verbinding met Gouda
over het water te herstellen met haltes aan beide zijden).
Alphen
aan den Rijn
Alphen gaat er met het voorgestelde materieel
en het tracee in alle opzichten op achteruit. Het vreemde is dat de
officieele regeringspolitiek de Oost-Westverbindingen wil verbeteren.
Maar de Rijn-Gouwelijn is een Noordwest-Zuidoostverbinding waarvan
een aantal nu al bestaande onderdelen een sukkelend bestaan leiden.
Allereerst het „debiet” op de verbinding
Woerden-Alphen-Leiden: hiervan is Alphen-Leiden het enige rendabele
gedeelte. Maar denken de geachte Raadsleden nu echt dat er voldoende
reizigersaanbod is voor twee maatschappijen? Het directe
resultaat van een Rijn-Gouwelijn zal een opheffing van de
NS-verbinding Alphen-Leiden Centraal betekenen, zodat er slechts een
twee keer zo lang durende verbinding per sneltram overblijft. Moeten
niet alleen de geachte Raadsleden maar niet ook de Kamer van
Koophandel hiertegen protesteren? Het indirecte resultaat zal een
eveneens opheffen van de lijn Woerden-Bodegraven-Alphen zijn. (Nu al
mag men van Leiden voor dezelfde prijs via Duivendrecht naar Utrecht
reizen, en dat wordt nog sneller zodra de bocht bij Duivendrecht
gereed komt).
De Sociaal-Liberale Partij is voor verder gebruik
van de toegezegde rijkssubsidie voor de Rijn-Gouwelijn voor verhoging
en verdubbeling van de lijn Leiden-Centraal naar Alphen en Woerden en
verlichting van het ongemak van de Waddinxveense forensen door
genoemde lussen in westelijke en zuidwestelijke richting met directe
aansluiting op de trajecten naar Den Haag en Rotterdam. Zo ontstaan
bovendien betere verbindingen voor Alphen: b .v. elk half uur een
trein uit Den Haag en een uit Rotterdam naar Waddinxveen waarvan de
helft kopt in Waddinxveen en naar Gouda rijdt en de andere helft
doorrijdt naar Alphen en verder naar Leiden en Noordwijk. Zo komen er
ook in het centrum van Holland alternatieven bij
calamiteiten.
Hazerswoude
Een halte (er komen
alleen haltes, de „stations” op de mooie kaartjes die
worden verspreid bestaan uit lange perrons met wachthokjes) is alleen
rendabel indien er duizenden woningen worden bijgebouwd. In het
Groene Hart van Holland en zowat boven op de H.S.L. die voor
honderden miljoenen onder de grond is gestopt om datzelfde Hart te
sparen. En een terzijde voor de klanten die per bus naar de Leidse
winkeliers gaan: wanneer de buslijn wordt opgeheven is het natuurlijk
veel gemakkelijker om per spoor naar Alphen te
gaan.
Zoeterwoude
Overeenkomstige bezwaren als
bij Hazerswoude, alleen zou hier een buslijn naar de halte bredere
wegen en ook woningbouw in de polder zowel bij Zoeterwoude-Dorp als
bij Zoeterwoude-Rijndijk nodig hebben. Zowel hier als bij Hazerswoude
zijn ongelijkvloerse kruisingen noodzakelijk voor de veiligheid en de
afwikkeling van het wegverkeer.
Leiden
Voordat
we Leiden binnenkomen moeten we over het kanaal met veel scheepvaart.
Hier treffen we het enige goede onderdeel uit het voorstel: verhoging
van de baan. (Ja, alleen voor de sneltram, de voorstellers houden
kennelijk al rekening met het verdwijnen van het spoor). Vervolgens
buigt het tracee af, wat naar het Zuiden, om met zijn tachtig meter
lange perrons bij Station Lammenschans een halte te hebben. Niet aan
de voet van de spoordijk, want daar is een „leergebouw”
van tien tot elf verdiepingen hoogte en honderden meters lengte
gepland. (Zie voor die visuele plank net voor de Petruskerk bij
Stadsontwikkeling). De Sociaal-Liberale Partij stelt verhoging van de
spoorlijn voor op veel plaatsen en hier verdubbeling en
verhoging naar Leiden-Centraal (dus onderdoorgangen bij de
Zoeterwoudseweg, de Telderskade, bij een nieuw station Leiden-Van
Gend en Loos, en bij de Haagweg en de Morsweg). Het grote voordeel
bij Lammenschans is dat het „leergebouw” de ruimte krijgt
voor een beschaafde hoogte die in de wijk past.
Het
Lammenschansweg-Breestraat-Steenstraat tracé! Om met de
geschiedenis te beginnen, met Carlsruhe (zoals de naam van die stad
vanaf het begin is gespeld en hij nog op de monumenten daar valt te
lezen): van achter zijn schrijftafel, met een encyclopedie bij de
hand kan men zien dat de ontwikkeling, de vorm en de ruimtelijke
problemen van die stad en achterland totaal verschillen van
die van Leiden. Wanneer men zich dan toch laat verleiden om in
Carlsruhe te gaan kijken (op kosten van de gemeenschap, het geld moet
er immers ergens uitkomen) laadt men de verdenking op zich reisjes
naar het buitenland boven het algemeen belang te stellen. Educatief
is het ook niet, want de geachte Raadsleden blijven bij hun idee dat
de problemen van Leiden op de manier van Carlsruhe kunnen worden
opgelost. Er is al iets opgemerkt over de geschiedenis van de blauwe
tram: opgeheven als gevaarlijk en verkeerscongestie verwekkend. Nog
zo een voorbeeld dichtbij. Aan het begin van de 20ste eeuw had de HTM
een stoomtramverbinding met Delft, die in Delft over de Oude Delft
liep. Toen die geelectrificeerd zou worden onstond er gote commotie,
en heel de onofficieele en officieele Monumentenzorg liep te hoop
(vreemd genoeg horen we nu niets over de sneltram van de officieele
stedelijke of Rijksmonumentenzorg, bestaan die eigenlijk nog?). Er
was bezwaar tegen het gevaar, de draden en palen, enz. De HTM is toen
zo wijs geweest de tram over de Westvest aan te leggen en Delft heeft
nog altijd een klein busje voor het verkeer in het centrum. In Delft
ligt dus het doorgaande verkeer tangentiaal ten opzichte van
het centrum, en dat is zo in elke stad die haar centrum respecteert,
of het nu Delft of Schiedam of Bonn of San Francisco
is.
Salamitactiek in het Centrum van Leiden
De
middelmatig, maar toch gevaarlijk snelle snelheidslijn wordt in
Leiden in stukjes bij beetjes in een groot aantal bestemmingsplannen
ingevoerd. Gevaar op de Lammenschansweg. Gevaar en congestie in
„Binnenstad I”, gevaar en congestie en blokkade van de
dwarsverbindingen, lelijke palen en leidingen in „Binnenstad I”
en de rest van de Breestraat in het plan „Aalmarkt”, in
de Stationsbuurt-Stadszijde, enz.
Op een paar plaatsen komt de aap
uit de mouw: dat dit plan is opgezet voor de twee grootste winkels,
namelijk V & D en C & A, met veronachtzaming niet alleen van
het stadsschoon (en dus voor het welzijn van alle Leidenaars op de
lange duur) en de belangen van de kleinere winkeliers (door andere
busroutes zullen velen hun habituele klanten missen, een aantal
winkels aan de Breestraat, de Stille Rijn en de Haarlemmerstraat moet
zelfs worden afgebroken). Allereerst de doorbraak van de Breestraat
in de richting van de Waag: zoals alle doorbraken een monstrum door
het gat waarvan de wanden nooit passend worden en hier nog aanlopend
op de gesloten achtermuur van de Waag: men voelt de idee van de
voorstellers: zou de Waag niet een mooie stationswachtkamer zijn voor
de sneltram?
De Sociaal-Liberale Partij is tegen het
Aalmarktplan.
Vervolg Sneltram
De lange perrons
op de Breestraat maken het kruisend verkeer (ook keren wanneer men
met de fiets winkelt) practisch onmogelijk, nog een groot nadeel van
een sneltram in de binnenstad is de te grote onderlinge afstand van
de haltes: alweer lastig voor het publiek en in het voordeel van de
grote winkels waarvoor de enkele haltes worden aangelegd. Dat is nog
zo iets bij het Aalmarktplan: na de doorbraak aan de Breestraat moet
er, veel te dicht bij de andere bruggen, een nieuwe brede brug over
de Rijn komen en een tweede doorbraak, naar de Haarlemmerstraat, die
- men raadt het - eerst een paar zeventiende-eeuwse huizen velt en
dan voor de voordeur van C & A belandt als een echte C &
A-avenue. Gezien het hartelijke medewerken van de successieve P.v.d.
A-wethouders aan het Aalmarktplan kunnen we hier gerust spreken van
een Rode Loper van de Breestraat naar C & A.
De
Sociaal-Liberale Partij stelt een apart Leids stadstrammetje voor,
vriendelijk voor voetgangers, fietsers en milieu, een hybriede tram
die in de binnenstad op rubberbanden rijdt, aangedreven door een
vliegwiel en/of accu’s en bij zijn uitlopers naar Oegstgeest,
Leiderdorp en Lammenschans bovendien op één rail in het
midden, electrisch „bijtankend” via een bovenleiding.
(Een stadstram op één rail en verder op luchtbanden
hadden de geachte Raadsleden in Caen in Frankrijk kunnen zien als ze
daar waren wezen kijken).
Een tweede aap komt uit de
mouw bij het station Leiden-Centraal. Wie dacht dat de lightrail hier
geintegreerd zou worden met het spoorverkeer heeft het mis. Zo zijn
er geen aansluitingen met het spoor gepland, en is er geen ruimte
voor opstelsporen, zodat daarvoor ruimte moet worden gevonden in een
natuurgebied ten Oosten van Leiden (in Zoeterwoude; bovendien
vergroot het nog het aantal trambewegingen door de binnenstad). Een
overkapping is er niet bij (zoals b.v. de metro in Schiedam
aansluitend aan de stationskap heeft gekregen). Neen, de tram moet
uit de Stationsstraat komend vlak langs de hoek van het gebouw aan de
Stationsstraat en het Stationsplein schampen omdat anders de brede en
lange wagens de bocht niet kunnen maken en weer terugbuigen naar de
bustunnel waar ze onderdoor moeten op weg naar het ziekenhuis en het
Transferium. Zo moet men tentallen meters door weer en wind lopen om
de ingang van het station Leiden-Centraal te bereiken... Over
integratie en confortabel vervoer gesproken!
De
Sociaal-Liberale Partij stelt voor de light-rail over het bestaande
(en verhoogde) spoor Lammenschans-Leiden Centraal naar
Leiden-Centraal te voeren en het gedeelte bestemd voor Noordwijk
verder over de „oude lijn” met stations in de Merenwijk
en (het al bestaande) te Voorhout naar Noordwijk te voeren. Het
station Noordwijk hoeft op niet meer dan een paar kilometer van de
oude lijn te komen. De treinen kunnen er bovendien koppen en weer
doorrijden richting Haarlem.
De tweede aap, de grote,
oncomfortable afstand van tramhalte tot station, is er vooral om te
voorkomen dat Katwijkers en Noordwijkers, die per sneltram aankomen,
op de idee zouden komen over te stappen op de trein naar Den Haag en
daar te gaan winkelen in de al genoemde grote winkels die daar een
veel beter assortissement hebben dan in Leiden. Het is een van de
trucs om het Noordwestelijke deel van de light-rail rendabel te maken
tot aan de twee grote winkels in Leiden toe.
Wat door de Gemeente
wordt beweerd in de inleiding bij het bestemmingsplan over de
prachtige, royale entree die Leiden zou krijgen van af
Leiden-Centraal is zotteklap: men komt samen met voetgangers en
fietsers in een trechter met light-rail terecht. Wat een entree!
De
derde aap is het transferium. Ook daarom geen goede
aansluiting bij Leiden-Centraal: anders krijg je geen hond in een bus
naar Den Haag die er twee à drie keer zo lang over doet als de
trein.
Leiderdorp, Oegstgeest, Rijnsburg, Valkenburg,
Katwijk en Noordwijk
Leiderdorp en Oegstgeest, wellicht
ook Rijnsburg, moeten, zoals gezegd, worden bediend door het
stadstrammetje. (Deze plaatsen vallen in het plan van de light-rail
geheel buiten de boot). Katwijk en Valkenburg zijn misschien gebaat
bij een sneltram als ze tenminste maar comfortabel en geintegreerd
Leiden binnenkomt en indien het probleem van uitwaaieren in Katwijk
wordt opgelost (bij het huidige voorstel is er nog steeds een
bussysteem in Katwijk nodig). Noordwijk een treinverbinding via
Voorhout.
Algemeen over de Spoorverbindingen van Leiden
Al
jaren lang wordt Leiden door de N.S. stiefmoederlijk bedeeld. Of het
nu komt door geringe waakzaamheid, sufheid of onvoldoende inzicht van
het Gemeentebestuur, zowel hoofdzaken als randvoorwaarden zijn
ongunstig voor Leiden. Een paar randvoorwaarden: bij de bouw van het
nieuwe station zijn alle plaatsen voor fietsen in de stallingen op te
geringe afstand van elkaar geplaatst, wat tot een hoop ongemak en een
geweldige schade per jaar leidt. Dan nog is er onvoldoende ruimte in
de bewaakte fietsenstallingen en is die aan stadszijde (waar de
meeste fietsers aankomen) niet lang genoeg geopend. De physieke
ongemakken van het station! Om te bezuinigen is de kap in de
verkeerde richting geplaatst, wat tot een serie van narigheden leidt:
tocht, zelfs sneeuw in de hal bij een sneeuwjacht, de onmogelijkheid
om bij regen droog onder de perronkapjes te komen (de architect kon
de overgang van hoofdkap naar kleine kapjes niet oplossen), de
bezuiniging op roltrappen, goedkope tegels zodat men uitglijdt bij
nat weer, het gebrek aan bescherming van de perronkapjes, enz, enz.
Te weinig toezicht zodat er voortdurend wordt gestolen en gefietst in
de hal, enz.
Een financieel ongemak is het uitpersen van de
Leidenaars, al jaren lang, in vergelijking met verder van Amsterdam
wonende reizigers: toen de Schiphollijn werd aangelegd, zo langs de
schuine rechthoekszijde (hypothenusa) van de rechthoekige driehoek
Leiden-Haarlem-Amsterdam, bleek volgens de NS-arithmetiek zijn lengte
evenveel te betalen kilometers te bedragen als het oude traject langs
Haarlem! Wie het dichtst bij de splitsing woont betaalt relatief de
grootste overprijs - de Leidenaars, en het is maar een schrale troost
dat wanneer het nog eens tot een station Leiden-Merenwijk komt de
Merenwijkenaars relatief een nog grotere meerprijs gaan betalen. Jaar
in jaar uit. Dat station Merenwijk, dat door de Sociaal-Liberale
Partij vurig gewenst wordt, had trouwens moeten voorkomen dat veel
extra autoverkeer door de tunnel voor het station rijdt, daar geen
parkeergarage vindt en dan maar doorgaat naar Den Haag. Kortom, met
een station Merenwijk was die tunnel misschien in het geheel niet
nodig geweest.
Een hoofdzaak is de vertramming van de lijn
naar Utrecht door de Rijn-Gouwelijn wat behalve tot de genoemde
vertraging leidt tot minder overstappende reizigers op
Leiden-Centraal van wie anders een gedeelte nog eens de stad inloopt,
en tot verdwijnen van traditioneel achterland van Leiden in de
richting Utrecht. Invoer van de wel aan te leggen sneltramlijn
Katwijk-Valkenburg-Leiden op het station zou aan de andere kant ’s
zomers wel degelijk tot meer badgasten in Katwijk leiden.
Een
hoofdzaak is de opheffing van Leiden als halte in de verbinding met
België en Frankrijk al weer enige jaren geleden. De
Sociaal-Liberale Partij is voor doortrekking van de „shuttle”
naar de HSL van ’s-Gravenhage via Leiden en Haarlem, zodat
reizigers van Leiden en Haarlem er niet een half uur langer over doen
om naar België (Leiden heeft geen directe verbinding meer met
Antwerpen en Brussel!), Frankrijk of via de kanaaltunnel naar
Engeland te komen.
Valkenburg
Wij zijn erg
verheugd dat de torenspits van Valkenburg eindelijk, meer dan 60 jaar
na zijn verwoesting in de Oorlog, is hersteld. Zo heeft Valkenburg
dan weer een duidelijk profiel met de kerktoren als natuurlijk
middelpunt van het dorp!
Zoeterwoude
Wanneer we
aan het eerder genoemde het wegdringen van de oude molen aan de A4
toevoegen krijgen we alvast de volgende punten voor Zoeterwoude. Een
treinstation is handig voor Zoeterwoude-Rijndijk indien tenminste een
viaduct wordt aangelegd voor de kruisende wegverkeer (veel
vrachtverkeer b.v. voor Heineken en de andere industrie) omdat de
gewenste hogere frequentie van het railverkeer anders de zaak
hopeloos verstopt. En een nieuwe weg naar Zoeterwoude-Dorp zou wel
heel goed in het landschap moeten worden ingepast. Geen opstelterrein
in een natuurgebied (wat een van de onacceptabele gevolgen van een
sneltram is). Geen hoogbouw in Zoeterwoude. Wij begrijpen trouwens
niet waarom de Gemeente niet geprotesteerd heeft tegen de Leidse
hoogbouw aan de Snoekerhaven die uit Zoeterwoude gezien de Petruskerk
wel heel nederig zal maken, terwijl Zoeterwoude indertijd wel
geprotesteerd heeft tegen te weinig ruimte op het Leidse station voor
de hogesnelheidslijn toen men bang was dat die lijn langs de A 4 zou
worden aangelegd. Maar nu blijkt er plotsklaps vergunning te zijn
verleend voor twee gigantische windenergiemolens langs de A 4 die de
biotoop (een dik woord van molenbeschermers voor de directe omgeving
van een molen) van de oude molen aan wetering daar ernstig aantasten.
Men had dus nooit toestemming moeten geven zonder geld te bedingen
voor verplaatsing van de molen naar een waardige plaats! Hier hebben
we een van de tekortkomingen van de Monumentenwet: ze kent geen
zonering, ook een bijzondere status voor beeldbepalende panden
komt er niet in voor, zodat monumenten vaak letterlijk aan hun lot
worden overgelaten tussen moderne troep of „aangepaste”
bouw die in geen enkel wezenlijk aspect bij de traditionele bouw
past... Zoeterwoude, pas op uw zaak: het spook van de magneettrein
wil ook weer langs of over de A 4 voortijlen!