Voor een nieuwe Randstadprovincie en Semi-sneltramwegen zie de pagina Centraal-Holland


Leiden


(de Sociaal-Liberale Partij is een lobby binnen de V.V.D.)



Stemadvies Raadsverkiezingen 2010


Het lijkt wel moeilijker dan ooit om een stemadvies voor de gemeenteraadsverkiezingen uit te brengen.

Ons oordeel wordt door alles en nog wat vertroebeld. Allereerst is daar die Wouter Bos die een breuk in het cabinet forceert vlak voor de verkiezingen. Wij begrijpen een aantal van zijn overwegingen, maar wij delen zijn berekeningen niet.

Hij schijnt te denken dat wanneer Geert Wilders nu zijn grote overwinningen boekt in Almere en ’s-Gravenhage, dat-i dan in Juni op zijn retour zal zijn...

Wij denken dat niet, alleen zal het Geert misschien door tijdsgebrek moeilijk vallen in alle districten zoveel stemmen te oogsten als hij gehoopt had. (Heeft die partij eigenlijk al leden?).

Dan denkt Bos een ferme jongen te zijn door geen coalitie met Wilders te willen. Dat schept duidelijkheid, maar, och heden, niet de duidelijkheid waarop Bos hoopt.

Het maakt duidelijk dat-i wel een tacticus is maar geen staatsman.

Een staatsman? Een staatsman denkt aan zijn land op de lange termijn : als Wilders er over vier jaar nog is, zal of Bos of Wilders een volte-face moeten maken, en over acht jaar... Dit leidt alleen maar tot onverzoenbare tegenstellingen en een steeds meer spelen op de gunst van extremistische kiezers.

Speculeren op vergeetachtigheid van de kiezers kan misschien in Leiden (zie hieronder bij D66), maar in het land, en zeker binnen die termijn van een half jaar die we gewoonlijk voor verkiezingen nodig schijnen te hebben – zelfs in tijden van crisis, en zelfs wanneer het land al ruim drie maanden voor de verkiezingen met een vleugellamme regering zit – zal hij eraan herinnerd worden, wat de vorming van een regering in een land waar we hoe dan ook met coalities moeten (leren) leven nog moeilijker maakt.

Soortgelijke overwegingen gelden trouwens ook internationaal. Wanneer het Balkenende belieft (een jaar of vier, vijf geleden, op een conferentie van de E.G. in België) met zijn Belgische collega de hele nacht door ruzie te maken terwijl de grote landen de zaak al hadden beklonken, moet hij niet de gaffe begaan zich in 2009 candidaat te laten stellen voor een hoge functie in Brussel. Als hij nu niet goed uitkijkt is zijn invloed ook hier in het CDA zo achteruitgegaan dat er hoe dan ook geen volgend cabinet Colijn, sorry, Balkenende komt. Voor Leiden : wij vinden het vreemd dat Jan-Jaap de Haan, die toch monumenten in zijn portefeuille heeft, Gerda van den Berg (zie hieronder bij de plaatselijke PvdA) haar barbaarse gang laat gaan met het Joodse Weeshuis, een monument zowel in architectonische als historische zin, Van den Berg, wier negationistische ideeën bekend mogen zijn.

Wat heeft dit nu met Leiden te maken? Dat de Leidse PvdA veel van haar voor de leek ondoorzichtige invloed in Den Haag zal kwijtraken. Is dat gunstig voor de democratische helderheid van het spel? Jazeker – en net zo lang tot een plaatselijke en landelijke partij elkaar weer in relatieve grootte evenaren.

Verder hebben we een aantal partijen die aan het bewind altijd getrouwe satellieten van de PvdA zijn geweest. Neem nu D66. Eigenlijk alleen goed in de oppositie. Tekenend is een artikel van Vincent Icke in de Volkskrant van verleden Woensdag 17 Februari. De kop luidde „de Rijn-Gouwelijn is erger dan de Noord-Zuidlijn”, waarvan de opmaakjongens hebben gemaakt „de Rijn-Gouwe Lijn is erger dan de Noord-Zuidlijn”. Dat je één woord ook als één woord spelt snappen ze niet meer, ook niet dat je zo een belachelijke asymmetrie in de kop hebt met „Noord-Zuidlijn” wel als één woord. (Denk eraan mensen, dat het tracé ter visie ligt en dat iedereen bezwaren kan indienen – iedereen is belanghebbend, vanzelfsprekend als hij aan het tracé woont, maar ook als hij ooit per trein naar Alphen of Utrecht reist: een Rijn-Gouwelijn maakt de NS-lijn onrendabel, leidt zelfs tot opheffing van die lijn. De NS hebben al laten weten dat ze geen kwartierdienst kunnen invoeren omdat zulks te gevaarlijk is met een semi-trein op dezelfde baan. Of wie in de stad van het openbare vervoer gebruikt maakt, alleen al omdat zulks duurder zal worden om de onrendabele lijnstukken maar te financieren).

Maar die Vincent Icke doet alsof hij pas komt kijken in Leiden en nog nooit gehoord heeft dat eerst Pex Langenberg, en vervolgens Vincent’s ster, onze draaikont Pechtold, als wethouders voor die lijn waren. Dat Pechtold zelfs het eerste referendum erover heeft verhinderd...

Vincent poseert als sterrenkundige, maar gezien zijn al jaren meelopen met de partij doet zijn vergeetachtigheid meer denken aan de groezelige adviezen van de oude astrologen, de echte sterrenwichelaars.  Kortom, D66 is prachtig in de oppositie, maar anders kun je niet op ze vertrouwen.

Dan zijn er partijen op godsdienstige basis waarop we landelijk niet kunnen stemmen, omdat we als liberalen voor scheiding van kerk en staat zijn. Maar in Leiden waarderen we de consequente houding van de Christen-Unie.

Dan zijn er die stadspartijen, die geen of nauwelijks landelijke affiliaties hebben, en waarvan je nooit weet wat ze bij een plotseling opdoemende situatie gaan doen, of die geen ervaren raadsleden kunnen leveren. Raadsleden b.v. die het begrijpen wanneer er openbaar groen aan de Universiteit wordt verkwanseld voor woningbouw of plotseling bouwgrond van de Universiteit vele malen zoveel waard wordt zonder dat de arme stad enige compensatie krijgt! Die begrijpen dat het “gat van Van der Putten” met 12 (twaalf!) miljoen vullen een duur gebaar is om ellende van de PvdA te camoufleren, terwijl elke cent gooien in een gat dat bij afwachten zichzelf vult het weggooien van gemeenschapsgeld is.

Als het zelfs de Rekenkamer opvalt dat de Leidse raadsleden niet opletten, dan is het wel heel erg.

We hebben nu nog PvdA, SP, VVD en CDA over.

Voor Jan-Jaap de Haan geldt helaas hetzelfde als voor kleine partijen als D66 : hoe denk je in godsnaam iets uit te kunnen richten in een college dat geheel wordt gedomineerd door de PvdA? Gerda van den Berg heeft rustig het Joodse Weeshuis kunnen verramponeren (nu heeft ze zelfs het ornament boven in de gevel rood geverfd – alsof haar Rode Haan daar kraait – en de zolderverdieping die te laag is mag met verdraaiing van de monumentenwet als kantoorverdieping worden gebruikt, terwijl de enige ruimte die nog intact was, de Meisjeskamer, ook volkomen is vernield). Maar het CDA laat het Joodse Weeshuis over aan Gerda van den Berg, terwijl het toch zelf de portefeuille van monumenten zegt te hebben. En de VVD laat het Joodse Weeshuis over aan Gerda van den Berg, terwijl ze toch zelf bouw- en woningtoezicht in haar portefeuille heeft.

Over de heerlijkheid van het dualistische stelsel komen we nog te spreken bij Pieter van Woensel (VVD), maar nu eerst de PvdA afhandelen. Gerda van den Berg beheert de stadsfinanciën. Je leest overal dat ze doctor is aan de Leidse Universiteit, dus ze zal wel razend knap zijn. Maar je leest niet dat ze optreedt als pion voor haar Universiteit en de oude leermeesteres (die al lang Pechtold’s advies om te lobbyen als de bouwlobby (!) opvolgt) douceurtjes van honderdduizenden, misschien wel miljoenen euro’s laat toespelen. Ook die gatvulling van Van der Putte, dat bodemloze gat, had ze moeten verhinderen als waakzame wethouder.

Het dualistische stelsel maakt het niet alleen mogelijk wethouders te kiezen die geen raadsleden zijn, maar al evenzeer wethouders die nooit in de stad hebben gewoond en niets van de problemen begrijpen.

En nu komt de achterkamertjespolitiek plotseling opspelen met de quango (een afkortinging van quasi-autonomous non-governmental organization ) “Zuidwestflank van Holland” (die jongens die hollen voor semi-treinen (“randstadvervoer”), de HTM, of zelf Siemens, de fabrikant van tramstellen) en die dropt Pieter van Woensel als wethouder in Leiden, die daar wel eventjes de Rijn-Gouwelijn er door zal drukken.

Zijn we nu klaar met aftellen? Zo geniaal als Bot in een interview (Volkskrant, 22/2/2010) Balkenende er van langs heeft gegeven zonder hem officieel af te vallen zal ons wel niet lukken. Van de PvdA moeten we nog die douceurtjes aan de Universiteit uitleggen.

Het gebied tussen Sterrenwacht en Kaiserstraat staat in het Beschermde Stadsgezicht aangewezen bij de zone van de meest waardevolle gebieden. En in het vorige bestemmingsplan was het dan ook uitgewerkt als “openbaar groen” en er waren waardevolle bomen op aangewezen. Nu mag de Universiteit het als woongebied (waarvoor alle oude bomen moeten wijken) aan een projectontwikkelaar overdragen, die de Kaisertoren, die Cees Waal had wegbestemd voor openbaar groen, voor flats mag herbouwen en het verdere terrein dat Cees Waal voor openbaar groen had bestemd voor eengezinswoningen.

Waarom komt zo iets dan niet in Gerda van den Berg’s commissie voor de financiën, die zou zeggen

Hé Gerda, openbaar groen dat is goed voor het milieu, goed voor het leefklimaat, en daar moet voor het onderhoud geld bij, en nu gaat de Universiteit (die zelfs aan Cees Waal had beloofd de gebouwen af te breken) er honderdduizenden, zo niet miljoenen aan verdienen”. Wat zegt die Pechtold toch over de bouwlobby?

En wat zegt Pieter van Woensel ervan. Die toch bouw- en woningtoezicht onder zijn beheer heeft. Tja, weet hij er als buitenstaander iets van? Heeft hij b.v. in de gaten dat er namens B & W continu afwijzingen worden getekend op het stadsbouwhuis? Of laat hij alles aan zijn ambtenaren over? Dan heeft hij ook nooit in de gaten dat die afwijzingen worden getekend, want afwijzingen komen niet in de normale archieven terecht. En aangezien Pieter van Woensel dat niet weet, kan hij dus ook niet weten wat hij niet weet. Lekker rustig. Maar goed en wel, een bouwplan van de Universiteit zal hem toch moeten opvallen.  

Of zou die nieuwe kaste van bestuurders, de beroepswethouders, die getraind worden als specialisten, wat zeg ik, als “generalisten” die alles zo groot zien dat het nog net interessant is voor de quango, de plaatselijke toestand niet meer kunnen zien?

Maar ook Gerda van den Berg wil niet inzien dat ze als wethouder van financiën geen douceurtjes aan de Universiteit mag geven.

Zo is ook het plan “Sylvius-Boerhaave” aan Van Woensel overgelaten, terwijl daar toch door het vier tot zevenmaal vergroten van de toegestane hoogte de bouwgrond vele malen zo veel waard wordt, zonder dat de stad enige compensatie krijgt... Wat zegt die Pechtold toch over de bouwlobby?

Nu is het niet eerlijk die bouw- en woningtoezichtkant helemaal aan Pieter van Woensel over te laten – hij voert gewoon uit wat Witteman heeft voorbereid.

Geachte kiezers, tel uit je winst, tel partijen af en probeer liberaal te stemmen!



De Rode Haan kraait op het weeshuis
(voor de toestand twee jaar geleden zie onder dit artikel)


4 Mei 2008 - Defamatie van het Joodse Weeshuis en een Fooi voor de Joodse Nagedachtenis

In het Leidsch Dagblad van 23 April lezen we dat door „het comité” (ja, wie zijn dat eigenlijk?) het pleintje voor het oude politiebureau aan de Zonneveldstraat het best wordt geacht om een monument te plaatsen voor de in de Oorlog omgekomen Joodse Leidenaars.

Allereerst iets over deze plaats. Het politiebureau is niet de locatie waar de vervolging en vernietiging werden beraamd of uitgevoerd. Zo doorredenerend zou men het monument beter in Hitler’s werkkamer kunnen plaatsen. Het politiebureau is de geeigende plaats voor een gedachtenisplaquette aan die ene Leidse politieman (of waren het er twee?) die geweigerd heeft aan het ophalen deel te nemen. Ook waren er Joodse Leidenaars die elders en onder andere omstandigheden door de Nazi’s zijn gepakt en vermoord.

Beter zouden er voor alle huizen waar onze Joodse medeburgers door de Leidse politie zijn weggehaald, geholpen door hulpbendes van de Duitse bezetter, gedenktekens kunnen worden geplaatst, en indien het, meer dan vijf-en-zestig jaar na dato, tot één monument zou komen, dan is wel de enige plaats die het weghalen in zijn algemeenheid kan symboliseren het Joodse Weeshuis.

Terzijde iets over de modaliteiten van de keuze van een kunstenaar. „Een beeldend kunstenaar zal gevraagd worden” meldt het anonyme comité dat het over plaatsing heeft. Helaas, Leiden grossiert al in goedbedoelde en/of lelijke, maar vooral onbegrijpelijke monumenten. Wanneer er sprake is van een ereplicht die vervuld moet worden, waarom dan de voorbereiding en de keuze van een kunstenaar in de gemeentelijke achterkamertjes? Een monument heeft alleen zin wanneer uit brede discussie blijkt dat men begrip heeft voor wat voor ellendige gebeurtenissen er zijn geweest en respect voor de omgekomenen en hun nagedachtenis niet geheel de mist in wil laten gaan. Daarbij past een wedstrijd, op zijn minst een meervoudige opdracht, en een tentoonstelling van de ontwerpen voordat men tot een keuze komt.

Ook uit respectvolle behandeling van het Joodse Weeshuis zou begrip moeten blijken voor de afschuwelijke gebeurtenissen uit de oorlog. Alleen wanneer we begrip en respect opbrengen voor wat er gebeurd is kunnen we proberen het verleden te verwerken en een betekenisvol monument op te richten.

Daarbij komt dat de Zonneveldstraat haast onherkenbaar is veranderd sinds de oorlogsjaren. Eerst is de hele oostwand gesloopt en vervangen door een laboratorium, gebouwd door de (toen nog niet zo oude) heer Schutte op wiens conto verreweg de lelijkste gebouwen komen die er de eerste veertig jaar na de oorlog in Leiden zijn gebouwd. Een aantal helaas in de binnenstad. Zoals dit, verreweg het afgrijselijkste. Geen decor voor een monument aan een gebeurtenis uit een ander tijdperk. Toen de Universiteit het hele complex aan het renoveren was had ze haar fout goed kunnen maken door Schutte’s vleugel door iets beters te vervangen, in plaats daarvan heeft ze de goedkoopste oplossing gekozen door de gevel te proberen te verbergen achter een reusachtig klimrek dat zielloos groot staat te staan – er mag immers niet eens wat op groeien, want dat zou het licht in de nieuwe collegezalen onderscheppen.
De congsi van moderne architecten probeert inmiddels zijn eigen stijlloze troep op te krikken door de eerst de prijs voor de architectuur aan Schutte toe te kennen en vervolgens het dieptepunt uit diens architectuur een waardige achtergrond voor een Joods Monument te vinden.

Iemand met enig respect voor de totale Leidse canon – een canon die dus ook begrip opwekt voor de belangrijke gebouwde monumenten – kan zich beter afvragen of zo een canon niet met de reeds enige tijd overleden architecten afgesloten moet worden, op wie wij een wat door de tijd gelouterd zicht hebben.
In verband met de Joodse geschiedenis in de stad denken wij natuurlijk aan het bureau van W. C. Mulder, die al voor 1900 een eerste schets voor een Joods Weeshuis heeft gemaakt. Dat plan is niet doorgegaan, zijn compagnon en opvolger Bernard Buurman heeft tenslotte in 1929 het „Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis” aan de Roodenburgerstraat gebouwd. Hij was verreweg de knapste ontwerper van de trias Mulder-Buurman-Schutte (die hem weer heeft opgevolgd) en indien iemand een Leidse prijs voor moderne architectuur zou toekomen, zou hij het wel zijn. Buurman komt over als een bevlogen, met zijn onderwerp betrokken kunstenaar, in vergelijking met wie Schutte niet meer is dan de zo-goedkoop-mogelijke, op het gebied van de aesthetica principeloze constructeur.
Buurman heeft het complex het hoogtepunt van zijn carrière gemaakt door het als één stedebouwkundig concept te behandelen met zijn eigen woonhuis aan de overkant van de Roodenburgerstraat. Dat was niet gemakkelijk, want toen de straat nog Zoeterwouds gebied was waren speculanten hem voorgegaan met woningen vlak op de straat. Buurman heeft een prachtig ruimtelijk geheel geschapen door met een zeer royale rooilijn te beginnen, zijn huis en het Joodse Weeshuis betrachten voldoende afstand van de straat om goed uit te komen, en hij heeft dat zo gevormde plein in dezelfde stijl afgesloten met een woonhuis en een trafo- en afvalopslaggebouwtje die naar voren springend de overgang naar het nauwe deel effectureren.

Het Joodse Weeshuis zelf had een zeer verzorgde stijl en ondanks zijn grootte vriendelijk voorkomen door de warm-gele baksteen en door ondergeleding van elementen die anders misschien te groot en grof zouden overkomen. Zo was de Davidsster in de deur minder prominent, minder afficherend dan thans omdat ze een onderverdeling had. Zo waren er geen grote lappen glas in de driehoekig uitspringende trappenhuizen. Zo was er in de linkerzijgevel een deur zodat het afval direct naar de afvalberging gebracht werd en het niet de ingang zou ontsieren en de kleine baksteentjes waarmee het ingangspad in patronen was bestraat zou beschadigen.

Wat is hier van over nadat de gemeente het gebouw in 1951 heeft gekocht en door verschillende instellingen heeft laten gebruiken? In hoofdlijnen is het gebouw van binnen geheel uitgehold, er is een (gelukkig niet erg storende) vleugel aan de Cronestesteinkade aangebouwd, en toen dat nog niet voldoende was zijn er nog grove dakkapellen aan de voorkant opgezet, die de zelfstandigheid van het middengedeelte aantasten, maar die natuurlijk nog iets meer kantoorruimte opleveren. De deur links is dichtgemetseld en om het stukrijden door de grote vuilcontainers te voorkomen is het toegangspad met van die ellendige betontegels (waarmee wel zowat de hele stad is dichtgetimmerd maar die toch het meest aan de binnenplaats van een gevangenis doen denken), die zelfs niet zijn vervangen toen er eindelijk, jaren later, een gedenksteen in het pad is gelegd. Het is niet alleen harnekkige weigering van de gemeente om te begrijpen wat hier is gebeurd, maar eveneens de weigering om te luisteren naar iedereen die haar opmerkzaam maakt op zulke toestanden. Een voorbeeld: wij hebben toen de plaatsing op de Rijkslijst al in behandeling was en de gemeente ook daaruit zou kunnen begrijpen dat het om meer dan een willekeurig kantoorgebouw gaat, gesprekken gehad met twee van de wethouders. Met de heer Steegh, een opgewekte vrolijke figuur, die over de vuilophaal gaat en die ons verzekerde onze problemen te begrijpen en er wat aan te zullen doen. Het bleken praatjes voor de vaak: de plaats van vuilophaling werd niet gewijzigd en de vuilcontainers bleven nog even oneerbiedig voor de deur staan. Praatjes voor de vaak: een demissionair (en geamputeerd door het vertrek van de SP-collega’s) College zou nooit een besluit over de bouwvergunning nemen, we hadden nog tijd genoeg. Praatjes voor de vaak (dat hij echt de agenda niet kende valt haast niet aan te nemen) : een week later had dat College het besluit genomen, zonder wethouder van monumenten er bij, demissionair en wel.

Zodat, toen we eindelijk bij mevrouw Van den Berg kwamen, de meest verantwoordelijke wethouder in deze zaak, op ons al weken en weken eerder aangevraagde gesprek, de zaak al beslist was. Pleiten voor alleen maar restauratie van de buitenkant viel op dovemansoren. Het zou geld kosten. Zelfs niet weghalen van de dakkapellen maar ze vervangen door kleinere (zoals Buurman zelf ze aan de achterkant heeft gemaakt) met b.v. bijna vlakke koepeltjes aan de bovenkant die je van buiten niet ziet, zou geld kosten. Het bleek dat de Wethouder geen enkele emotioneel beladen gebied wilde begrijpen. Alleen de kosten tellen. Wel, daar gaan we dan: wie heeft de dakkapellen geplaatst? De gemeente. Wie heeft de fijne raamindeling van de trappenhuizen door ongevoelige lappen glas vervangen? Wie heeft de verfijnende onderindeling uit de voordeur gehaald? Wie heeft practisch het hele interieur gesloopt? Wie verdomt hoe dan ook iets aan om de routing van de vuilafval te verbeteren? In het uiteindelijke plan is zelfs geen berging binnen voor afval te vinden.

Wie heeft toen de jongere bouwkunst op de landelijke monumentenlijst werd geplaatst wel de afschuwelijke doorbraak aan het Gangetje (een stadsgezicht zoals op elke hoek van de Haagse stadsuitbreidingen uit de jaren 30 en dat midden in de oude stad van Leiden....) op de lijst gekregen maar helemaal niet aan het Joodse Weeshuis willen denken, het Joodse Weeshuis dat met recht om zijn historie en om zijn vernieuwende bouw een plaats te midden van de landelijke monumenten toekomt?
Door de aanvraag voor plaatsing als monument (door derden) zijn de voornaamste nog verder ingrijpende wijzigingen aan het interieur voorkomen, maar wat we zouden mogen verwachten is echter een respectvolle en fatsoenlijke, niet kaal-economische behandeling van het gebouw. Velen hebben verzocht verdere defamatie van het Joodse Weeshuis onmiddellijk te stoppen, de ARK (de plaatselijke welstandscommissie) vraagt om restauratie – het stuit alles op botte onwil en dan nu die 15.000 Euro die de gemeente wil toeleggen op een monument! Alsof de gemeente alleen al door achterstallig onderhoud aan het Joodse Weeshuis niet het tienvoudige heeft gespaard. Wij zouden hier willen spreken van een Jodenfooi – met weinig hoop trouwens dat de wethouder de wrangheid van deze uitdrukking zal begrijpen. De gemeente heeft zo toch veel meer gespaard, die 15.000.- blijft een fooi – zelfs uit een 1½%-regeling voor een kunstwerk bij de miljoenen die nu opeens voor verbouw beschikbaar zijn zou meer komen...

Zelfs restauratie van het toegangspad, zodat de gedenkstenen die zich daar bevinden weer fatsoenlijk uitkomen wordt niet overwogen – en nog iets: zou hier niet de juiste plaats zijn voor een gedenkteken voor alle Joden uit Leiden die zijn omgekomen in de oorlog? Na alle artikelen over het Joodse Weeshuis, het leeghalen dezelfde dag dat vele Joodse Leidenaars werden weggehaald, van wie bijna niemand zou overleven... Wij hebben boven de officieele naam geciteerd, moeten we nog herhalen dat het een landelijk Weeshuis was? Moeten we nog herhalen dat het ophalen is gebeurd door Leidse politie (van wie we weten dat D.W. van der Wal heeft geweigerd en dat hij, ontslagen, verder met rust is gelaten, terwijl de andere weigeraar, J.P. Rozemeijer, later wegens verzetsactiviteiten is gearresteerd en op 12 Maart 1945 in Buchenwald om het leven is gekomen) met assistentie van landelijke troepen, de „Vrijwillige Hulppolitie”? Wat voor zin heeft de voorgestelde plaats voor het oude politiebureau eigenlijk?

De oprechtheid van de voorgestelde maatregel zou meer geloofwaardigheid hebben indien over toegezegd bedrag nog eens werd nagedacht, over de plaats, en natuurlijk wanneer uit respectvolle behandeling van het Joodse Weeshuis begrip zou blijken voor de afschuwelijke gebeurtenissen uit de oorlog. Alleen wanneer we begrip en respect opbrengen voor wat er gebeurd is kunnen we proberen het verleden te verwerken en een betekenisvol monument oprichten.
Bijvoorbeeld voor in de tuin van het Weeshuis, op de hoek, voor alle Joodse medeburgers en vluchtelingen die hun laatste al benauwde, maar in verband met wat zou komen nog vrij normale tijd in Leiden hebben doorgebracht – de kleine bewoners en bewoonstertjes van het Weeshuis niet uitgesloten van wie velen elders uit het land kwamen of zelfs vluchtelingen waren uit Duitsland die hadden gemeend hier een veilig toevluchtsoord te vinden.



9 Maart 2008 - Nog steeds over de plaatselijke nationale identiteitskaart

De zaak van die identiteitsbewijzen met Burgemeester Leiden wordt steeds mysterieuzer. Zelfs op de kaarten van Leiderdorp staat in goed Nederlands De Burgemeester van Leiderdorp, terwijl Amsterdam zelfs ’s burgemeesters handtekening heeft, zodat – alweer in goed Nederlands – het lidwoord voor burgemeester achterwege blijft, derhalve eerst Job Cohen (als handtekening) en dan Burgemeester van Amsterdam. Op onze web-site hebben wij de lezer net voorgesteld aan de Spoorwegsadist, misschien moeten wij hem in Leids verband ook voorstellen aan iemand anders die hier de boel voortdurend in de war stuurt, om te beginnen de elementaire beleefdheid om zich in goed Nederlands tot het publiek te richten (of wordt dat alleen van emigranten verwacht?), de zogenaamde Stadshufter.

Dat „Burgemeester Leiden” blijkt dus een misleidende mededeling. Maar hoe heet de man of vrouw dan wel? Wie is het in godsnaam? Wij hopen de lezers zo gauw mogelijk in te lichten, zodra de identiteitsbewijzen zijn gecorrigeerd bijvoorbeeld.



Maart 2008 - Nog steeds doorgaande defamatie van het Joodse Weeshuis. Zie de pagina „Stichting Arent van ’s-Gravesande”



Al jaren gebruikt de stichting „Parnassia” die de Gemeente in het Joodse Weeshuis heeft gevestigd het ingangspad met de gedenksteen om de vuilcontainers dag en nacht te laten staan. Nu we maandenlang hebben geprotesteerd schijnt er eindelijk iets doorgedrongen te zijn bij de verantwoordelijke wethouders – nu er een aantal beroepschriften tegen de door het „demissionaire” college gegeven vergunning tot verbouw is ingediend – en is er iets van de troep opgeruimd. Maar de opvallend gemeen-blauwe container staat er nog steeds. Dat de lelijke betontegels wel erg ongevoelig zijn dringt ook nog niet door: de vergunning spreekt er niet van en ook is er in de voorgestelde plattegrond geen afvalberging te vinden of een achteruitgang die gebruikt kan worden om het vuil naar de oorspronkelijke berging in het kleine gebouwtje links van het Weeshuis te brengen.

Over de nog steeds doorgaande defamatie van het Joodse Weeshuis zie de pagina
„Stichting Arent van ’s-Gravesande”



Februari 2008 - Ontgoocheling! Ontgoocheling!


In Pompee, poedenee,

Poedenatschka, in Pompee! in Pompee!

In Pompee, poedenee,

Poedenatschka,

In Pompee! o wee! o wee!


(Oud-Vaderlands Lied dat weldra in de Canon zal worden opgenomen)



Januari 2008 - Een Nieuwe Lente en een Nieuw Geluid

Een nieuw college en een nieuwe burgemeester : het klinkt waarlijk als een nieuwe lente en een nieuw geluid!

De verlichting spreekt ook uit de nieuwe, passende lantarenpalen bij de moderne gebouwen van de Universiteit!

Eindelijk, ik meen na de collegevorming van 1974 toen de PvdA vier jaar in de oppositie was geweest, nu Stadsontwikkeling en Bouw- en Woningtoezicht bijna vier-en-dertig jaar in handen van de PvdA zijn geweest, komen deze diensten in andere, liberale handen. Vandaar de titel van deze ontboezeming Een Nieuwe Lente en een Nieuw Geluid!

Van een nieuwe burgemeester keek ik op, maar, waarlijk, hij staat op de gloednieuwe Europese identiteitskaart als verstrekker: Burgemeester Leiden staat daar. Wat een leuke naam voor de burgemeester van Leiden! Niet Burgemeester Vis of Burgemeester De Boer of Van Kinschot of Van der Willigen of De Gijselaer of hoe burgemeesters van Leiden anders plegen te heten, maar simpelweg Leiden. Hoe bescheiden! De man heet natuurlijk Van Leiden, maar voor de democratische beeldvorming jegens het publiek noemt hij zich bescheiden Leiden om zijn liberale, misschien wel jonkheerlijke afstamming wat op de achtergrond te laten. Waarschijnlijk heeft hij begrip voor geschiedenis en cultuur en zal hij het afglijden van de stad tot een stompzinnig modern pretpark annex groot winkelbedrijf weten tegen te gaan. Allereerst zal hij wel de defamatie van het Joodse Weeshuis voorkomen door de zaak te coordineren en met de nieuwe wethouders in goede banen te leiden. Een Nieuwe Lente en een Nieuw Geluid!

De nieuwe verlichting begint al de obscurantistische wansmaak op stedebouwkundig gebied te verdringen!

Bij de moderne gebouwen van de Universiteit op het terrein van de Doelen zijn eindelijk de quasi-oude lantaarns à la 1880 vervangen door mooie, strakke, bijpassende lantarens! Ook hier een teken dat Leiden niet langer wil afglijden in de wansmaak van kroegbazen en pretparkuitbaters. Een paar photo’s geven oud en nieuw. Ook hier: Een Nieuwe Lente en een Nieuw Geluid!

Hier, voor het Centraal Faciliteitengebouw aan de Cleveringaplaats (gebouwd in 1982 door Evert Kleijer) ziet men hoe fraai en harmonisch de nieuwe lantaarn voor het gebouw staat. Symbolisch voor de verlichte geest die gebouw (sinds een paar jaar Lipsiusgebouw genoemd) en het LAK-theater uitstralen.

Hier, aan de Witte Singel, staat een door Kleijer zelf bij zijn gebouw ontworpen lantaren. Men ziet hoe goed deze en die op de nieuwe brug bij de architectuur van de brug en van de Universiteitsgebouwen links (Universiteitsbibliotheek) en rechts (Lipsiusgebouw) passen

Hier, aan de Doelensteeg, staat een oude lantaarn tussen twee nieuwe recht voor het gebouw van het Kunsthistorisch Instituut. Zo krijgen de studenten Kunstgeschiedenis al voor ze de drempel overschrijden een zeer aanschouwelijke les in wat mooi en lelijk is!


Hoe naief en optimistisch kan een mens toch zijn als het even mooi weer is na een donkere winter! Dacht ik dat de verlichting het Stadsbouwhuis had bereikt... Heb ik in mijn enthousiasme (om het negatief te formuleren: met mijn stomme hoofd) de foto’s van voor en na de plaatsing van „nieuwe” lantarenpalen verwisseld... Maar een normaal mens kan ook haast niet aan deze wansmaak geloven. Heus, het is echt waar, dat misbaksel van een grootmoeder-sentimentaliteitlantaarn is de nieuwe, de net geplaatste... Het ontwerp dateert uit de groezeligste jaren van de 19de eeuw, de l’époque Napoléon trois of zo. Afgegoten van een vijftien keer overgeschilderd exemplaar, zodat het geheel nog groezeliger wordt... Door dat tijdperk niet passend bij de Renaissancistische architectuur van de Binnenstad, misschien alleen maar bij het slappe Neo-Manierisme dat de aannemers bedreven van 1880 tot 1895 buiten de singels in het gebied dat toen nog bij Zoeterwoude hoorde. Moet je eens aan de Jan van Goyenkade gaan kijken, daar staan ze in het gras van de berm. Zomaar, zonder een rondje bakstenen om de voet, zodat de plantengroei als vanzelf in de lantarenpaal overgaat. De groezeligheid ten top. Tjeerd van Rij zal er wel mee zijn begonnen, want als het donker wordt verspreiden ze een akelig, unheimisch licht van een geel-rose-violette (eigenlijk niet te beschrijven) kleur – een licht waarmee vroeger alleen maar fabrieksterreinen en binnenplaatsen van penitentiaire inrichtingen werden verlicht. ’s Avonds moet je de gordijnen stijf gesloten houden om dit kwalijke, vijandige schijnsel niet naar binnen te krijgen, zeker wanneer je opgroeiende kinderen hebt, uit vrees dat ze anders autistisch worden. Als je goed op de photo kijkt zie je hoe treurig de lantarenpalen van Evert Kleijer en van het strakke moderne brugje erbij staan te hangen... ze hebben gewoon alle plezier in het leven verloren...

De vorige keer meende ik bij een strakke, bij het gebouw passende lantaarn te kunnen schrijven dat Leiden eindelijk begreep hoe belangrijk een goede smaak voor het welzijn van de mens is en niet langer wilde afglijden naar de wansmaak van kroegbazen en pretparkuitbaters. Dit plaatje is ongeveer op dezelfde plaats gemaakt. Wel wel, wel wel. Maar toch gloort er misschien hoop met een nieuwe burgemeester. Hij is zo bescheiden met zijn eenvoudige „Leiden”, maar zijn naam en titels zullen volledig wel jhr. mr. hist. drs. H.J.J. van Leyden zijn, ongetwijfeld van liberalen stempel (versta mij goed, ik bedoel dat in de mooie oude betekenis van vrijzinnig-liberaal) en als historicus zal hij ongetwijfeld zijn wethouders tot enig respect voor het Joodse Weeshuis weten te brengen. Wij krijgen de indruk dat de defamatie van het Weeshuis niet alleen het gevolg is van het habituele gebrek aan goede smaak, maar ook van gebrek aan inzicht van wat er in de oorlog is gebeurd, dat het ook een zaak is van niet herinnerd willen worden aan een ellendige episode die nog niet verwerkt is in het collectieve geheugen.



Bezwaarschriften tegen U-bochtlocatie CS en ROC-gebouw

30-01-2007. Voor de goedkeuringen met artikel 19-procedures die zijn verstrekt voor de zogenaamde U-bochtlocatie bij het Centraal Station en het mastodontische ROCgebouw bij het Station Lammenschans zie de pagina Stichting Arent van ’s-Gravesande. Beide plannen staan in nauw verband met de Rijn-Gouwelijn!



Laatste ontwikkeling in de affaire Rapenburg 124-hoek Nieuwsteeg

6-5-2006. Naar in de tweede helft van deze week blijkt heeft de gemeente belangrijke - cruciale, allerbelangrijkste, mogen we wel zeggen - informatie voor de gemeentelijke bezwaarschriftencommissie en de voorzieningenrechter achter gehouden. Zij heeft het zo voorgesteld alsof het ingediende plan door de ARK als het beste van een drietal is geselecteerd en daarom door de aannemer voor vergunning ingediend. Bij die vergunning moeten een aantal ontheffingen van het bestemmingsplan krachtens artikel 19 WRO worden verleend. Hiervan is wel de allerbelangrijkste de ontheffing om, in afwijking van wat in de hele wijk voorschrift is, met hellende dakvlakken te werken. Aangeziende de afgekeurde ontwerpen niet getoond zijn, is altijd de indruk gewekt alsof ze alle van een penthuis met een plat dak waren voorzien.
Het blijkt nu dat de aannemer wel degelijk een plan met hellende dakvlakken heeft voorgesteld, maar dat het de gemeente zelf is geweest die op het afgrijselijk detonerende plan heeft aangedrongen!
Stel je voor: de gemeente als hoedster van de monumentale belangen die zelf - naar we dachten in alle oprechtheid - in het bestemmingsplan hellende dakvlakken heeft vastgelegd (bij het plan „Pieterswijk” volgens hetwelk de vergunning is gegeven, is zelfs een kappenkaart met alle hellende dakvlakken in de hele wijk gevoegd!) - kortom, deze gemeente heeft zelf druk uitgeoefend op de aannemer om het plan met hellende dakvlakken in te trekken en met het hieronder al beschreven plan te komen dat niet eens origineel is maar een copie van een al even erg Haags voorbeeld!

Een Woonkazerne op de hoek van het Rapenburg en de Nieuwsteeg?

2-1-2006. Het lijkt er helaas op dat een afgrijselijk groot en plomp appartementengebouw op de hoek van het Rapenburg en de Nieuwsteeg gaat verrijzen. Aan de ene kant van het Rapenburg staan de huizen van Arent van ’s-Gravesande en in zijn stijl en heeft de Wethouder van Monumentenzorg een fraai huis gekocht in Vingboonstrant dat waarschijnlijk door de opvolger van Arent als stadsarchitect, Willem van der Helm, is ontworpen. Maar net zo als Van der Sande met zijn vuilnisbakken heeft deze wethouder een zwak voor de commercie en een not in my backyard-mentaliteit. Die hoek van het Rapenburg is voor hem om de bocht, die ziet hij niet. Maar het is wel een beeldbepalende plaats, zichtbaar van ver over Rapenburg, Steenschuur en Doezastraat. Wij hebben het voorgestelde gebouw eerder omschreven als een kazerne uit het Salazar-tijdperk (bovendien met ramen met een liggende raamindeling zoals ze in de 20ste eeuw bij voorkeur voor veestallingen werden gebruikt) waarop, bij wijze van dak, een met een zware rechte lijst afgesloten Veluws bungalowtje is gekwakt. Daarboven steekt dan nog een meter liftkoker en de plattegronden zijn slecht omdat ze in een binnenhoek om een groot trappen-lifthuis aan de Nieuwsteeg heengrijpen. Kortom, veel te massaal, loutere speculatie, die volgens het bestemmingsplan dan ook niet wordt toegestaan. Dakschilden worden in „Pieterswijk” vereist zonder dat er een ontheffing kan worden gegeven. B & W passen dan ook weer de beruchte art. 19-procedure toe (zodat G.S. al eind 2004, zonder het definitieve plan te kennen, toestemming hebben verleend) zich beroepend op het nieuwe bestemmingsplan dat ook in dit opzicht regressiever is en nooit op een Beschermd Gezicht had mogen volgen, en een commissielid van de Raad zegt dat „de ondernemer er al zo veel geld in gestoken heeft”.
Ja, dat is nu juist het principe van speculeren! Hoeveel geld dacht het geachte raadslid dat er al in de plannen van de Rijn-Gouwelijn is gestoken? Wij huiveren om met dergelijke redeneringen door te gaan: Jede Consequenz fuehrt zum Teufel heeft Maarten Luther immers gezegd, we zouden iets krijgen van „Hoeveel geld heeft Al-Qaida niet al in de training van terroristen gestopt!”
Het vigerende plan Pieterswijk wist beter dat er met het stadsschoon, het architectonisch erfgoed, niet gemarchandeerd mag worden. Wie dit erfgoed aantast, tast een stukje van onze cultuur en ons nationaal bewustzijn aan.

foto

Wat het College passende architectuur vindt in zwarte lijnen getekend over de Instrumentmakersschool. Waar blijft de wakende Binnenstadsautoriteit?




Leiden als stad van cultuur

In de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen is het goed de partijen te toetsen op hun culturele programma. Laten we als toetssteen een paar gewichtige onderwerpen nemen uit het bestemmingsplan „Binnenstad I”. Dit plan omvat het kerngebied van het Beschermde Stadsgezicht: de hele Pieterswijk, de Noordvest en Verversbuurt en nog meer. Hierin liggen de Lakenhal en de hoek Rapenburg-Nieuwsteeg waar de Instrumentmakersschool stond. Zolang „Binnenstad I” niet onherroepelijk is vastgesteld gelden „Pieterswijk” en „Noordvest”. Dat is van belang, want de zittende gemeenteraad met zijn geringe belangstelling voor het monumentale aspect van de Binnenstad heeft bestemmingsplannen goedgekeurd die nooit of te nimmer als volgend op een Beschermd Stadsgezicht hadden mogen worden goedgekeurd en die ronduit regressiever zijn op allerlei punten dan die bestaande bestemmingsplannen, die, nota bene, dateren van voor het Beschermde Stadsgezicht. Zo worden allerlei vrijstellingen gedelegeerd aan B & W waar vroeger niet eens vrijstellingen mogelijk waren. Illegale verbouwingen en verhelingen (samentrekken van panden) worden gelegaliseerd, het probleem van Van der Sande’s schandalig lelijke vuilnisbakken wordt niet aangepakt, enz. Zie onze eerdere betogen en het voorstel voor een Binnenstadsautoriteit. Dat de plannen regressiever zijn dan de bestaande wordt uit vergelijking duidelijk, maar B & W hebben het de Raad en de geinteresseerde Burgers dubbel moeilijk gemaakt door lastig te doen met gekleurde plankaarten (bij „Binnenstad II” zijn zelfs sterk verkleinde plannen op een onmogelijke schaal gevoegd), door geen profielen te laten tekenen, door geen kappenplannen te geven en het Beschermde Stadsgezicht niet als bijlage te geven (ondanks de uitdrukkelijke vermelding dat het wel zou zijn gebeurd). Vraagt men dan het Beschermde Stadsgezicht op, dan krijgt men het zonder de bijbehorende plankaart. Zo krijgen wij het vermoeden dat de geachte Raadsleden de plannen hebben goedgekeurd zonder die kaart er zelfs maar bij te hebben. Maar die plankaart is niet alleen van belang wegens b.v. de grenzen (de singels met hun buitentaluds met bomen vallen erbinnen), maar ook wegens de zonering. Men begrijpt dat het Rapenburg met de Instrumentmakersschool en ook de Lakenhal in de belangrijkste zone liggen. Dat is het culturele erfgoed, het patrimonium, welks architectuur de idealen van onze Gouden Eeuw weerspiegelt en Leiden onmiddellijk na Amsterdam doet komen, nog voor Haarlem en Dordrecht, de eerste stad van Holland. Het voorplein van de Lakenhal was in het vorige bestemmingsplan openbare ruimte, zoals Burgemeesters en de Lakennering het hadden gewenst en waarop de architect zijn plan heeft afgestemd. Thans staat het als bebouwd aangegeven met de structuur die als tijdelijk was bedoeld.



Arent van ’s-Gravesande en de Lakenhal

Arent van ’s-Gravesande is de grootste bouwmeester geweest die Leiden ooit heeft gehad; in dienst van de Stad heeft hij de Lakenhal en de Marekerk gebouwd en nog veel meer (zo heeft hij de kas van het orgel van de Pieterskerk ontworpen en de bogen van de Koornbrug) en voor particulieren heeft hij hofjes en huizen ontworpen, bijvoorbeeld het statige Rapenburg 48.
Guido Steenmeijer’s dissertatie over hem is net in een mooie editie verschenen, uitgegeven door de Leidse Primaverapers. Zo is er eindelijk een verhaal over de man en al zijn werk en zijn functionneren in de Stad. Hij is overleden in 1662, het jaar van zijn geboorte is niet bekend, het kan worden gesteld op 1611 of een of meer jaren eerder. Laten we zeggen 1609 - dan heeft heel Leiden de tijd om Steenmeijer’s boek te lezen, de uitbreiding van de Lakenhal te begeleiden en een groots feest voor te bereiden, een Arent van’s-Gravesandejaar, in 2009.
Dit jaar hebben we een Rembrandtjaar, een prachtig idee, maar Rembrandt is natuurlijk veel meer een nationale figuur, internationaal zelfs door de verspreiding van zijn werk - en voor de lieden met enige koopmansmentaliteit onder ons: hoeveel groter is niet de handelswaarde van een Rembrandt staat tot de kosten van onderhoud van het werk dan zulks het geval is bij de aan plaats en het hebben van een functie gebonden werk van Arent van ’s-Gravesande? Maar dan onmiddellijk: niemand heeft zozeer het stempel van fraaie architectuur op de Stad gedrukt als Arent van ’s-Gravesande. Bovendien is dat het zeventiende-eeuwse, Classicistische stempel van het hoogtepunt van de Hollandse architectuur.
Door de bloei van de Stad heeft Van ’s-Gravesande een schitterende reeks van gebouwen kunnen realiseren die alle met elkaar harmoniëren, bovendien legt hij in zijn werk getuigenis af van de hechte eenheid tussen kunst, Republikeins gevoelen en Calvinistisch geloof die er in de Stad bestond. Guido Steenmeijer benadrukt de Christelijke symbolen die voor de streng Calvinistische opdrachtgever en weldoener Jacob van Brouchoven (de familie zou haar naam nu wel als „Broekhoven” spellen) als stichter van het naar hem genoemde Hofje aan de Papengracht in het beeldhouwwerk werden gehakt. Als eerste schrijft Steenmeijer met grote waarschijnlijkheid ook Brouckhoven’s epitaaf in de Pieterskerk toe aan Arent van ’s-Gravesande. Daarin wordt gezegd over Brouckhoven dat hij de ware Godsdienst en Vrijheid zozeer toegedaan was dat een ieder er een voorbeeld aan kan nemen.
Van ’s-Gravesande gebruikt niet alleen cherubijnenkopjes en granaatappels als direct begrijpelijke symbolen, hij past bovendien bij het Hofje zowel als bij de Lakenhal en de Marekerk als belangrijkste pilasterorde de orde met de Jonische capitelen toe. (Dat zijn de capitelen met de krul op de hoeken, men kan zijn kennis ophalen aan de vele photo’s in Steenmeijer’s boek). Dat is niet toevallig. Op aandringen van Jan van Hout was de Jonische orde ook heel nadrukkelijk - als orde van de Vrijheid van de Stad en de Republiek - de voornaamste orde van het Stadhuis geworden, en in Amsterdam was het de hoofdorde van de Westerkerk, de eerste grote Protestantse kerk hier te lande.
Het Jonisch is voor zeventiende-eeuwse begrippen zowel een uiting van Vrijheid van Conscientie als van staatkundige Vrijheid. (Dat Jacob van Brouchoven die Vrijheid wat exclusiever anti-Paaps en anti-Remonstrants opvatte dan Jan van Hout doet voor de architectuur weinig ter zake).
Wat ter zake doet is dat er geen scheiding was tussen geloof en kunst. In de vroege Renaissance (toen nog iedereen Catholiek was) en in de eerste helft van de zeventiende eeuw in Holland - bij strenge Calvinisten zowel als bij Remonstranten en Roomsen - was de vervolmaking die werd nagestreefd in de architectuur onlosmakelijk verbonden met de idee dat men zo de vervolmaking nabij kwam die God in de schepping bedoelde. De schone proporties in de architectuur waren een afschaduwing van Gods bedoeling met de wereld.
Dat bij de orthodoxie altijd weer afkeer van de beeldende kunst optreedt ligt meer aan een te enge interpretatie van het Tweede Gebod, gevoed door angst voor idolatrie; het vreemd staan tegenover de kunst in later tijd heeft eveneens meer te maken met angst: men weet niet meer hoe men kunst en geloof moet integreren, men ziet de kunst als een afleiding van het geloof in plaats van een vervolmaking van de wereld. Dat iemand die sterk staat in zijn geloof wel interesse voor kunst kan hebben bewijst wel de Anti-Revolutionaire voorman Kuyper („Abraham de Geweldige”), die veel ophad met schilderkunst en architectuur.
Het systeem van fraaie verhoudingen heeft Arent van ’s-Gravesande met de grootste zorg toegepast in die twee eerste belangrijke stadsopdrachten, de Lakenhal en de Marekerk. Niet alleen dat, maar hij heeft altijd gehandeld alsof hij de misschien wel de trotse maar in elk geval nederige dienaar was van zijn opdrachtgever. Zijn gebouwen zijn niet alleen mooi, maar ook uitstekend voor hun doel. De fraaiheid van de Lakenhal kreeg men te zien wanneer men door de voorpoort het voorplein opstapte. Daar deed zich de architectuur in haar schone proporties echt „heerlijk open”. Daar zag men onmiddellijk de functie van het gebouw: aan de vele versieringen waarin allerlei attributen van de lakennijverheid worden teruggevonden (tot hele schapen als leveranciers van wol toe) en aan de open galerijen waarin de kleur van het laken in het daglicht kon worden gekeurd.
Zo werd in één oogopslag een hoogtepunt van de Leidse architectuur en de economische ontwikkeling duidelijk. Welk gebouw was ook beter geschikt dan de Lakenhal om er het museum van plaatselijke geschiedenis en kunst te vestigen! Wat een gelegenheid doet zich nu niet voor bij de prijsvraag voor de uitbreiding, om herstel van het Voorplein te vragen. Zodat men de architectuur en de oorspronkelijke functie weer in volle glorie kan beleven.
De inbouw die het zicht belemmert was indertijd toegestaan als tijdelijk, omdat er geen geld was voor een verbouwing. Nu het werk van Arent van ’s-Gravesande eindelijk geheel (of practisch geheel) bekend is kan het door een Arent van ’s-Gravesandejaar worden getoond en opgenomen bij de toeristische trekpleisters.



Leiden als stad van burgerlijke cultuur: is hoogbouw acceptabel?

Toen wij in de periode 1970-’74 in de Raad zaten waren wij allen het erover eens dat hoogbouw verwerpelijk was. Wij hebben dat ook expres op schrift vastgelegd. Met wij bedoel ik behalve onszelf Cees Waal, Roel in ’t Veldt, Annelien Kappeyne van de Coppello en Herman Ambtmeyer, om ons in willekeurige volgorde te geven, een doorsnede dwars door links en rechts. En bovendien: niet de eersten de besten. Annelien was een van de betere liberalen, altijd bereid om naar een argument te luisteren en haar mening te wijzigen als ze overtuigd was van de juistheid van een ander standpunt dan ze oorspronkelijk had ingenomen.
Hoogbouw vonden wij verwerpelijk, verfoeilijk, sociaal onacceptabel, kortom uit den boze. Zowel stedebouwkundig als sociaal-hygiënisch. En zo is het nog. En nu zit er een Raad die over de zwaarwegende, zeer lang durende consequenties van hoogbouw, één van de weinige stedelijke onderwerpen waar de Raad nog het heft in eigen handen zou kunnen nemen, volstrekt niet schijnt te willen nadenken en alles liefst aan B & W overlaat. B & W bekommeren zich niet om de sociale aspecten van hoogbouw - wat vreemd is voor iemand als Hillebrand, die toch lid is van een zich sociaal noemende club - neen, B & W perverteren zelfs de woningbouwverenigingen, ze tot louter speculanten reducerend.

Het argument dat te pas en te onpas wordt gebruikt is de woningnood. Er zou geen lage sociale woningbouw ook maar ergens mogelijk zijn indien niet het hele project werd scheefgetrokken door een woontoren die de exploitatie (van zowel gemeente als projectontwikkelaar) sluitend zou maken.
We hebben het meegemaakt bij de toren aan de Zoeterwoudse Weg (Van Rij beweerde bij hoog en bij laag dat de zichtlijn over de Vijf Meilaan-Vrijheidslaan recht op de voorkant aanliep - het bleek scheef te zijn, ja het was een slecht gepland restterreintje, nog schever voor het gezicht als de nieuwe winkels plus woningen voor het Vijf Meiplein zijn gebouwd); bij de Keektoren (aan de Schelpenkade, om de ligging er bij te geven, hij staat, vreemd genoeg, niet aangegeven op het kaartje van het „Concept-Hoogbouwvisie” ); en nu weer verder in Zuid-West, bij de Snoekerhaven een rond phallisch geval aan de westkant om maar zo veel mogelijk zon te scheppen van de lage woningen aan de nieuwe jachthaven; aan het Bevrijdingsplein een „Albert Heintoren” (wat voor culturele meerwaarde zal die hebben? - gepland op het Bevrijdingsplein, er staat „Luifelbaan” op het kaartje, en inderdaad, van een plein blijft noch hier noch langs de Vijf Meilaan iets over); en, was het maar tenslotte, maar dan was dat hele „concept Hoogbouwvisie” overbodig, de Lepelaar: met achttien verdiepingen meer dan vijf-en-vijftig meter hoog.

Maar als de „sociale” wijkjes er eenmaal staan blijkt de meerderheid, zo niet alles, geen sociale bouw maar woningen voor de verkoop. Helaas ook in de woontorens. Dat breekt ellendig op na zo een veertig jaar, wanneer de economische levensduur voorbij is, maar de constructie wegens de noodzakelijke veiligheidsmarges maakt dat zo een toren rustig nog twee honderd jaar het stedebouwkundige aspect van een hele wijk en als hij maar hoog genoeg is het hele profiel van Leiden kan verzieken. Een corporatie kan een toren weer afbreken - er zijn al de nodige na-oorlogse hoge woongebouwen afgebroken. Niet alleen in de Bijlmer, maar overal in het land. Maar een Keektoren met vier-en-veertig individuele eigenaars wegkrijgen: ga er maar aanstaan, dan moet je op zijn minst de grond tot park of waterpartij bestemmen.
Economisch-stedebouwkundig gezien verkwanselt de gemeente voor eens en voor altijd de grond. Wanneer de gemeente vol is kiest de „visie” voor sociaal en cultureel minderwaardige hoogbouw die voor altijd een stedebouwkundige verpaupering betekent. Iets kleinzieligs kan men geen visie noemen. Echte visie ziet het probleem en de consequenties onder ogen: Leiden is volgebouwd, niet zonder de bestaande structuur kapot te maken kan men er nog iets bij bouwen. Als een College van B & W werkelijk wat betekent, dan ziet het kans de nodige bouwgrond op het terrein van het vliegveld Valkenburg te verwerven.
De eerste woontoren in Amsterdam, een verdieping of tien hoog, prompt „de Wolkenkrabber” genoemd, was in het nieuwe stedebouwkundige plan van de hele wijk opgenomen en is tegelijk gebouwd. Zelfs daar is de achterkant niet alles, maar men moet enige moeite doen om die te kunnen zien: de voorkant is perfect ingepast met een fraaie zichtlijn over de brede avenue (thans de Vrijheidslaan) die van af de Amstel de wijk inloopt. Deze toren is niet alleen gebouwd op een plaats die nauwkeurig in een nieuw stedebouwkundig plan was ingepast, maar hij is ook in dezelfde architectuur gebouwd als de hele wijk.

Alle in de „Hoogbouwvisie” genoemde „torens” detoneren in de wijk er omheen; het uit de toon vallen wordt nog versterkt wanneer ze dicht bij elkaar staan, dan blijkt dat verschillende architecten geheel verschillende ideeën hebben over wat past en wat niet past en over wat mooi en lelijk is. Vooral bij het Station is nu al een chaotische cacophonie van hoofdvormen, richtingen en stijlen, die met elk hoog gebouw erbij extra wordt versterkt. Nr. 6 van het lijstje van 21 in de „Hoogbouwvisie”, „de Kijker” genoemd, is het complex van rode gebouwen aan de Bargelaan, dat geen toren valt te noemen, dat lelijk scheef de zichtlijn over de Rijnsburgerweg afsluit (wat een gezicht voor de Oegstgeestenaren!) en waavan de bewoners nu al zicht hebben op nr. 4 van het lijstje, de „SVB-toren” (ronduit het lelijkste gebouw dat in deze buurt is opgetrokken, ook geen „toren” maar twee een hoek met elkaar makende planken die voor het zicht op allerlei plaatsen in Leiden opeens half boven de bestaande bebouwing uitkomen) maar wier zicht op de stad straks verder - en wel geheel - geblokkeerd zal worden door een meer dan vijf-en-vijftig meter hoog gebouw dat op het kaartje (nr. 19) als „ongeveer 55 m hoog” en met „van der Puttegebouw” wordt aangegeven.
Hier staat tenminste niet het misleidende woord „toren” (het moet een gigantisch bord of plank worden), maar Van der Putte zou een kantoorgebouw optrekken, en nu de markt voor kantoorgebouwen is ingestort vindt het College plotseling dat deze voor woningbouw onmogelijke plaats wèl geschikt is voor woningen. (Op het bestemmingsplan, dat al niet zo een groot gebied bestrijkt, staat 50 m hoog als maximum, maar misschien wordt het wel meer, want ook dit plan is dan nog uit het bestemmingsplan gelicht voor een art. 19-procedure).

Bij de 21 „torens” die op het kaartje van de Hoogbouwvisie worden vermeldt staan op zijn minst twee hoge gebouwen niet, de Keektoren, plomp, maar door zijn hoogte en vierkante vorm wel een toren te noemen, en de gebogen plank die aan het begin van de Stevenshof staat, verdwaald alsof hij met een reusachtige zaag uit een hoge slingerende wand in Antwerpen is gezaagd en vervolgens zonder enig stedebouwkundig verband whatsoever hier maar is achtergelaten.
De „toren” van de Nuon hoort niet op het lijstje, hij is als een fabrieksschoorsteen van een volslagen andere stedebouwkundige categorie. Door zijn slankheid heeft hij jarenlang de aandacht getrokken van wie ten noorden van Leiden staand (of varend, zoals Jan van Goyen wel zal hebben gedaan om voldoende afstand voor zijn stadsgezicht te vinden) naar de stad keek - maar door die slankheid lang niet zo storend als de Meelfabriek, die het hele silhouet verknoeide. De „Hoogbouwvisie” geeft naast de Meelfabriek nog een rondje, om aan te geven dat er nog iets naast moet komen. Dat is helaas voor goede voorlichting een rondje te weinig. De gemeente vindt namelijk het plan voor de Meelfabriek niet haalbaar wanneer de ondernemer niet twee extra torens mag bouwen. Het kwaad wordt hier dus verdrievoudigd. Had „Stiel” niet kunnen nadenken voordat hij plaatsing op de Monumentenlijst aanvroeg? Zouden de arbeiders die in de Meelfabriek hebben gewerkt het gebouw niet liever hebben opgeblazen? En zo de arme Stad hebben ontzet van een veel te hoog en massaal gebouw binnen haar singels? Zou de industrieele archaeologie niet meer gebaat zijn met een mooi geillustreerd verhaal van de oorspronkelijke toestand dan met iets verbouwds met andere context, grotendeels andere gevels en geheel andere interieurs? Zou „Stiel” misschien op wat grote schaal aesthetiek en nostalgisch sentiment door elkaar hebben gehaald?

Een paar gezichten met zichtlijnen op hoge bouw in „visie Hoogbouw” ondergraven geheel en al het uitgangspunt dat hoogbouw visueel acceptabel zou zijn: de als een macabere zwarte doodskist oprijzende nieuwbouw van Naturalis, die van af allerlei punten is te zien, hier (p. 33) genomen over het water aan het eind van de Oude Vest de stad invarend of fietsend of lopend in de richting van de Lakenhal ziet men het gebouw alleen maar groter en zwarter worden... Of die „vista” over de Nieuwe Rijn in de richting van het Stadhuis en V & D: 40 en 60 meter hoog bij het Station zouden hier net niet zichtbaar zijn - neen, natuurlijk niet: het gezicht dat er was wordt geblokkeerd door een illegaal geplaatste opbouw op het (nota bene op de monumentenlijst geplaatste) gebouw van V & D!

Wie in de Raad beseft nog het sociaal-hygiënische kwaad van hoge woningbouw? Wie beseft dat het beschermde stadsgezicht steeds minder een „gezicht” wordt en steeds meer een stukje oud dat niet kan ademen omdat het niet uit kan kijken, zelf geen zicht heeft, maar gevangen raakt in een reusachtige kooi van hoogbouw?



Naar een Monumentenstad met een Goed Vervoerssysteem en een Doorzichtig Bestuur

De Leidse afdeling streeft naar drastische mentaliteitsverandering in het bestuur van Leiden. De meeste voorstellen vloeien logisch voort uit het landelijke programma; het voor Leiden bijzondere en bijzonder belangrijke punt, het historische voorkomen van de tweede Monumentenstad van het land, het aspect zoals wij dachten dat het beschermd zou worden door het Beschermde Stadsgezicht, moet de voorrang krijgen, aangezien het door een onverschillig stadsbestuur (dat de waan van de dag laat voorgaan, in het bijzonder wanneer het de waan van de grote ondernemers of de grote speculanten is) wordt verwaarloosd, terwijl de Gemeenteraad werkloos toekijkt, ziende blind is.


foto

De Trianon-Bioscoop in de Breestraat ontsierd met Reclameborden

Op grove manier, het monumentale deel van de gevel aantastend, zijn half voor de ramen van de eerste verdieping twee reclameborden aangetimmerd. Eén dat een film aanprijst en verder naar links, op de photo niet zichtbaar, een ander dat een persoon aanprijst. Zou een aantal krakers het gebouw zijn binnengedrongen en op het linkse bord een photo van de hoofd-kraker hebben aangeslagen? Het is anders zo moeilijk te veronderstellen, want dan moeten we geloven dat Jan Boer het recht al in eigen hand heeft genomen en de regels over het ontsieren van monumenten overtreedt, voordat hij wettig in de Raad gekozen de regels die hem niet zinnen heeft afgeschaft.
Jan Boer heeft nota bene het enige monument met halve zuilen om de ingang in de Breestraat, heel bijzonder nog wel voor 18de-eeuws omdat ze Jonisch zijn. Wat die zuilen betreft wordt hij alleen overtroffen door Job Cohen die een ambtswoning met marmeren zuilen naast de voordeur heeft!
Jan Boer wil regels afschaffen en 75% van de ambtenaren naar huis sturen. Jammer genoeg vermeldt hij niet welke regels en welke ambtenaren. Maar bij driekwart van de ambtenaren naar huis loopt hij een gerede kans dat de boel in het honderd loopt en vrijwel zeker zullen er alle bij zijn die hem goed gezind zijn. Regels afschaffen werkt in het algemeen in het voordeel van de rijkste en de sterkste - zeker nu de rechters de neiging hebben alleen nog maar marginaal te toetsen.
Als voorbeeld de gehate dakkapelletjes-regelingen. Met veel tam-tam zijn die een paar jaar geleden versoepeld. Maar het effect is dat wanneer je nu een conflict met de gemeente hebt en naar de rechter loopt, de rechter zegt: ik kan daarover niets vinden in de wet, dus ik ga de gemeente gelijk geven.

Wat jammer toch dat die door ons voorgestelde Binnenstadsautoriteit er nog niet is, en de gemeente overal ontsierende reclames zonder vergunning gedoogt en er voor ontsierende grove vuilnisbakken al in het geheel geen vergunning nodig is. Nu de semi-trein er nog bij en de Breestraat is niet meer dan een treingoot.

Nu, een week later, hangen de borden er nog. Wij horen van de Stichting Arent van ’s-Gravesande - die als een van de weinige oudheidkundige verenigingen opkomt voor het monumentale milieu, in het bijzonder dat van de binnenstad, en die een van de weinige, misschien wel als de enige vereniging bezwaar heeft gemaakt tegen de nieuwe bestemmingsplannen voor de Binnenstad, die niet aan iedereen, maar vooral aan door B & W begunstigde personen en instanties allerlei uitzonderingen toekennen - dat ze op 20 Februari aangifte van ontsiering heeft gedaan bij de politie. Ontsiering van monumenten zonder vergunning is namelijk verboden en er is geen vergunning. Daarna heeft ze nog dezelfde dag die aangifte gemeld bij B & W en om handhaving van de wet gevraagd en bovendien om handhaving van alle andere geldende regels, zoals hoe dan ook aanvrage bij de ARK van reclame op gevels, en, in dit geval in het bijzonder, de regel dat politieke partijen op zo een plaats geen reclame mogen maken. Zou de Raad, die ook is ingelicht, al vragen aan B & W hebben gesteld? Waarom zou Jan Boer als enige politieke partij die regel mogen overtreden? Zijn die regels wat hem betreft afgeschaft? De Gemeente is toch niet bang dat Boer bij handhaving stemmenwinst haalt? Helaas zal er wel een „Zalm-effect” zijn zoals er enige landelijke verkiezingen geleden een „Lubbers-effect” was: het suggereren dat wanneer je op een bepaald iemand stemt je het zelf met de bestaande regels ook niet zo nauw hoeft te nemen. Populistische belazerij, zitten de heren eenmaal dan zullen ze wel gauw even de wet handhaven, zodat Jan met de pet weet waar hij aan toe is! Anders onstaat er immers anarchie!
Het grote democratische gevaar is dat angst om op te treden op een zekere dag leidt tot een grootte van de populistische, demagogische partijen die niet meer beheersbaar is. Wordt er op de scholen eigenlijk nog wel geleerd hoe Europa door onvoldoende vertrouwen in de democratie afgegleden is tot Fascisme en Nazisme in Italië en Duitsland en een veel te laat zich te weer stellen van de „democratische” staten?
Het bange denken van „anders wordt het veel erger” en niet optreden is op zichzelf al een slag gewonnen voor Jan Boer en voor het College een stap op een hellend pad.
Is ons verlangen, plaatselijk gezien en niet met de Tweede Wereldoorlog in het achterhoofd, niet het verlangen met een kanon op een mug te schieten? Ik ben bang van niet. Ik ben bang dat het niet optreden symptomatisch is voor een heel vies knipoogje aan Jan Boer: als jij je maar door een College dat de laatste jaren steeds verder naar populistisch rechts afglijdt, laat inpakken, ben je van harte welkom. Lichtend voorbeeld: Alexander Pechtold. En nu Hessing, die als de tekenen niet bedriegen, zijn overstap voorbereidt naar de partij waarvan D’66 de laatste twaalf jaar al de trouwe sneltramaanhangwagen is geweest.

Een enkel voorbeeld waar duidelijk blijkt dat Van der Sande, met als lichtend voorbeeld nu Zalm, de werking van de democratie aan zijn laars lapt. Wie was het toch al weer die naar aanleiding van zijn vuilverwerkings-„beleid” opmerkte dat Oud, de stichter van de partij en een ware democraat, zich in zijn graf zou omdraaien als hij ervan hoorde? En Van der Sande’s plaatselijke afdeling? Die is volstrekt gebiologeerd door de grote man, vice-voorzitter van de PARTIJ nog wel, en ziet alles wat hij doet in schone illusie - zo naief als Couperus’ schoone illuzie. In hun honderd-punten programma van het najaar schreven de leden in stomme admiratie over zijn „schone weg” - daarmee doelend op de foeilelijke papierbakken en containers die Van der Sande overal neerkwakt. Laten we er even aan toevoegen: daar is ook Hillebrand schuldig aan die bestemmingsplannen maakt voor de Binnenstad waar alles wat geen gebouw of erf is stomweg „verblijfsgebied” heet - onverschillig of het een rijweg, een trottoir, een kinderspeelplaats of een grote betonnen container is. Zodat ook Geertsema als Wethouder van Monumenten als hij al zou willen geen plaatsing van Van der Sande’s armetierige troep kan tegenhouden - dat kan helaas wel het „recht” van de sterkste. De naiveteit van zijn eigen partijleden hier doet denken aan de stomme overgave van de Peruviaanse arme boeren die in de sendero luminoso, het lichtend pad, inderdaad een lichtend exempel zagen zonder in de gaten te hebben dat ze belazerd werden.
Hier dus de naiveteit van de werkster die opgeruimd en mooi door elkaar haalt. Een enkel voorbeeld.


Van links naar rechts en van boven naar beneden. De „monumentale lantaarn” op het Stadhuisplein. Geertsema en Hillebrand: waterafvoer van koperen lantaarn binnendoor ontbreekt zodat de pyloon groen „uitslaat”. Van der Sande’s bak verpest het laatste stukje „royale entrée” van het Stadhuisplein. Twee: het is duidelijk dat Van der Sande geen VVD-stemmers verwacht in de Hansenstraat. Gewillige toelater: Hillebrand. Nummer drie: een open bak, ergens anders. Met verende, echt dempende stootkussentjes. In Leiden zijn de geluiddempers overal willens en wetens vervangen door plastic dopjes die zo hard zijn dat ze volstrekt geen geluid dempen. Vier: op de Jan van Houtkade opvallend en obstructief midden op het trottoir zodat er geen moeder met kinderwagen meer langs kan. Net binnen de grens van het Beschermde Stadsgezicht zodat alle drie de heren hiervoor verantwoordelijk zijn.
Tweede rij, nummer vijf: vergelijk het Dordtse voorbeeld. Hier is de bak volkomen willekeurig voor het hoekpand Korevaarstraat-Hoge Woerd geplaatst, zonder enige relatie met de architectuur. Op de achtergrond, voor de connectie (met Voorschoten? dan moet hij verdwijnen indien de Rijn-Gouwelijn over de Breestraat wordt aangelegd), een grote vuilbak en een stuk van het cubistische speelgoed van een ontwerper dat hier en daar de stoep verspert en dat bedoeld schijnt te zijn als zitbankje.
Nummer zes. Hier regeert echt opgeruimdheid, blanco schoonheid - we zullen hieronder uitleg geven.
Nummer zeven. Op marktdag in Dordrecht. Twee mannen gebruiken een klein handwagentje om de kleine rode vuilnisbak te legen. Dus geen grote lawaaiige vrachtwagens die veel te snel en in verboden richtingen over de woonerven rijden. Door twee mannen betekent minder werkloosheid bij de laagopgeleiden onder wie juist de meeste werkloosheid is. Verantwoordelijkheid voor het systeem in Leiden: behalve de eerder genoemden dus ook de Wethouder van Sociale Zaken.
Acht: zelfs op Station Leiden-Centraal staat een behoorlijk vormgegeven papierbak... geven de Spoorwegen voor eens het lichtend voorbeeld!?

Nog een paar opmerkingen, beginnend met het blanco vak. Dat vak was bestemd voor de grote container op het trottoir van de hoek van de Lange Brug en de Steenschuur, recht voor de glazen uitbouw van het Kamerlingh Onnesgebouw. De snelheid waarmee die weer is weggehaald duidt op de invloed van de grootste werknemer van Leiden (die zelf er maar niet toekomt de natuurstenen banden voor de ingang van het gebouw nu eindelijk eens fatsoenlijk af te werken) - en bovendien het aantal VVD-stemmers dat in die contreien kan worden verwacht. Men begrijpt inmiddels dat ondergetekende (van wie genoegzaam bekend is dat hij al veertig jaar geen VVD meer stemt) op verzoek van een ondernemer in de straat zowat alle containers uit de buurt voor zijn huis heeft gekregen. Zodat hij dacht en nacht opgeschrikt wordt door het geklepper van de kleppen die veel en veel te harde doppen hebben. Zodat hij vier maal per week om halfacht ’s ochtends het lawaai hoort van het omhoog takelen en omgooien in een gigantische vrachtauto - veel groter dan de terreinwagens die Nijmegen niet in de binnenstad wil, veel lawaaiiger dan enige fabriek die in de stad wordt geduld - maar lawaai door de gemeente zelf valt buiten elk bestemmingsplan of milieuverordening. Zodat hij eenmaal bijna finaal kapot is gereden door een tegen nauw één-richtingverkeer in achteruitrijdende vuilnisauto. Gebeurt er bij dergelijke situaties een ongeluk dan zegt Van de Sande: mijn naam is haas, en probeert de schuld geheel op de vrachtwagenchauffeur af te schuiven: in de meeste gevallen is er immers geen ontheffing om zo te rijden, en is de ontheffing er wel dan nog heeft de chauffeurde verplichte copie niet bij zich. Verantwoordelijken: zowat alle wethouders en de burgemeester die als hoofd van politie niet ingrijpt.
Toen deze dingen werden geplaatst heb ik een gesprek aangevraagd met Van der Sande. Reactie: de Wethouder geeft geen gehoor want „de zaak is onder de rechter”. Snap je lezer? Van der Sande probeert zeer ondemocratisch (als ik me wel herinner heb ik hierover bij de fractie van de VVD de vergelijking gemaakt met Oud, de illustere stichter van de VVD) de mensen te misleiden met een Engels begrip dat hier niet van toepassing is. Snap je lezer: ik was naar de rechtbank gelopen, vandaar die misleiding: had ik dat niet gedaan dan had Van der Sande die containers nog niet weggehaald. Nu zijn we na jaren procederen ook nog geen stap verder - hoewel er steeds meer wetsartikelen en verordeningen te voorschijn komen die de wethouder aan zijn laars lapt...
Kortom, de VVD, de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, zou beter herdoopt kunnen worden in Po Pa-OD (Populistische Partij voor Ondernemersvrijheid en Demagogie).

Dit is dan een wat persoonlijk getinte ontboezeming, die echter mutatis mutandis zowat alle niet VVD stemmende Leijenaars aangaat. Nogmaals: een Binnenstadsautoriteit is hoogst gewenst, die gezag heeft om alle zaken van invloed op het groene en gebouwde milieu te coordineren en op te treden tegen maatregelen die het visuele milieu aantasten.

Het is verontrustend dat de SLP wegens al de in deze rubrieken genoemde zaken veel respons heeft gekregen (wat de Rijn-Gouwelijn en de vermaledijde hoogbouw betreft ook van geheide VVD-ers, die graag een „het roer moet om” hadden gezien) maar dat de jeugd vooral voor materialistische zaken interesse schijnt te hebben, op zijn best voor sociaal-materialistische zaken. Zodat met alle blijken van sympathie we te weinig mensen bereid hebben gevonden op een (verkiesbare) plaats op onze lijst te staan.Wij laten het daarom bij een advies en bij de nuchtere constatering dat het meeste van wat we voorstaan wel van groot plaatselijk belang is, maar landelijk geregeld moet worden. Bijvoorbeeld een Constitutioneel Hof, een nieuwe Monumentenwet met betere bescherming en betere, nadere definieering van beschermde stadsgezichten en, internationaal, het heroverwegen van verbonden zoals de NATO waar we voor zowel verdediging als met „pre-emptive wars” met een grote, moeilijk tot rede te brengen partner te maken hebben - een verbond waarin een onmogelijke balans tussen oorlogs- en vredestaken gevonden schijnt te moeten worden. Het „aanharken” van de eigen tuin zodat we onze rol in de Europese Unie goed kunnen spelen.

Dat is moeilijk genoeg, wij zijn niet voor niets opgericht. Wij hebben al geschreven niets voor louter plaatselijke partijen te voelen. Of voor nieuwe partijen waarvan je nog niet weet welke kant ze op zullen gaan. Dat vraagt om uitleg over onze houding tegenover Duurzaam Nederland, dat zich wel aandoet als landelijke partij. Deze partij heeft een aantal sympathieke programmapunten, maar ook zij lijkt erg sociaal gericht en ondanks haar aandringen op inburgering van immigranten nog niet in te zien dat inburgering zo dient te zijn dat er ook culturele acculturatie onder valt. Het is ook verdomd moeilijk met het patente onbegrip bij haast alle partijen voor het belang van cultuur en onderwijs in goed Nederlands. Je zult toch immigrant zijn en je veel moeite geven Nederlands te leren, om na verloop van echt niet zoveel jaar te merken dat je opnieuw kunt beginnen omdat inmiddels door de lakse, permissieve houding en de „laagdrempeligheid” al weer een geheel nieuw, verloederd, Nederlands in de mode is gekomen.

Blijft het criterium van consequent, zonder draaierigheid en met open vizier oppositie te hebben gevoerd tegen de Rijn-Gouwelijn. Wij vinden dat Filip van As hierin en op tal van andere punten zich een voorbeeldig raadslid heeft getoond. In de verwachting dat zijn lijn wordt voortgezet, adviseren wij voor de Christen-Unie te stemmen.



Plaatselijk Programma en Uitwerking

Onze speerpunten voor Leiden zijn

Doe mee aan geestelijke vernieuwing van het Stadsbestuur!

Onze naamsregistratie door de Kiesraad betekent dat wij bij voldoend enthousiasme in de Stad aan de plaatselijke verkiezingen kunnen deelnemen onder onze naam Sociaal-Liberale Partij!


Van Gend en Loosterrein

Ons voorstel voor een Station Leiden-Van Gend & Loos met verhoogde spoorbaan. Fiets- en voetgangersroutes ook verhoogd over Morsweg en Haagweg. Voetgangers het dichtst bij de Binnenstad voor het mooiste uitzicht over het Galgewater. Nieuwbouw eengezinswoningen in een gesloten blok. Voetgangerstraverse naar de Binnenstad via Universiteitsgebouwen en Patersbrug. Zie beneden bij Haagwegterrein en Infrastructuur ons algemeen vervoersplan.




Rijn-Gouwelijn

Op 8 December heeft de Stichting Arent van ’s-Gravesande enige bezwaren tegen de Rijn-Gouwelijn, zowel tegen het tracé als de gehele opzet ontvouwen voor de verantwoordelijke Raadscommisie. Gezien de beperkte tijd was het een résumé, het complete stuk volgt hieronder. De Sociaal-Liberale Partij kan zich hiermee van harte verenigen.

«Een punt van orde: de Stichting Arent van ’s-Gravesande heeft geen aankondiging van deze vergadering gekregen ondanks het feit dat ze bezwaar maakt, resp. in beroep is gekomen tegen het tracé zowel bij Aalmarktplan, Binnenstad I, Stationsgebied Stadszijde en Zeezijde en Van Gend & Loosterrein wegens het structurele verband met de Rijn-Gouwelijn.»

Antwoord van de commissievoorzitter: dat is een zaak van het College! Wel, wel, leve het dualistische stelsel:

a) het interesseert de Raad kennelijk niet hoe het college de Burgers behandelt

b) zelf gelooft Hij stellig dat het college niet probeert Hem informatie te onthouden

«De openlijke regeringspolitiek is altijd geweest de Oost-west assen te verbeteren, niet Noord-west - Zuid-oost assen. Aan de milieu-organisaties heeft de regering bovendien beloofd bij de aanleg van de N 11 (Leiden-Alphen-Bodegraven) het spoor te verdubbelen. M.a.w. belofte van een vrij hoogwaardige snelle railverbinding die het milieu zo veel mogelijk zou sparen: in plaats daarvan biedt de Rijn-Gouwelijn een langzame verbinding : de rijtijd Alphen-Leiden-Centraal wordt 2 x zo lang.

«De hele procedure is ondemocratisch geweest (wij verwonderen ons erover dat de verantwoordelijke wethouder (Hessing van D66) zich een democraat durft te noemen), continue gekenmerkt door achterhouden van gegevens, bedrieglijke, eenzijdige voorlichting en afwijzing van een referendum - en dat door een partij die in haar verkiezingsmanifest het referendum hoog in het vaandel had staan!

«De lijn was opgezet als een railverbinding van Alphen-Noord via Alphen-Station naar Leiden en verder, maar, aangezien B & W van Alphen geen gevaarlijke railverbinding door hun centrum wilden, verlegd naar Waddinxveen en Gouda. De Waddinxveense forensen op Den Haag en Rotterdam verliezen nu al duizenden en duizenden forensen-uren per jaar aan eerst in de verkeerde richting naar Gouda reizen en dan overstappen, dat wordt er door één of twee stations extra en een sneltram alleen maar erger door. Al twintig jaar geleden had een vooruitstrevend gemeentebestuur van Waddinxveen een boog richting Zoetermeer-Den Haag gepland, dat wordt nu wel voorgoed gefrustreerd.

«Iedereen wist dat de lijn Alphen-Gouda noodlijdend is, maar pas na jaren sijpelt het door dat de Provincie de in het Groene Hart van Holland liggende gemeenten langs het Rijn-Gouwetracé onder zware pressie zet om zo een 15.000 woningen te bouwen - lijnrecht tegen het openlijk beleden standpunt van Rijk en Provincie het Groene Hart open te houden!

«Stel je voor: honderden miljoenen om de hogesnelheidslijn onder de grond te duwen om het Groene Hart te sparen en nu wil de Provincie (ironisch is er enig zacht gesputter bij de D’66-fractie in de Staten) dwars op de hogesnelheidslijn een stad van zo een 50.000 inwoners bouwen!

«Zelfs als dat maar 25.000 auto’s extra betekent raakt hierdoor de N 11 (en enige andere wegen) elke ochtend en avond urenlang verstopt. Ook de autobussen die de reizigers voor de Rijn-Gouwelijn zullen moeten aanvoeren kunnen er niet meer door.

«Een natuurgebied langs het tracé in Zoeterwoude moet opgeofferd worden voor opstelsporen, alleen omdat bij Leiden-Centraal er absoluut geen integratie met het Spoorwegnet is.

«Met andere woorden: voor de Gedeputeerde Marnix Norder was het een prestige-project dat hoe dan ook doorgezet moet worden, ook al is het ten koste van het Groene Hart van Holland. Bij Jeltje van Nieuwenhoven scheen eerst wat onafhankelijk denken op te treden, maar nu zet ze b.v. Waddinxveen met demagogische trucs onder pressie. Ze heeft in Waddinxveen beweerd dat de tram er „voorbij zou rijden” indien Waddinxveen niet, etc. (Zie hieronder).
De aftakking van het spoortracé bij Lammenschans is hoogstgevaarlijk, gelijkvloers, zodat er dezelfde situatie ontstaat als er bij Harmelen toen daar bijna honderd doden zijn gevallen bij een treinongeluk. Daar is eerst een kilometers lange „noodbaan” aangelegd, recent pas is de kruising ongelijkvloers gemaakt. Het lijkt wel alsof de Wethouder er van uitgaat dat de spoorlijn toch opgeheven wordt... Of denkt de Wethouder werkelijk dat de NS hun lijn Alphen-Leiden zullen handhaven wanneer er een tweede vervoerder op het traject zit?

«En denkt de Wethouder dat de Spoorwegen wanneer ze eenmaal Alphen-Leiden opheffen Alphen-Bodegraven-Woerden zullen laten bestaan? Blijft er dan nog iets over van het traditionele achterland van Leiden? Wat drijft de PvdA-Gedeputeerde eigenlijk om zo een stompzinnige, megalomane, in the end voor iedereen schadelijke concurrentie met de NS aan te gaan? Waar blijft het met het nog geringe comfort van toiletten en eerste klas?
«Denkt de Wethouder werkelijk dat een sneltram om iets anders dan om de 7½ minuut (of een veelvoud daarvan) inpasbaar is in het halfuursschema van de Spoorwegen?

«De HTM (Haagse Tramwegmaatschappij) moet het vervoer verzorgen: wie naar Utrecht wil zal dus eerst per tram naar Gouda moeten, daar overstappen op de trein, enz. Het is alsof men de spoorlijn Den Haag-Delft opheft en tegen de Hagenaars die naar Rotterdam willen zegt: beste Hagenaars ga maar per gele tram naar Delft en stap daar over op het spoor!
De H.T.M. moet het vervoer verzorgen: wil Wethouder Hessing de gele tram die we indertijd wegens de verkeerscongestie uit de stad hebben gegooid nu verruilen voor een gele tram die nog veel zwaarder, langer, breder en sneller is? De blauwe tram was zwaarder nog dan de gele, maar de treinstellen die nu met het woord light-rail worden aangeduid zijn nog zwaarder, langer, breder en sneller dan die van de blauwe tram.

«Marnix Norder, die de Rijn-Gouwelijn zo gepousseerd heeft is nu Wethouder van ’s-Gravenhage, van Ruimtelijke Ordening, o.a. voor „Nieuw Centrum”. Als Wethouder heeft hij een groot aantal nevenfuncties o.a. is hij lid van de commissie voor de Ruimtelijke Ordening van de VNG en lid van de commissie Stedenbaan - in beide commissies is het rampzalig als hij zijn ideeën over het volbouwen van het Groene Hart van Holland doorzet. Zowel als Wethouder van Ruimtelijke Ordening als van de Commissie Stedenbaan heeft hij te maken met de HTM en in het College van B & W heeft hij dagelijks contact met Bruno Bruins, Wethouder voor Verkeer, Binnenstad en Monumenten, die eerder heeft gewerkt bij de Connexxion en de HTM. Het is duidelijk dat Jeltje van Nieuwenhoven het onafhankelijke denken bij zulke tegenspelers maar even opzij heeft gezet en het denken, ach heden, maar aan de Leidse Raad overlaat...

«Wat zijn de voordelen voor de Middenstand eigenlijk van een project dat neerkomt op een boven de grond neergekwakte metro met te weinig haltes voor stadsvervoer? Profiteren van de aan het project gekoppelde doorbraak bij de Aalmarkt anderen dan V & D en C & A, beide noodlijdende bedrijven waarvan vooral V & D het vertikt in Leiden met een assortissement te komen vergelijkbaar met zijn assortissement elders? Verliezen de winkeliers bij het verdwijnen van de bussen van de Breestraat misschien hun traditionele klanten?

«Het ROC (Regionaal Opleidingen Centrum) wordt op kosten gejaagd: het moet bij Lammenschans oneconomisch hoog, energieverslindend en stedebouwkundig onacceptabel bouwen : met de grond die nu voor de Rijn-Gouwelijn bestemd is erbij kan het ROC op menselijke schaal bouwen i.pl.v. openbare ruimte zo te verknoeien.

«Inwoners van de Professorenwijk worden dubbel gepakt: door een megalomaan hoog en lang ROC gebouw dat als een gigantische Chinese muur de hele wijk in tweeën snijdt, en door de lijn zelf.

«De bijdrage van de Universiteit aan de lijn is op z’n zachtst gezegd questieus. Zo is de Universiteit al een jaar bezig het Centraal Faciliteitengebouw te verbouwen zonder dat er een spoor te bekennen valt van leges voor een bouwvergunning of van precarioheffing (is dat niet het terrein van Wethouder van der Sande?) voor de kranen, containers, steigers, enz, die al die tijd de openbare weg van de Cleveringaplaats versperren. Wegens bezuinigingen moet de UB op Vrijdagavond dicht, maar de Universiteit steunt de Rijn-Gouwelijn... Zo ontstaat het vervelende vermoeden dat de Leidse burgers dubbel gepakt worden: door de directe bijdrage en door deze verkapte bijdrage waarvoor ze uiteindelijk ook moeten opdraaien. Leidse burgers die toevallig ook student zijn worden dus driedubbel gepakt... (Door de directe bijdrage van de Universiteit, door de indirecte, en door het „bovengrondse” stadsaandeel).

«Dwarsverkeer in Breestraat en elders.... het College heeft jarenlang hoog opgegeven over de doorschrijdbaarheid en de doorfietsbaarheid van de Binnenstad.... waar blijven die? Profiteren de gewone middenstanders van de lijn of zijn het in het bijzonder die noodlijdende bedrijven V & D en C & A? Hoe staat het met de fietsers? Het dwarsverkeer wordt practisch onmogelijk, op de laatste kaart b.v. is voor fietsers van de Diefsteeg naar de Mandenmakerssteeg, een veel te smalle, kronkelige passage door de plaatselijk verlaagde perrons op de Breestraat getekend...

«Is het de Wethouder nooit opgevallen dat in Amsterdam ondanks het verbod om te fietsen in de Leidschestraat en het dooreenvlechten van de tramsporen de winkelstand achteruitgaat en de publiekstrekkers naar de P.C.Hooftstraat zijn verhuisd? Denkt hij niet dat bij vertramming van het spoortraject het voor het publiek uit Hazerswoude en waarschijnlijk zelfs Zoeterwoude-Rijndijk sneller en veel aantrekkelijker sneller wordt om in Alphen aan den Rijn te gaan winkelen?

«Waarom geen kleine stadstram waarvan iedereen gelijkelijk profiteert? Is de beloofde frequentie haalbaar? (wachten op Korevaarstraat en Kort Rapenburg en midden op de Breestraat.....)

«Zelfs het overstappen bij Leiden-Centraal wordt bemoeilijkt door een (niet overdekte!) halte op meer dan vijftig meter van het Station. (Begin van de halte, het einde is weer 75 meter verder). Of daar ueberhaupt ruimte zal zijn voor de tachtig meter lange perrons (die recht moeten zijn) tussen een bocht naar links en een bocht naar rechts, is erg dubieus. Het moeilijk overstappen lijkt ons expres: aan de ene kant om reizigers van het transferium per bus (Connexxion) naar Den Haag te laten gaan, aan de andere kant om de Katwijkers te dwingen in Leiden naar V & D te gaan in plaats van in Den Haag waar het assortissement van diezelfde winkel veel beter is. Waarom neemt V & D niet zelf het voortouw met het opkrikken van het niveau zodat er eindelijk die echte publiekstrekker ontstaat waarvan al jaren sprake is?

«De vergelijkingen! In Gend had de tram toen ik er was smalspoor voor de bochtigste en smalste straten, indien dat er niet meer zou zijn is het tramverkeer er alleen maar op achteruit gegaan in plaats van vooruit... In Rome komen de trams tegenwoordig tot aan het oude stadscentrum, niet er in... In Schiedam en Bonn scheren de doorgaande verbindingen tangentiaal langs het centrum... Zelfs in het betrekkelijk jonge San Francisco rijdt de kabeltram in het centrum en gaan de bussen en de metro langs het centrum. In Caen en Nancy...»

Tijdens de Commissievergadering blijkt dat de leden zich toch nog weer gaan orienteren (één dag voor ze willen besluiten) in Rotterdam, typisch zo een stad met dezelfde vervoersproblemen als in Leiden! Wat ze daar kunnen opsteken van de problematiek van Leiden en omgeving is een raadsel. Ze zullen waarschijnlijk gestijfd worden in hun mening dat de zaak technisch mogelijk is...

«Bij de Leidse omgeving horen natuurlijk ook Katwijk, Noordwijk, Rijnsburg, Voorhout, enz. Door goedkeuring van de Oosttak wordt ondoordachte goedkeuring van deze Westtak noodzakelijk om de exploitatie enigszins op te krikken. Noordwijk ligt vlak bij de „Oude Lijn” en Voorhout heeft al een station, zie ons voorstel voor doortrekking van de lijn Utrecht-Alphen-Leiden via Leiden-Merenwijk en Voorhout naar Noordwijk. Dan zijn we ook van een psychologisch probleem af: de oude blauwe tram reed via Oegstgeest naar Rijnsburg en splitste zich daar in takken naar Katwijk en Noordwijk, rekening houdend met de aard van de Katwijkers en Noordwijkers: deze lieden gaan nu eenmaal niet graag samen in één tram zitten. Het tracee van de voorgestelde Rijn-Gouwelijn doet noch Oegstgeest noch Rijnsburg aan. Vandaar ons voorstel voor een rondrijdend stadstrammetje (hybriede, zonder lelijke bovenleiding in het centrum, enkelsporig, allicht op één rail zoals in Caen en Nancy) om de 2½ minuut, met veel halteplaatsen en uitlopers naar Station Lammenschans, naar Leiderdorp en naar Oegstgeest elke 7½ minuut.
«Nog iets over de geschiedenis: toen de blauwe tram werd opgedoekt was Katwijk nog zo klein dat één traject van de tram daar voldoende was. Katwijk is nu zo groot dat de tram of in ingewikkelde lussen zou moeten rijden waar ze te groot voor is en waarbij ze het hele centrum levensgevaarlijk zou maken, of zou moeten uitwaaieren, wat ook erg duur is, of, en dat is om de Engelse uitdrukking te gebruiken defeating the object van een tram, of er zouden een aantal aanvoerlijnen met bussen moeten worden opgezet. Iets voor de Connexxion?
«Wij zijn tegen het Aalmarktplan, één van de opgegeven ideeën lijkt ons wel nader onderzoek waard: stichting van een hotel midden in V & D, zodat de rand van het blok gebruikt kan worden voor die hoogwaardige publiekstrekkers waar we nu allemaal zo op zitten te wachten. Zowel het vervoer van linnengoed en voedsel kan over water naar de kelders aan de Nieuwe Rijn, als aardige touristische attractie kunnen ook de hotelgasten die bij Leiden-Van Gend & Loos aankomen per watertaxi daar aanmeren. Het restaurant boven zou echt gerestaureerd kunnen worden in de oorspronkelijke stijl van de architect van de jaren ’30, met het fraaie, lichtgeverfde ijzeren meubilair dat bij het Nieuwe Bouwen hoort (door V & D weggegooid om het restaurant half-bruin in te richten).
«Door op zulke maatregelen aan te dringen zou de Gemeente nog eens met een positieve bijdrage aan de stadsontwikkeling komen.»

De Afdeling Leiden van de Sociaal-Liberale Partij merkt nog op over de economie van de lijn - behalve het verdwijnen van traditionele klanten voor de winkeliers wanneer buslijnen die nu over de Breestraat rijden (hoogstgevaarlijk) over de Witte Singel moeten worden geperst (hoogstgevaarlijk, toen de blauwe tram werd opgeheven was eerst het plan de passagiers voor Leiden-Centraal bij Lammenschans over te laten stappen op de trein!) - dat het niet waarschijnlijk is dat al die partijen (Rijk, Provincie, enz) die nu aan de aanleg bijdragen ook de kosten van de kaartjes zullen subsidieeren. Het gedeelte Alphen-Boskoop-Waddinxveen is volstrekt noodlijdend, vandaar het verlangen de lijn door te trekken en de Katwijkers ook wat extra te laten betalen!

Over de sociale effecten merken wij nog op ten behoeve van de sociaal voelende volksvertegenwoordigers dat het prachtig lijkt dat het Rijk bijdraagt aan de aanleg, maar dat door het verschuiven van het belastingsysteem naar indirecte belastingen het juist de sociaal zwakkeren zijn die daar proportioneel het meest voor moeten opbrengen.

5/12/2005

De trammelant over de Rijn-Gouwelijn bereikt een spasmodisch hoogtepunt. Het College probeert alles op alles te zetten om ons het ongelukkige tracé door de strot te wringen voordat de verkiezingen plaatsvinden en het aantal tegenstanders in de Raad (en als het aan ons ligt ook in het College) wordt uitgebreid, sterker nog: waarschijnlijk aangevuld met PvdA’ers die wat helderder denken dan hun vastgeroeste collega’s.

Vandaar de beslissing van de Sociaal-Liberale Partij om ook een formeel bezwaarschrift in te dienen aangaande het Van Gend & Loosterrein. De meeste bezwaarschriften richten zich (uiteraard) tegen de nadelen voor de omwonenden, ons bezwaarschrift richt zich allereerst op de samenhang met de infrastructuur. Het komt in grote lijnen overeen met wat hieronder al is opgemerkt onder het hoofd Haagwegterrein. Daarin komt een directe voetgangersverbinding met de binnenstad van het nieuwe station voor. Hierbij willen we absolute duidelijkheid voor de kiezers: voor ons voorstel moet de begane grond van één van de huizen aan de Rijn- en Schiekade worden opgeofferd - het stadsbelang moet op dit punt voor het wijkbelang gaan. Maar door ons voorstel om het aantal sporen tot twee te reduceren wordt er weer ruimte voor een aantal woningen gewonnen.

Volgens het Leidsch Dagblad heeft een raadslid (weer zo een geval van ziende blind) gezegd dat de noodsprong van een éénrichtingtracé over de Nieuwe Beestenmarkt de wijk daar ontsluit. Tja, wat zou het geachte raadslid daaronder verstaan? Ten eerste is er niets gezegd van een halte daar, zo dicht bij het station, en ten tweede zou die halte dan alleen maar zijn voor de richting station. En: alsof de sneltram zelfs zonder een tientallen meters lang perron niet al effectief de dwarsverbindingen blokkeert. Zodat de hele wijk tussen Steenstraat en Nieuwe Beestenmarkt niet ontsloten wordt, maar afgesloten. Leuk voor de winkeliers ter plaatse! En ook: lengte perrons: één perron voor de sneltram zou zich al over de helft van de lengte van de hele Beestenmarkt uitstrekken! Ter zijde: die perrons moeten recht zijn omdat er bij een bocht levensgevaarlijke gaten tussen de lange tramwagens en het perron zouden ontstaan of al even gevaarlijk over het perron schuiven van de voor en de achterkanten van de wagens - bij een buitenbocht, bij een binnenbocht andersom: denk aan de geschiedenis, raadsleden, en de hoogst gevaarlijke situatie bij de (smallere en minder lange!) blauwe tram op de hoek van de Breestraat! Kortom, bij een gesplitst traject ontstaan er weer twee extra kruisingen met fietsers en voetgangers... Hoe enkelspoor over de Breestraat moet... Als men niet ziende blind is ziet men al de bijna tachtig meter lange tramstellen op hun beurt wachtend al het verkeer op de Korenvaarstraat of het Kort Rapenburg versperrend... in langs- en in dwarsrichting... Hoe ziet men trouwens dan nog een frequentie van elke 7½ minuut voor ogen? Wat die gevaarlijkheid van gekromde perrons betreft: dat is op het Stationsplein ook nog niet opgelost. En in het „indicatief tracé” dat thans voor de Stationsweg wordt voorgesteld komt de sneltram onacceptabel dicht bij de huizen aan de westkant zodat daar nauwelijks voetgangers langs kunnen, laat staan fietsers en de winkeliers hun negotie daar wel kunnen opheffen. Hoe dan ook is het ondemocratisch om bewoners en bedrijven van de oostkant van die weg sterk te bevoordelen boven die van de westkant. Oja, en dan stelt het bestemmingsplan „Stationsgebied Stadszijde”, waarin deze fraaiigheid voorkomt, voor om de hoek Stationsweg-Stationsplein een megalomaan hoog (50 meter) woongebouw te bouwen waar de tram met een bocht langsscheert - leuk, op enkele meters voor je voordeur! Een leuk café, een grand-café waarmee de gemeente zo schermt, kan er op die plaats niet af. Op de andere hoek trouwens ook niet, er wordt al weer mee geschoven.

Alsnog: de Sociaal-Liberale Partij is de enige partij die een vriendelijk stadstrammetje zonder lelijke bovenleiding voorstelt, maar wel elke 2½ minuut en met haltes dicht na elkaar!

en à propos: hoe staat het met

de Universiteit, de Burgerij en de Financiering van de Rijn-Gouwelijn?

Volgens de laatste berichten dragen de Universiteit en het LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum - iets wat we honderd jaar als Academisch Ziekenhuis te Leiden hebben gekend, wat frisser afgekort als AZL, die lumc doet zo erg aan een gezwel denken) 7,45 miljoen Euro bij aan de kosten van het semi-treintracé. Tja, is dat wel zo? Wij hebben onze twijfels en wij hopen dat het College onze onzekerheid snel uit de weg kan helpen.

In 1982 heeft de architect Evert Kleijer voor de Universiteit het Centraal Faciliteitengebouw ontworpen. Wij kunnen dit beschouwen als het enige consequent modern vormgegeven gebouw dat de Universiteit ooit aan of dicht bij de Witte Singel heeft gebouwd. Vorig jaar is het inwendig verbouwd, god zij dank zonder ernstige schade aan de mooie ruimtelijke werking van de hoge centrale hal. Maar ook uitwendig: plaktegeltjes op de muur tegen de ingang proberen daar het stoere karakter te ontkrachten en froebelschool-achtig een kleuraccent aan te brengen waar de architect het niet bedoeld heeft.
Daar de wijzigingen van het exterieur dit jaar doorgingen hebben wij contact gezocht met Evert Kleijer om hem te vragen of zijn toestemming was verkregen. Het bleek van niet - hem was zelfs niets verzocht of meegedeeld. Op zijn verzoek heeft de huidige voorzitter van de Sociaal-Liberale Partij de Gemeente verzocht de zaak in de Ark (het welstandstoezicht) te brengen. Dat is inmiddels bijna drie maanden geleden, maar nog steeds is niets zichtbaars gebeurd behalve dan dat het aan het Hoofd van de Ark gerichte verzoek bij de afdeling handhaving terecht is gekomen met het absurde excuus dat het niet een op de lijst staand monument betreft. (Het Hoofd van de Ark is tevens hoofd van de afdeling monumentenzorg - een van de redenen dat de Sociaal-Liberale Partij aandringt op het scheiden van afdelingen en functies die tegenstrijdige belangen kunnen hebben, hier voor onafhankelijke afdelingen voor moderne en historische en/of monumentale architectuur en commissies, dus ook een ARK voor de buitengebieden en een aparte Commissie voor de Binnenstad). En niet op de lijst: dan zijn we van de kennelijk moeilijke taak af onze smaak te ontwikkelen en ook de moderne monumenten te onderscheiden. En niet op de lijst is flauwe kul: zoals iedereen weet mag een monument jonger dan 50 jaar niet op de Rijkslijst staan.
Behalve de jegens Kleijer lompe, ongemanierde manier van optreden krijgen we het uiterst vervelende vermoeden dat er noch leges voor wijzigingen is betaald noch precario voor de (rijdende) kranen, de containers en de steigers die nu al weer maanden en maanden die openbare wegen van de Cleveringaplaats, de Reuvensplaats en het Paterstraatje versperren.
Daagt u een licht, lieve lezer, over de waarschijnlijke financiering van een gedeelte van de Universitaire bijdrage aan de Rijn-Gouwelijn? De Universiteit draagt een bedrag bij dat, om even een indicatie van de enormiteit te geven, genoeg is om twintig jaar lang de Universiteitsbibliotheek op Vrijdagavond open te houden - een vooral voor werkenden en (werk)studenten gunstige openingsavond die nu wegens bezuiningingen is afgeschaft.
De Burgerij draagt dus waarschijnlijk indirect bij aan de miljoenen, die de Universiteit voor de Rijn-Gouwelijn opzij legt, door derving van rechten aan de ene kant gecompenseerd door anderzijds bezuinigingen en hogere heffingen en boetes (hoe hoog is ook al weer de boete voor een papiertje in de afvalbak waar geen papiertjes in mogen? - vuilverwerking („milieu”) bij dezelfde wethouder als financiën). En studenten die hier wonen en dus bij de Burgerij horen, worden indien ze graag van de UB gebruik maken dubbel gepakt ten behoeve van de Rijn-Gouwelijn.
Wij hopen dat het College snel volkomen duidelijkheid verschaft.



Regio-Quango’s

Over quango’s gesproken: van de ene dag op de andere kunnen we op de draadtelevisie één van de twee Franse programma’s en het ene Italiaanse niet meer krijgen. Dat komt door de provider, de Casema, dachten we. Neen hoor! Van het stadhuis kregen we het bericht dat zoiets door de regionale programmaraad wordt beslist. Zeg maar gerust: gefiatteerd, het hele gezelschap hoeft niet meer dan ééns per jaar bijeen te komen. En hoe is het gezelschap samengesteld? Wij vinden 12 leden, van wie in theorie drie uit Leiden, een uit Oegstgeest, twee uit Katwijk (waar eigenlijk nog iedereen televisie een a-moreel medium vindt), en uit Leiderdorp, Rijnsburg, Valkenburg, Voorschoten, Warmond en Zoeterwoude telkens een. In theorie, want wegens de samenvoeging van Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg tot één gemeente en een voorziene samenvoeging met de Programmaraad voor de Bollenstreek worden twee vacatures, van Leiden en van Katwijk, niet vervuld. De Raad had misschien twee democratische Leidse leden en een van CDA of Neo-Liberale (zeg maar de Medy van der Laanpartij-) signatuur, misschien één min of meer superliberaal lid uit Oegstgeest, terwijl de rest (zoals iedereen bij de uitslagen voor de landsverkiezingen kan zien) geheid CDA en affiliaties is. De Bollenstreek erbij en een (eventueel!) links of links-liberaal element komt in het geheel niet meer aan bod. Nu hebben we nog drie Duitse zenders, twee Engelse, een Franse (vaak verknoeid door opdringerige ondertitels) en CNN (vaak onderbroken door Nederlandse reclame). Met de Bollenstreek erbij zal dat wel vier Duitse zenders, de goedkoopste Engelse en een uurtje per dag Amerikaans worden. (Kort, Amerikaans, maar niet zoals Wolkers het bedoelde).
Geeft niet, zegt de Casema, als je digitale televisie neemt krijg je meer dan tachtig zenders! En die buitenlandse! Wat toevallig toch. Wel jammer dat je dan wat meer moet betalen. En dat bij die tachtig zo te zien een zeventig pulp-zenders zijn, zodat je nog minder goede buitenlandse zenders overhoudt dan je een paar jaar geleden nog had!



Leids Leed

Onze chroniek Leids Logboek geeft reflecties van onze voorzitter weer, meestal in historisch perspectief, het is een soort Cahier dat in Leiden opgesteld wordt. Vandaar deze rubriek waarin we het Wekelijkse Leidse Leed bespreken.



Woonboten en Vuilnisbakken in Leiden

Eerst een paar punten van het physieke milieu die ons dagelijkse plezier of onbehagen bepalen. De Woonboten! In de Vliet, tussen Jan van Goyenkade en Schelpenkade, ligt sinds kort een mammoet van een woonboot het gezicht en de doorvaart te versperren. Men zegt dat hij daar ligt door een gemeentelijke fout bij de vergunningverlening... Maar hij blijft er maar liggen. En de Gemeente maakt zelfs geen excuses voor deze fout aan de inwoners van de Staalwijk en de Vreewijk en de watersporters, neen, en ook geen poging om de fout te herstellen. De Sociaal-Liberale Partij is voor verbreding van de Vliet aan de kant van de Schelpenkade zodat de gigantische boot die paar meter die hij te breed is opzij gesleept kan worden. Hoe dan ook dienen nergens woonboten te worden toegestaan die niet compleet varend ter plekke kunnen arriveren.

Het is merkwaardig dat de gemeente wel geld vindt om in de Binnenstad ten behoeve van de grootste winkeliers doorbraken te realiseren, maar geen voorzieningen wil treffen om b.v. de paar het Beschermde Stadgezicht van de Morssingel ontsierende woonboten een andere plaats te geven.

De wethouder Van der Sande laat de kranten hoog opgeven van de schoonheid van de stad nu hij overal mastodontische vuilnisbakken en containers heeft geplaatst... Deze Vandaal weet niet wat schoonheid is: zijn maatregelen zijn de ergste visuele vervuiling die de stad de laatste jaren heeft getroffen. De grove containers treffen vooral de sociaal zwakkere straten of delen van straten wanneer blijkt dat ergens lieden die als „ondernemers” poseren geen container voor hun deur willen. Het is absolute willekeur, een volslagen ongelijke behandeling van de burgers waardoor vooral Vreewijk, Staalwijk en het Noorderkwartier worden getroffen. Ongeacht het bestemmingsplan gaat de Dienst milieu en beheer als een Vandaal te keer: aan het ene eind van de Witte Rozenstraat is een aardig speelpleintje voor kleine kinderen volkomen geamputeerd en volgezet met vier containers uit twee straten. Extreem vies en lawaaiig. Dat alles omdat één „ondernemer” uit de straat de gemeente schreef dat hij het beter acht dat één inwoner vier containers voor zijn deur heeft dan vier inwoners elk één... Een wethouder dient boven een dergelijke mentaliteit te staan, in werkelijkheid buit zijn Dienst zo een mentaliteit uit (ja, wie wil wel zo een container voor de deur?) om de bewoners tegen elkaar uit te spelen, zelfs op te zetten, ja met regelrecht bedrog zijn gang te gaan. Een ondemocratische, door niets beteugelde Dienst treedt op als een Staat in een Staat. Vandaar het verlangen van de Sociaal-Democratische partij dat in alle bestemmingsplannen de plaats van dergelijke objecten toestemming van Stadsontwikkeling en Monumentenzorg moet hebben en dat er recht van beroep voor de bewoners wordt geschapen.
Aan de andere kant van de Witte Rozenstraat, bij de Witte Singel, staat een ongeordende hoeveelheid containers schots en scheef opgesteld op het trottoir op een ruimte waar gemakkelijk het café Oud Hortuszicht weer zou kunnen staan... In de Gerrit Doustraat (waar kennelijk geen „ondernemers” wonen) staan de containers midden in de straat... De in- en de uitgang van de Valdezstraat zijn een affront aan het gezicht, het reukorgaan en de oren (de rubberdoppen waarmee de kleppen oorspronkelijk waren uitgerust zijn door harde plasticdoppen vervangen die niets dempen, dat lawaai gaat continue door, dan komt drie keer per week een gigantische vrachtauto die de containers omkiepert met een lawaai dat van een fabriek niet geduld zou worden - maar in geen enkel bestemmingsplan is tot nu toe opgenomen hoeveel lawaai de gemeente zelf mag maken).

Schoonheid” en Visuele Vervuiling

Zelfs in de Pieterswijk vinden we onsmakelijke ophopingen van containers, bijvoorbeeld naast het Kamerlingh Onnesgebouw, en ook in de Papengracht bij de hoek van de Breestraat. En dan die „kleine” containers voor afval met name in de Breestraat, maar ook op de Doezastraat en elders, bij voorkeur midden op de trottoirs, zodat er hier en daar zelfs geen kinderwagen meer langs kan, overal die grote, gezichtsvervuilende, opdringerige, bijna alle iets scheef geplaatste vuilnisbakken! Met „scheef” bedoelen we in de eerste plaats uit het lood, maar de Vandaal heeft ze op alle mogelijke manieren scheef geplaatst... net niet voor de as van twee ramen van monumenten, voor de kleine sprong tussen twee gebouwen, zodat erachter plaats voor afval, misschien wel een urinoir, ontstaat... net gedraaid ten opzichte van de richting van de straat, net scheef voor ander straatmeubilair... De kleur van die dingen! Alsof het goedkoopste gegalvaniseerde ijzer goed is voor de Binnenstad... Bijna elke stad kan het beter, zelfs de NS hebben op de stations papierbakken die redelijk zijn vormgegeven, Dordrecht heeft (van dezelfde leverancier!) een half zo klein model, in beschaafde kleuren gespoten, en dat bovendien met zorg wordt neergezet, zo veel mogelijk aangepast aan de gevelindeling van de gebouwen erachter.
Protesteren bij de Afdeling Groen van de gemeente helpt niet, want de Afdeling Groen is dezelfde als de Afdeling Milieu en Beheer. Ook deze volstrekt tegenstrijdige functies wil de Sociaal-Liberale Partij uit elkaar halen en aan verschillende wethouders toevertrouwen, zodat ecologische belangen niet platgewalst worden onder het financieel „beherende” apparaat. Ook hier moet de Nieuwe Groezeligheid door democratisch evenwicht en democratische transparantie worden vervangen.

Dordtse vuilnisbak
Een Dordtse vuilnisbak in beschaafde kleuren,
ook bij een modern gebouw goed „aangelijnd”

Decentralisatie gemakkelijk voor het Rijk, moeilijk voor de Burgers

Veel van de moeilijkheden van de gemeentes komen voort uit decentralisatie. Over de juridische onzekerheden voor de burger zie men bij onze voorstellen om de wildgroei van ondemocratische bestuurslagen tegen te gaan; de moeilijkheden van de situatie worden door de gemeentes geweten aan gebrek aan decentralisatie van gelden: uiteraard moeten de uitkeringen aan de gemeentes drastisch omhoog om te voorkomen dat ze willoze speelballen worden van projectontwikkelaars - maar dat ontheft de gemeentes niet van de plicht om zover als ze zelf kunnen de ontwikkelingen te bepalen. Wij menen dat de gemeente Leiden veel te weinig weerwerk biedt aan de speculanten en bovendien te veel (postzegel)plannetjes ontwikkelt of laat ontwikkelen waarvan de samenhang met het geheel van de stadsontwikkeling totaal ontbreekt. De Sociaal-Liberale Partij meent dat elk plan ontwikkeld moet worden in nauwe samenhang met het bestaande bestemmingsplan, de aanliggende plannen en de belangen van goede woningbouw, monumenten- en natuurbescherming en voetgangers-, fietsers-, auto- en railverkeer.



Belangrijke Plannen - de Gemeenteraad Ziende Blind?

Haagwegterrein

Als laatste schrijnende geval van gebrek aan integratie en willoos toegeven aan de grondeigenaar-speculant kunnen wij de plannen voor het Van Gend en Loosterrein noemen (ook wel met de naam die de gemeente eraan geeft, Haagwegterrein, aangeduid). Allereerst loopt het plan weer vooruit op een goed en geintegreerd vervoers- en verkeerssysteem. Voor het ontwerpen moet eerst het definitieve tracé van de Rijn-Gouwelijn zijn vastgesteld. Zoals men weet is de Sociaal-Liberale Partij voor invoer over het (te verdubbelen) bestaande spoor en verhoging van de lijn zodat alle gelijkvloerse kruisingen, in het bijzonder die over de Haagweg en de Morsstraat, ongelijkvloers worden.
Al in 1968 heeft ondergetekende (Wouter Kuyper) in het Leidsch Dagblad gepleit voor een station op het Van Gend & Loosterrein, al in 1998 is dat idee doorgedrongen tot de voorhoede van de plannenmakers in de toen uitgeschreven wedstrijd met het plan ,,Woonvormen” van Ruigrok-Feyen-Winkler-Van Dijk & Wouda.
Natuurlijk, iedereen die wil zien en z’n hersens gebruikt ziet de voordelen van zo een plan! Om te beginnen de fietsers. De gemeente stelt nu voor ruwweg ter hoogte van de Groenoordstraat een tunneltje te bouwen, kennelijk met het opzet om de fietsersstroom uit Zuid-West niet meer over de Haagweg en het Noordeinde naar de Breestraat te laten gaan, liefst helemaal niet naar de Breestraat, om daar maar ruimte te krijgen voor het ongelukkige sneltramtracé met zijn lange perrons, enz. De fietsers zouden aan het oostelijke eind van de Breestraat moeten uitkomen - maar dat willen ze helemaal niet, zeker niet als ze de kant van de Haarlemmerstraat op willen. De fietsers uit Zuid-West die het toch willen rijden allang langs de Telderskade en de Jan van Goyenkade. Die zullen een veiliger route krijgen bij de (geringe) spoorverhoging die bij de Telderskade nodig is om een onderdoorgang te maken. Verder onderdoorgangen zoals genoemd en bij de Zoeterwoudseweg-Herenstraat. Voor voetgangers van het Station naar de Universiteit en verder de stad in een elegant brugje over de Trekvaart - met ruime treden waar nog wel een kinderwagen over kan maar die het fietsen onmogelijk maken - ter hoogte van de Universiteitsbibliotheek. Handhaving van het parkeerterrein, gedeeltelijk onder de tot twee sporen te vernauwen spoorbaan geschoven en het handige kleine busje naar de stad (wat voor traject zo een busje van af een Morspoortgarage zou moeten volgen is raadselachtig) en toevoeging van een watertaxi met draaikom aan de zuidwestkant. Beide overkapt, gekoppeld aan de stationsoverkapping. Een groot voordeel van verhoging van de baan ligt ook in de mogelijkheid om aan de viaducten over de Haagweg en Morsweg en de brug over het Galgewater een fietsers- en een voetgangersbrug te hangen, zodat het gemotoriseerd verkeer ter plaatse volkomen gescheiden wordt van de doorgaande fietsers en voetgangers.
Dit voorstel past goed in ons algemene vervoersplan dat de Rijn-Gouwelijn (althans een spoorwegachtige verbinding) over de hal van het Centraal-Station wil doortrekken richting Noordwijk, zodat daar ook meer opstelruimte ontstaat en er op het Van Gend & Loosterrein ruimte kan worden gewonnen.
Hoe dan ook menen wij dat de voorgestelde hoogbouw uit het plan moet, dat de kavels (voor tuinen!) van de eengezinswoningen groter moeten - de capaciteit voor prettig en menselijk wonen in Leiden is nu eenmaal beperkt, dus minder woningen. Vooral aan het Haagwegeinde wordt er gewoon te weinig groen en ademruimte gegeven, wat de gemeente probeert te maskeren door een bestaand park in Zuid-West bij het plan te betrekken. (Het lijkt wel het gerommel met kiesdistricten in Engeland: als straks het vigerende bestemmingsplan in Zuid-West wordt herzien wordt het park waarschijnlijk weer uit „Haagwegterrein” gehaald!). (Ook wordt er gesjoemeld met de bebouwingsdichtheid door de al gebouwde Keektoren bij het plan te betrekken - die toren is met een artikel-19 procedure in het bestemmingsplan voor Zuid-West gerealiseerd en hij moet nu kennelijk „gelegaliseerd” worden binnen een totaal ander plan).
Financieel is ons voorstel mogelijk door de al gevoteerde gelden voor de Rijn-Gouwelijn voor de infrastructuur te gebruiken. Overigens menen wij dat de Nederlandse Spoorwegen als instantie die publieke dienstverlening moet betrachten geen winst horen te maken op grondtransacties. Zoals in ons manifest opgemerkt: indien nodig weer nationalisatie van de Spoorwegen.

In het regionale verband merken wij op dat vorming van een Provincie Midden-Holland met diensten gevestigd in Woerden en in en dichtbij de stad Utrecht de noodzaak voor Leiden om voor een Haags „overschot” te bouwen zal verlichten en dat trouwens bouw in Valkenburg mogelijk wordt.

vervoersplan
Diagram van bestaande en voorgestelde rail- en waterverbindingen



Bestemmingsplannen volgend op het Beschermde Stadgezicht in de Geest van het Beschermde Stadsgezicht en niet Lijnrecht ertegenin

Voor ieder die wil zien is het Aalmarktplan regelrecht in strijd met het Beschermde Stadsgezicht, bijvoorbeeld met de gaten die in de Breestraat en de Haarlemmerstraat moeten worden geslagen, merkwaardig is dat het zogenaamde plan Binnenstad I, dat een veel groter gebied van de Binnenstad omvat, practisch alles wat naast het Aalmarktplan overblijft en dat rondweg regressiever is dan de vigerende bestemmingsplannen die nota bene zijn opgesteld voordat het Beschermde Stadsgezicht tot stand is gekomen... dat dit plan haast geruisloos door de gemeenteraad is geaccepteerd. Slechts een paar bestemmingen zijn gewijzigd, maar aan zaken die monumenten, die het aspect betreffen, is volstrekt niets gewijzigd. Ziende blind? Mochten verhelingen in de Haarlemmerstraat tot 15 meter gevelbreedte (drie keer zo breed als de normale perceelsbreedte!) in het vorige bestemmingsplan? Mag er nu zomaar een hoge, gladde, ongebroken pui onder de prachtige Vingboonsachtige gevel net voor de Hooglandse Kerksteeg (nr. 174, waar nu Hennis & Mauritz in zitten, die overal proberen het droevige record aan lelijke schaalvergroting in de Hollandse binnensteden te breken, dat tot nu toe op naam stond van C & A) die onbeschaamd hoog, grof, glad en ongebroken de volle 15 meter doorloopt onder de bij de winkel getrokken buurpanden? Het pand staat nota bene op de monumentenlijst en heeft achter zijn gevel van 1679 een laat-gothische houtconstructie...

Wordt er iets gedaan aan de ongelukkige gewoonte (zie b.v. de andere panden van Hennis & Mauritz in de Haarlemmerstraat) onderdorpels van winkelpanden, vooral helaas wanneer ze van natuursteen zijn, te verlagen tot ook een passerende dashond de uitgestalde lingerie kan zien? en bij voorkeur dan zo dat de aansluiting brokkelig en lelijk wordt gemaakt? zie ook een aantal puien in de vroeger zo voorname Breestraat...
Het lijkt hoe dan ook wel of er in de stad een Vandaal het voor het zeggen heeft die overal waar hij kan natuursteen door beton vervangt. Op een van de laatste vergaderingen waar hij voorzitter was van de Kon. Ned. Oudheidkundige Bond (KNOB) sprak Kees Goekoop behartigingswaardige woorden over het treurige vervangen van natuursteen door beton... maar toen we terug kwamen in Leiden werden net de stoepbanden van blauwe steen van de Valdezstraat, die daar zo een honderd jaar hadden liggen mooi zijn en dat nog wel honderd jaar wilden doen, door betonnen banden vervangen... Om de totale verpaupering van die straat te bewerkstelligen heeft de wethouder voor de gezichtsvervuiling (een andere vandaal) er toen nog wat betonnen vuilcontainers tegenaan gekwakt. (Misschien was het al Van der Sande, misschien was het nog de wethouder met de mislukte Bismarcksnor, die in de wijk woont, en voor wiens huis - toevallig, wat?! - de enige verzonken containers in de wijk zijn geplaatst). Maar om tot de Vandaal terug te keren: bij de herbestrating van de Pieterswijk zijn weer overal betonnen banden gelegd en in de Breestraat heeft de Vandaal 2 of 3 centen willen besparen door geen natuurstenen stoepbanden te leggen, maar natuursteenfineer op beton geplakt. Of hij iets spaart is de vraag gezien de moderne verhouding van arbeidskosten staat tot materiaalkosten, maar of je het ziet... „Veneer” is de treffende Engelse uitdrukking, een laagje vernis dat gebrek aan goede qualiteiten moet verhullen. Dit laagje is zo dun dat het nauwelijks strak zit en op allerlei plaatsen er af gereden wordt... Een goedkoop, verpauperend gezicht.

Vandaar en nogmaals, en ook met het oog op het straatmeubilair e.d., een krachtig pleidooi voor een Binnenstadsautoriteit verbonden aan een stevige, onafhankelijke afdeling Monumentenzorg!

Zo een pleidooi is natuurlijk verbonden met het algemene verlangen van de Sociaal-Liberale Partij om niet tot minder maar eerder tot meer stedelijke diensten te komen, georganiseerd als zo veel mogelijk onafhankelijke afdelingen zodat het duidelijk is wie voor wat verantwoordelijk is, zodat niet de ene dienst zich achter de andere kan verschuilen, en erger, zodat niet de ene wethouder zich achter de andere verschuilt. Het principe van „checks and balances”, het evenwicht van machten, is volkomen zoek. Er zijn zelfs een paar wethouders die portefeuilles met diametraal tegengestelde belangen beheren. Zo moet de wethouder Geertsema wel een Thorbecke van scherp inzicht zijn om tegelijktijdig de portefeuille van monumentenzorg en die van economische zaken te beheren. Met alle goede wil is dat niet mogelijk en de heren en dames Gemeenteraadsleden zouden tegenstrijdige belangen bij de portefeuilleverdeling beter in de gaten moeten houden.

Vermoedelijk is de Vandaal uit de Veluwe geimporteerd waar hij tussen kippenhokken groot is geworden. Dat was geen bezwaar voor de gemeente om hem te betrekken bij Binnenstad I. Vandaar een aantal taalfouten en een ontstellend begrip voor wat monumenten zijn in dit bestemmingsplan dat volgt op een Beschermd Stadsgezicht! De Vandaal kent bijvoorbeeld het woord „balustrade” niet, zodat hij van „afrasteringen” spreekt... Alsof ook het Rapenburg met kippenhokken volstaat. Op het verlangen van de Stichting Arent van ’s-Gravesande (die zich voor historische binnensteden en architectuur inzet) om tussen op vlucht gebouwde gevels z.g. „aangepaste bouw” ook op vlucht te zetten (dat is, expres een tikkeltje voorover gebouwd) geeft de Vandaal een antwoord dat nergens op slaat en waaruit weer zijn onbegrip voor historische en monumentale architectuur spreekt.

Vandaar en nogmaals, en ook met het oog op het op vlucht bouwen (zoals het in Amsterdam bij herstellingen meestal gedaan wordt, recent b.v. bij opnieuw opgetrokken 18de-eeuwse gevels aan de Martelaarsgracht) een krachtig pleidooi voor een Binnenstadsautoriteit verbonden aan een stevige, onafhankelijke afdeling Monumentenzorg - volstrekt geen overbodige luxe.

Over aangepaste bouw, natuursteen en de binnenstad sprekend: laat ons wat over het Kamerlingh- Onnesgebouw citeren uit de bezwaren die de Stichting Arent van ’s-Gravesande heeft ingediend. «Verder bevreemdt ons de gang van zaken in en om het gebouw. In, omdat bij de zogenaamde restauratie van de collegezaal geluids- en of lichtornamenten zijn geplaats juist voor de balustrade van het balcon, en, erger nog, een volstrekt gebrek aan respect en begrip voor de Laat-Classicistische inrichting van de zaal aan den dag leggend, juist voor de capitelen van de pilasters. Aan het exterieur verraadt een dergelijk onbegrip zich in het ontkrachten van de samenballende functie van het dak door het verhogen van de gootlijst en, vooral, het aanbrengen van ontelbaar veel dakramen waardoor het dak nu meer op gatenkaas dan iets anders lijkt. Ook in de details verraadt zich het gebrek aan inzicht voor wat historisch echt architectuur is geweest: het gebruik van natuursteen bijvoorbeeld: de afdeklijsten van de ingangspartij zijn aan de uiteinden onbewerkt(!), zodat de architect kans ziet natuursteen te gebruiken alsof het een soort pasta uit een tube is die op willekeurige afstanden glad afgesneden wordt... (Zelfs de vieze merken van de leverancier zijn nu, na maanden, nog niet verwijderd).

«Indien we om het gebouw heen lopen zien we vele soorten architectuur, alsof de architect nog moet proberen wat er eigenlijk past in een binnenstad en wat niet. De moderne gevel aan de Zonneveldstraat... Het had natuurlijk voor de hand gelegen in architectuur en massa aan te sluiten bij de oude stad zowel als aan Neisingh’s politiekantoor - wat gemakkelijk had gekund door versmallingen van de straat aan de uiteinden en een inwaartse beweging in het midden sympathiek met de inwaartse beweging van het politiekantoor. Nu is het ongelofelijke gebeurd: het veruit lelijkste gebouw van de binnenstad met een veel te grote schaal heeft een nog groter schaal gekregen. Toen wij de posten voor de schermconstructie die wij bedoelen zagen oprichten dachten wij dat de gevel eindelijk een menselijke en aan de historische binnenstad aangepaste schaal zou krijgen, maar helaas! enkele dagen later was er een schuin en overschuin latwerk aangebracht dat door zijn kleine afmetingen als één reusachtig scherm werkt - en dat bovendien nog langer is en voorbij de hoeken schiet zodat het opzij ook nog eens van ver (en onbegrijpelijk) zichtbaar is. Verder is de vooruitsprong op de hoek van de Langebrug en de Steenschuur van een materiaal (glas) en vorm (de hoek afrondend terwijl het gebouw van de Sociale Dienst een rechte hoek heeft) die detoneren in de binnenstad.»
«Waarom zijn er toch zo veel andere gemeenten die (meestal ondergrondse) containers hebben met schommelconstructies die ook het lawaai van het storten van vuil aanzienlijk beperken? En die bovendien electronische sloten hebben op de containers? De opvallende moderniteit van de nieuwe, sterk vooruitspringende vleugel van het Kamerlingh Onnesgebouw op de hoek van de Lange Brug-Steenschuur werd nog enigszins gemitigeerd door een ruim trottoir ervoor. Och arme! Zodra Van der Sande dat had gezien beval hij direct zijn gezichtsvervuilende maatregelen en nu staan er al weer twee containers midden op de openbare ruimte van het trottoir...

«Wij menen trouwens dat de ertegenover staande moderne gebouwen van de Sociale Dienst door Van Oerle en Schrama, 1982, de status van gemeentelijk monument dienen te krijgen (evenals trouwens het nog resterende onderstuk van de Petruskerk van Theo Molkenboer, 1835, na 1853 hoofdkerk der Leidse Roomsen en dat nieuwbouw erachter en ertussen plaatst dient te hebben. Wij merken nog op dat deze gebouwen liggen in zône A van het beschermde stadsgezicht, de zône die met de hoogst mogelijke zorvuldigheid behandeld moet worden. Bescherming van individuele panden in deze zône dient niet van louter opportunistische factoren af te hangen.
De gemeenteraad heeft trouwens bij amendement een meer gevarieerd gebruik van Lange Brug 56-60 aangenomen, wat maatschappelijke doeleinden mogelijk maakt. Dan ligt het voor de hand de bestaande bebouwing als passend in de binnenstad daarin te integreren (van het kerkportaal b.v. een waardige ingang te maken). Het is merkwaardig dat de gemeente één van de verdienstelijkste, in maat, schaal en materiaalgebruik zeer wel aan zijn omgeving aangepaste gebouwen die door de gemeente zelf zijn neergezet als wegwerparchitectuur wil behandelen. Met het Centraal Faculteiten Gebouw van Evert Kleijer en met alle verschillen met dat gebouw is het een van de weinige gebouwen van de laatste decennia in Leiden van een consequente moderne architectuur. Wanneer de gemeente niet tot een aangepaste oplossing bereid is krijgt ze het odium zelfs in de Pieterswijk (echte of vermeende) economische belangen boven culturele waarden te stellen.»

Verder in dat bezwaarschrift o.a. een alinea tegen het maar onbeperkt toelaten van terrasboten, waarbij het recht van de sterkste in plaats van het bestemmingsplan maar moet uitmaken waar ze komen. De gemeente laat namelijk weten dat het aantal wel mee zal vallen gezien de hoge precariorechten die ze gaat heffen. Deze terrasboten, die bovendien door overhuivingen er steeds meer gaan uitzien en klinken als lawaaiige woonboten, verdragen zich slecht met een aangename visuele beleving van de waterpartijen, in het bijzonder de centrale waterpartij waar de Rijnarmen bijeen komen.

Ook hier: een pleidooi voor een Binnenstadsautoriteit verbonden aan een stevige, onafhankelijke afdeling Monumentenzorg, lijkt geen overbodige luxe. Waarom niet gecombineerd met een Restauratieacademie en gevestigd in het complex Petruskerk-Brandweerkazerne-Sociale Dienst.

Ook op landelijk gebied en in andere plaatsen heeft vestiging van de Monumentendienst te midden van het zwaartepunt van monumenten en in een historisch gebouw de voorkeur van de Sociaal-Liberale Partij. Hoe kan men beter het gebouwde milieu beschermen dan wanneer men er midden in zit? Dus geen verhuizing van de Amsterdamse dienst uit het Huis met de Hoofden! Geen verhuizing van de schamele resten van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg naar het excentrische Amersfoort, naar een daar excentrisch liggend gebouw van hellende glazen „architectuur” van een buitenlandse architect...
Te verkiezen valt een gezaghebbende Rijksdienst dichter bij het monumentale centrum, wellicht met een paar directoraten, een krachtig (rijks)directoraat in Midden-Holland, één in Groningen, één in Breda en één in Maastricht.

Ziende blind... ter voorbereiding om weer met allerlei ontheffingen (de art. 19-regeling) die sterk in strijd zijn met de geest van het bestemmingsplan voor de Pieterswijk te worden uitgevoerd ligt een (speculatief) plan voor een appartementengebouw met lift op de beeldbepalende hoek van het Rapenburg en de Nieuwsteeg, waar nu de dan nog enigszins aangepaste (zie de daken) Instrumentmakersschool staat. Alweer uit een bezwaarschrift van de Stichting Arent van ’s-Gravesande: «Hierbij maken wij ernstig bezwaar tegen het bouwplan voor Rapenburg 124, met name tegen de twee ontheffingen die nodig zouden zijn om het „dak” anders dan in het hele gebied voorschrift is uit te voeren, en om in plaats van een (stads)tuin zoals in dit keurblok betaamt een bestraat parkeerterrein voor vijf auto’s, veel fietsen en vijf volumineuse vuilcontainers te plaatsen, dat in het plan een „tuin” wordt genoemd maar dat niet meer is dan een ommuurde, geplaveide parkeerplaats met een drietal bomen.
«Een plan dient te voldoen aan de algemene criteria te stellen in het bestemmingsplan - indien dat niet mogelijk is met vijf volledige wooneenheden en vijf volledige autoparkeerplaatsen dient men zich af te vragen of het gevraagde volume wel in overeenstemming is met de uitgangspunten van het conserverende beleid ter plaatse.
«Indien het dan niet mogelijk is (zoals wij vragen in ons bezwaar op het Bestemmingsplan Binnenstad I) te komen tot herbouw van het patriciershuis dat tot de buskruitramp op de tegenoverliggende hoek van de Nieuwsteeg heeft gestaan, zou men in elk geval het profiel (de daklijn) van de huizen aan het Rapenburg dienen te volgen. Allicht kan dat met een aantal bescheiden dakkapellen en grotere ramen aan een inpandige patio rondom de trappen en de lift. Laten eindigen van de lift een verdieping lager zou beter zijn, ook voor het voorgestelde profiel omdat het lifthuis boven het dak uitstreekt. Niet veel, maar juist wegens de geexposeerde ligging goed zichtbaar over de Doezastraat.
«De dakopbouw zou als zelfstandige villa in een bungalowpark op de Veluwe misschien aardig staan, maar hier is hij geheel misplaatst.
«Nog steeds gaat men voorbij aan het feit dat een belangrijk onderdeel in het 17de- en 18de-eeuwse aspect, beeldbepalend mogen we wel zeggen, het op vlucht bouwen is (de gevels een zeer geringe voorwaartse helling geven), waarom wordt dat hier geen voorschrift?
«De inwendige indeling treft natuurlijk in de eerste plaats de toekomstige bewoners, ons treft dat de corridor achter de voorgevel recht op een toilet aanloopt - voorwaar, een unicum aan het Rapenburg!
«Maar het voornaamste bezwaar hier, pijnlijk in het oog vallend bij alle liefhebbers van de binnenstad, is wel de foeilelijke raamindeling. Hier heeft de tekenaar een liggende roedenindeling gemaakt die vloekt met alles wat er in de 17de tot 19de eeuw tot stand is gebracht. Wij kunnen juist waardering hebben voor het in hoogte laten afnemen van de raamhoogte, laat deze winst nu niet volledig verloren gaan bij deze volslagen afwijkende detaillering. Deze detaillering gevoegd bij de ongenuanceerde beeindiging - of liever het volstrekt ontbreken van enige detaillering van de lijst boven het bakstenen gevelvlak (en hetzelfde geldt nog sterker bij het gepleisterde huis) - doet het bakstenen gebouw nog het meest lijken op de architectuur van het interbellum in Italie en Portugal - Salazar-architectuur, waarvan de raamindeling met liggende roeden in Nederland vooral in veestallingen terecht is gekomen.

Waarom de inleiding spreekt van de gewaardeerde 18de- en 19de-eeuwse architectuur aan het Rapenburg maar waarom het gepleisterde gebouw T-vensters vertoont die pas in de tweede helft der 19de eeuw in opkomst zijn gekomen en die in hun lelijkheid een van de redenen tot Monumentenzorg hebben gevormd, is een raadsel. Men past toch geen eclectische of half-eclectische (zie de genoemde „kroonlijsten”) stijlen toe uit perioden die men niet aanprijst en die juist uit misselijkheid over hun ontstaan de aanzet tot restauraties hebben gegeven? Waarom ook dit armetierige kozijnhout dat veel dunner is dan bij de beste gevels aan het Rapenburg?»

Waarom dit Veluuws villa’tje bovenop een Salazar-kazerne gekwakt? De eis van dakvlakken wordt niet voor niets in het Bestemmingsplan voor de hele Pieterswijk gesteld!

Waarom kan Amsterdam de Haringpakkerstoren herbouwen maar heeft in Leiden in de Binnenstad een hoogst onaangepaste moderne architectuurcongsi het voor het zeggen? Waarom heeft Dordrecht bij saneringen althans de voornaamste gevels gespaard en elders in het centrum opgesteld? Waarom wil men in Delft het gebouw van het Lucasgilde herbouwen? Zelfs een kleine gemeente als Valkenburg ziet kans om na 60 jaar de torenspits te herstellen, zodat de kern weer een aardig, herkenbaar profiel heeft... Waarom zou aan het Rapenburg het laatste redelijk aangepaste nieuwe huis het al weer voor-oorlogse hoekpand Rapenburg-Kaiserstraat moeten blijven?

Nogmaals, een Binnenstadsautoriteit onder een stevige, onafhankelijke afdeling Monumentenzorg, is geen overbodige luxe in de tweede monumentenstad van het land. Waarom niet gecombineerd met een Restauratieacademie en gevestigd in het complex Petruskerk-Brandweerkazerne-Sociale Dienst?

Over ziende blind: wat de Raad verder over het hoofd ziet is dat, ondanks plechtige beloften van de tijdelijkheid (en de slechts voor tijdelijk verleende vergunningen) het Bestemmingsplan de fietsenstallingachtige inbouw op het voorplein van de Lakenhal wil legaliseren... De Lakenhal (van 1640) is het fraaiste en voornaamste civiele gebouw voor Leiden dat de stadsbouwmeester Arent van’s-Gravesande heeft gebouwd. Een van de topmonumenten van het land, waarvan de architectuur zo is gepland dat zij zich voor het zicht ontvouwt wanneer men binnenkomt door de deur in de muur die het voorplein van de weg afscheidt. Ondanks sterke bezwaren van alle bij monumenten betrokken partijen (zoals de Monumentenraad, Oud-Leiden, de Bond Heemschut, zelfs de verantwoordelijke Minister) is er indertijd toestemming gegeven voor een lichte tijdelijke constructie, die na afloop van een paar tentoonstellingen naar elders verplaatst zou worden. Het voorplein was openbare ruimte waarop krachtens het bestemmingsplan (één van die al voor het Beschermde Gezicht vigerende bestemmingsplannen die, nota bene, stringenter waren dan wat nu, volgend op een Beschermd Stadsgezicht, voorgesteld wordt) geen bebouwing mocht plaatsvinden. Ziende blind is wel de juiste typering voor wie een dergelijke grove legalisering over het hoofd zien!



Verkeer en Vervoer

Vrachtvervoer en ander zakelijk vervoer, ook privé en touristisch

De Sociaal-Liberale Partij is voor aanleg van de verbinding tussen de A4 en de A44 door Voorschoten. De nadelen voor Voorschoten moeten zoveel mogelijk worden beperkt door gedeeltelijk verdiepte aanleg b.v. langs Berbice en onder de Vliet (die trouwens ook verbeterd moet worden als vaarweg - nog steeds rijden er zandauto’s door Voorschoten omdat de Vliet tussen Leiden en Voorburg al honderden jaren op verbetering wacht). Argumentatie: het doorgaande verkeer dwars door Leiden-Zuidwest en de Mors geeft helaas stedebouwkundig en wat milieubelasting betreft meer overlast en is onacceptabel. Ook een nieuwe weg ten Zuidwesten om de nieuwbouw bij Valkenburg dient op deze weg te worden aangesloten. Dit moet trouwens de laatste aantasting zijn van het open en groene gebied tussen Leiden en Den Haag.

Openbaar Vervoer

De Sociaal-Liberale Partij is tegen light-rail op alle plaatsen waar zij op ongelukkige wijze met het vervoer van de NS concurreert en/of tracé’s vereist zoals door de Leidse binnenstad. Dus geen semi-trein over de Lammenschansweg , de Breestraat en de Steenstraat!

Aangezien het een Provinciaal programma betreft, waarvoor de gemeenten toestemming en grote bijdragen moeten leveren, hier de nadelen van de lijn per gemeente opgesomd. Het gevaar van zo een vervoer in de stad en de lelijkheid van rails met brede gleuven, perrons, wachthuisjes, palen en draden is al lang opgesomd door wijkcomité’s en de fietsersbond. (De Utrechtse sneltram mocht van de Utrechtse Raad niet dwars door de stad en heeft b.v. in IJsselstein spoorbomen op de kruisingen; de Rotterdamse naar Zevenkamp heeft ondanks spoorbomen in de tien jaren van zijn bestaan al een tiental doden gevergd). Hier nog even iets over de geschiedenis: de oude blauwe tram is indertijd opgeheven omdat zij gevaarlijk was en verkeerscongestie gaf. Het plan was om de bussen uit het Zuidwesten bij Station Lammenschans te laten stoppen en het vervoer verder de stad in met kleine bussen te verzorgen en het vervoer naar Leiden-Centraal per spoor. O.a. omdat Leiden nooit een stadsvervoer door het centrum heeft weten op te zetten (in tegenstelling met het kleinere Delft!) en omdat de spoorbaan niet verdubbeld en verhoogd is, is het daarvan nooit gekomen. Laat ons dan eindelijk ons verstand gebruiken (het enige Raadslid dat het tot nu toe doet is Filip van As) en het geld voor het tracee, nu het er is, goed gebruiken!

Aangezien de Provincie voortdurend de lijn in stukken hakt en iedereen het overzicht verliest hier enige opmerkingen over het tracé ten nutte van de plaatselijke partij-afdelingen waaruit de logische conclusie zal volgen dat het voorgestelde tracee en materiaal geinvesteerd kapitaal vernietigen en dat het tracee oneconomisch en dus duurder in het gebruik zal zijn, zeer gewenste verbindingen niet geeft, niet goed geintegreerd is met het spoorverkeer in de Randstad, en, in het bijzonder tussen Alphen en Leiden-Centraal een veel langere reisduur geeft.

Waddinxveen

Veel forensen uit Waddinxveen reizen nu eerst naar Gouda, moeten dan wachten en overstappen om dan weer in omgekeerde richting verder te gaan naar Den Haag of Rotterdam. Toen er nog een vooruitziend gemeentebestuur was, jaren geleden, is er al in het bestemmingsplan een bocht of lus gereserveerd om direct naar Zoetermeer-Den Haag te kunnen gaan. Kortom, de Sociaal-Liberale Partij stelt voor om deze lussen direct naar Den Haag en Rotterdam direct aan te leggen.
Het is wel ongelooflijke godspe van Jeltje van Nieuwenhoven om tegen de Waddinxveense raad te beweren dat als de raad het niet met het tracee eens is (waar al het geld in verdwijnt) de sneltram niet in Waddinxveen zou stoppen! Dan zou immers de laatste rentabiliteit van de lijn verdwijnen. Het is wel jammer dat Jeltje critiekloos het megalomane project van haar voorganger-Gedeputeerde overneemt. Het eigen verstand gebruiken zou te verkiezen zijn boven dit staaltje van de in de PvdA gebruikelijke partijdiscipline. Zie bij ons landelijk programma het voorstel om de Provincie Zuid-Holland maar geheel op te heffen.

Boskoop

De spoorlijn Alphen-Boskoop-Waddinxveen-Gouda is in 1934 aangelegd voor de boomkwekers om hun producten per spoor te versturen (zelfs met een echte spoorhaven). Door de crisis en de opkomst van de vrachtauto is daar nooit iets van gekomen. Sindsdien reizen de Boskopenaars per auto (de jeugd per fiets of bromfiets), ook al omdat de lijn te ver van het centrum ligt. De Sociaal-Liberale Partij stelt verhoging van de lijn voor waar het nog niet is gebeurd: veilig en prettiger voor het andere verkeer. Het volstrekt onrendabele traject Boskoop-Alphen wordt nu door het Rijk betaald, bij exploitatie door een andere maatschappij dan de NS zullen de kosten op de reizigers worden verhaald in de vorm van duurdere kaartjes. Zo worden de maatschappelijk zwakkeren twee keer de dupe: zie ten eerste het door alle Raadsleden onnadenkend gebruikte argument „het Rijk betaalt tocht voor de aanleg”. Ja zeker, maar hebben diezelfde Raadsleden niet in de gaten dat het Rijk de laatste jaren steeds meer belasting int met indirecte belastingen? Op wie denken de Raadsleden dat dat het zwaarst drukt? Ten tweede worden de maatschappelijk zwakkeren de dupe van duurdere kaartjes en draaien zij op voor de verloren manuren. Deze zijn te schatten op vele hondderduizenden per jaar, in het langere traject Alphen-Leiden Centraal en in het onnodig veel te lang reizen van Waddinxveen naar Den Haag en Rotterdam en v.v. - De veranwoordelijkheid voor Rijksuitgaven ligt natuurlijk in de eerste plaats bij de Regering en het Parlement, en gemeenten moeten proberen een redelijk deel uit de pot te krijgen, maar zelfs dan hebben zij een zekere verantwoordelijkheid voor efficiënte bestedingen.

(Overigens zouden de problemen van het kruisen van de vaarroute door de centra van Waddinxveen en Boskoop gedeeltelijk opgelost kunnen worden door de oude verbinding met Gouda over het water te herstellen met haltes aan beide zijden).

Alphen aan den Rijn

Alphen gaat er met het voorgestelde materieel en het tracee in alle opzichten op achteruit. Het vreemde is dat de officieele regeringspolitiek de Oost-Westverbindingen wil verbeteren. Maar de Rijn-Gouwelijn is een Noordwest-Zuidoostverbinding waarvan een aantal nu al bestaande onderdelen een sukkelend bestaan leiden. Allereerst het „debiet” op de verbinding Woerden-Alphen-Leiden: hiervan is Alphen-Leiden het enige rendabele gedeelte. Maar denken de geachte Raadsleden nu echt dat er voldoende reizigersaanbod is voor twee maatschappijen? Het directe resultaat van een Rijn-Gouwelijn zal een opheffing van de NS-verbinding Alphen-Leiden Centraal betekenen, zodat er slechts een twee keer zo lang durende verbinding per sneltram overblijft. Moeten niet alleen de geachte Raadsleden maar niet ook de Kamer van Koophandel hiertegen protesteren? Het indirecte resultaat zal een eveneens opheffen van de lijn Woerden-Bodegraven-Alphen zijn. (Nu al mag men van Leiden voor dezelfde prijs via Duivendrecht naar Utrecht reizen, en dat wordt nog sneller zodra de bocht bij Duivendrecht gereed komt).
De Sociaal-Liberale Partij is voor verder gebruik van de toegezegde rijkssubsidie voor de Rijn-Gouwelijn voor verhoging en verdubbeling van de lijn Leiden-Centraal naar Alphen en Woerden en verlichting van het ongemak van de Waddinxveense forensen door genoemde lussen in westelijke en zuidwestelijke richting met directe aansluiting op de trajecten naar Den Haag en Rotterdam. Zo ontstaan bovendien betere verbindingen voor Alphen: b .v. elk half uur een trein uit Den Haag en een uit Rotterdam naar Waddinxveen waarvan de helft kopt in Waddinxveen en naar Gouda rijdt en de andere helft doorrijdt naar Alphen en verder naar Leiden en Noordwijk. Zo komen er ook in het centrum van Holland alternatieven bij calamiteiten.

Hazerswoude

Een halte (er komen alleen haltes, de „stations” op de mooie kaartjes die worden verspreid bestaan uit lange perrons met wachthokjes) is alleen rendabel indien er duizenden woningen worden bijgebouwd. In het Groene Hart van Holland en zowat boven op de H.S.L. die voor honderden miljoenen onder de grond is gestopt om datzelfde Hart te sparen. En een terzijde voor de klanten die per bus naar de Leidse winkeliers gaan: wanneer de buslijn wordt opgeheven is het natuurlijk veel gemakkelijker om per spoor naar Alphen te gaan.

Zoeterwoude

Overeenkomstige bezwaren als bij Hazerswoude, alleen zou hier een buslijn naar de halte bredere wegen en ook woningbouw in de polder zowel bij Zoeterwoude-Dorp als bij Zoeterwoude-Rijndijk nodig hebben. Zowel hier als bij Hazerswoude zijn ongelijkvloerse kruisingen noodzakelijk voor de veiligheid en de afwikkeling van het wegverkeer.

Leiden

Voordat we Leiden binnenkomen moeten we over het kanaal met veel scheepvaart. Hier treffen we het enige goede onderdeel uit het voorstel: verhoging van de baan. (Ja, alleen voor de sneltram, de voorstellers houden kennelijk al rekening met het verdwijnen van het spoor). Vervolgens buigt het tracee af, wat naar het Zuiden, om met zijn tachtig meter lange perrons bij Station Lammenschans een halte te hebben. Niet aan de voet van de spoordijk, want daar is een „leergebouw” van tien tot elf verdiepingen hoogte en honderden meters lengte gepland. (Zie voor die visuele plank net voor de Petruskerk bij Stadsontwikkeling). De Sociaal-Liberale Partij stelt verhoging van de spoorlijn voor op veel plaatsen en hier verdubbeling en verhoging naar Leiden-Centraal (dus onderdoorgangen bij de Zoeterwoudseweg, de Telderskade, bij een nieuw station Leiden-Van Gend en Loos, en bij de Haagweg en de Morsweg). Het grote voordeel bij Lammenschans is dat het „leergebouw” de ruimte krijgt voor een beschaafde hoogte die in de wijk past.

Het Lammenschansweg-Breestraat-Steenstraat tracé! Om met de geschiedenis te beginnen, met Carlsruhe (zoals de naam van die stad vanaf het begin is gespeld en hij nog op de monumenten daar valt te lezen): van achter zijn schrijftafel, met een encyclopedie bij de hand kan men zien dat de ontwikkeling, de vorm en de ruimtelijke problemen van die stad en achterland totaal verschillen van die van Leiden. Wanneer men zich dan toch laat verleiden om in Carlsruhe te gaan kijken (op kosten van de gemeenschap, het geld moet er immers ergens uitkomen) laadt men de verdenking op zich reisjes naar het buitenland boven het algemeen belang te stellen. Educatief is het ook niet, want de geachte Raadsleden blijven bij hun idee dat de problemen van Leiden op de manier van Carlsruhe kunnen worden opgelost. Er is al iets opgemerkt over de geschiedenis van de blauwe tram: opgeheven als gevaarlijk en verkeerscongestie verwekkend. Nog zo een voorbeeld dichtbij. Aan het begin van de 20ste eeuw had de HTM een stoomtramverbinding met Delft, die in Delft over de Oude Delft liep. Toen die geelectrificeerd zou worden onstond er gote commotie, en heel de onofficieele en officieele Monumentenzorg liep te hoop (vreemd genoeg horen we nu niets over de sneltram van de officieele stedelijke of Rijksmonumentenzorg, bestaan die eigenlijk nog?). Er was bezwaar tegen het gevaar, de draden en palen, enz. De HTM is toen zo wijs geweest de tram over de Westvest aan te leggen en Delft heeft nog altijd een klein busje voor het verkeer in het centrum. In Delft ligt dus het doorgaande verkeer tangentiaal ten opzichte van het centrum, en dat is zo in elke stad die haar centrum respecteert, of het nu Delft of Schiedam of Bonn of San Francisco is.

Salamitactiek in het Centrum van Leiden

De middelmatig, maar toch gevaarlijk snelle snelheidslijn wordt in Leiden in stukjes bij beetjes in een groot aantal bestemmingsplannen ingevoerd. Gevaar op de Lammenschansweg. Gevaar en congestie in „Binnenstad I”, gevaar en congestie en blokkade van de dwarsverbindingen, lelijke palen en leidingen in „Binnenstad I” en de rest van de Breestraat in het plan „Aalmarkt”, in de Stationsbuurt-Stadszijde, enz.
Op een paar plaatsen komt de aap uit de mouw: dat dit plan is opgezet voor de twee grootste winkels, namelijk V & D en C & A, met veronachtzaming niet alleen van het stadsschoon (en dus voor het welzijn van alle Leidenaars op de lange duur) en de belangen van de kleinere winkeliers (door andere busroutes zullen velen hun habituele klanten missen, een aantal winkels aan de Breestraat, de Stille Rijn en de Haarlemmerstraat moet zelfs worden afgebroken). Allereerst de doorbraak van de Breestraat in de richting van de Waag: zoals alle doorbraken een monstrum door het gat waarvan de wanden nooit passend worden en hier nog aanlopend op de gesloten achtermuur van de Waag: men voelt de idee van de voorstellers: zou de Waag niet een mooie stationswachtkamer zijn voor de sneltram?

De Sociaal-Liberale Partij is tegen het Aalmarktplan.

Vervolg Sneltram

De lange perrons op de Breestraat maken het kruisend verkeer (ook keren wanneer men met de fiets winkelt) practisch onmogelijk, nog een groot nadeel van een sneltram in de binnenstad is de te grote onderlinge afstand van de haltes: alweer lastig voor het publiek en in het voordeel van de grote winkels waarvoor de enkele haltes worden aangelegd. Dat is nog zo iets bij het Aalmarktplan: na de doorbraak aan de Breestraat moet er, veel te dicht bij de andere bruggen, een nieuwe brede brug over de Rijn komen en een tweede doorbraak, naar de Haarlemmerstraat, die - men raadt het - eerst een paar zeventiende-eeuwse huizen velt en dan voor de voordeur van C & A belandt als een echte C & A-avenue. Gezien het hartelijke medewerken van de successieve P.v.d. A-wethouders aan het Aalmarktplan kunnen we hier gerust spreken van een Rode Loper van de Breestraat naar C & A.

De Sociaal-Liberale Partij stelt een apart Leids stadstrammetje voor, vriendelijk voor voetgangers, fietsers en milieu, een hybriede tram die in de binnenstad op rubberbanden rijdt, aangedreven door een vliegwiel en/of accu’s en bij zijn uitlopers naar Oegstgeest, Leiderdorp en Lammenschans bovendien op één rail in het midden, electrisch „bijtankend” via een bovenleiding. (Een stadstram op één rail en verder op luchtbanden hadden de geachte Raadsleden in Caen in Frankrijk kunnen zien als ze daar waren wezen kijken).

Een tweede aap komt uit de mouw bij het station Leiden-Centraal. Wie dacht dat de lightrail hier geintegreerd zou worden met het spoorverkeer heeft het mis. Zo zijn er geen aansluitingen met het spoor gepland, en is er geen ruimte voor opstelsporen, zodat daarvoor ruimte moet worden gevonden in een natuurgebied ten Oosten van Leiden (in Zoeterwoude; bovendien vergroot het nog het aantal trambewegingen door de binnenstad). Een overkapping is er niet bij (zoals b.v. de metro in Schiedam aansluitend aan de stationskap heeft gekregen). Neen, de tram moet uit de Stationsstraat komend vlak langs de hoek van het gebouw aan de Stationsstraat en het Stationsplein schampen omdat anders de brede en lange wagens de bocht niet kunnen maken en weer terugbuigen naar de bustunnel waar ze onderdoor moeten op weg naar het ziekenhuis en het Transferium. Zo moet men tentallen meters door weer en wind lopen om de ingang van het station Leiden-Centraal te bereiken... Over integratie en confortabel vervoer gesproken!

De Sociaal-Liberale Partij stelt voor de light-rail over het bestaande (en verhoogde) spoor Lammenschans-Leiden Centraal naar Leiden-Centraal te voeren en het gedeelte bestemd voor Noordwijk verder over de „oude lijn” met stations in de Merenwijk en (het al bestaande) te Voorhout naar Noordwijk te voeren. Het station Noordwijk hoeft op niet meer dan een paar kilometer van de oude lijn te komen. De treinen kunnen er bovendien koppen en weer doorrijden richting Haarlem.

De tweede aap, de grote, oncomfortable afstand van tramhalte tot station, is er vooral om te voorkomen dat Katwijkers en Noordwijkers, die per sneltram aankomen, op de idee zouden komen over te stappen op de trein naar Den Haag en daar te gaan winkelen in de al genoemde grote winkels die daar een veel beter assortissement hebben dan in Leiden. Het is een van de trucs om het Noordwestelijke deel van de light-rail rendabel te maken tot aan de twee grote winkels in Leiden toe.
Wat door de Gemeente wordt beweerd in de inleiding bij het bestemmingsplan over de prachtige, royale entree die Leiden zou krijgen van af Leiden-Centraal is zotteklap: men komt samen met voetgangers en fietsers in een trechter met light-rail terecht. Wat een entree!

De derde aap is het transferium. Ook daarom geen goede aansluiting bij Leiden-Centraal: anders krijg je geen hond in een bus naar Den Haag die er twee à drie keer zo lang over doet als de trein.

Leiderdorp, Oegstgeest, Rijnsburg, Valkenburg, Katwijk en Noordwijk

Leiderdorp en Oegstgeest, wellicht ook Rijnsburg, moeten, zoals gezegd, worden bediend door het stadstrammetje. (Deze plaatsen vallen in het plan van de light-rail geheel buiten de boot). Katwijk en Valkenburg zijn misschien gebaat bij een sneltram als ze tenminste maar comfortabel en geintegreerd Leiden binnenkomt en indien het probleem van uitwaaieren in Katwijk wordt opgelost (bij het huidige voorstel is er nog steeds een bussysteem in Katwijk nodig). Noordwijk een treinverbinding via Voorhout.

Algemeen over de Spoorverbindingen van Leiden

Al jaren lang wordt Leiden door de N.S. stiefmoederlijk bedeeld. Of het nu komt door geringe waakzaamheid, sufheid of onvoldoende inzicht van het Gemeentebestuur, zowel hoofdzaken als randvoorwaarden zijn ongunstig voor Leiden. Een paar randvoorwaarden: bij de bouw van het nieuwe station zijn alle plaatsen voor fietsen in de stallingen op te geringe afstand van elkaar geplaatst, wat tot een hoop ongemak en een geweldige schade per jaar leidt. Dan nog is er onvoldoende ruimte in de bewaakte fietsenstallingen en is die aan stadszijde (waar de meeste fietsers aankomen) niet lang genoeg geopend. De physieke ongemakken van het station! Om te bezuinigen is de kap in de verkeerde richting geplaatst, wat tot een serie van narigheden leidt: tocht, zelfs sneeuw in de hal bij een sneeuwjacht, de onmogelijkheid om bij regen droog onder de perronkapjes te komen (de architect kon de overgang van hoofdkap naar kleine kapjes niet oplossen), de bezuiniging op roltrappen, goedkope tegels zodat men uitglijdt bij nat weer, het gebrek aan bescherming van de perronkapjes, enz, enz. Te weinig toezicht zodat er voortdurend wordt gestolen en gefietst in de hal, enz.
Een financieel ongemak is het uitpersen van de Leidenaars, al jaren lang, in vergelijking met verder van Amsterdam wonende reizigers: toen de Schiphollijn werd aangelegd, zo langs de schuine rechthoekszijde (hypothenusa) van de rechthoekige driehoek Leiden-Haarlem-Amsterdam, bleek volgens de NS-arithmetiek zijn lengte evenveel te betalen kilometers te bedragen als het oude traject langs Haarlem! Wie het dichtst bij de splitsing woont betaalt relatief de grootste overprijs - de Leidenaars, en het is maar een schrale troost dat wanneer het nog eens tot een station Leiden-Merenwijk komt de Merenwijkenaars relatief een nog grotere meerprijs gaan betalen. Jaar in jaar uit. Dat station Merenwijk, dat door de Sociaal-Liberale Partij vurig gewenst wordt, had trouwens moeten voorkomen dat veel extra autoverkeer door de tunnel voor het station rijdt, daar geen parkeergarage vindt en dan maar doorgaat naar Den Haag. Kortom, met een station Merenwijk was die tunnel misschien in het geheel niet nodig geweest.

Een hoofdzaak is de vertramming van de lijn naar Utrecht door de Rijn-Gouwelijn wat behalve tot de genoemde vertraging leidt tot minder overstappende reizigers op Leiden-Centraal van wie anders een gedeelte nog eens de stad inloopt, en tot verdwijnen van traditioneel achterland van Leiden in de richting Utrecht. Invoer van de wel aan te leggen sneltramlijn Katwijk-Valkenburg-Leiden op het station zou aan de andere kant ’s zomers wel degelijk tot meer badgasten in Katwijk leiden.

Een hoofdzaak is de opheffing van Leiden als halte in de verbinding met België en Frankrijk al weer enige jaren geleden. De Sociaal-Liberale Partij is voor doortrekking van de „shuttle” naar de HSL van ’s-Gravenhage via Leiden en Haarlem, zodat reizigers van Leiden en Haarlem er niet een half uur langer over doen om naar België (Leiden heeft geen directe verbinding meer met Antwerpen en Brussel!), Frankrijk of via de kanaaltunnel naar Engeland te komen.

Valkenburg

Wij zijn erg verheugd dat de torenspits van Valkenburg eindelijk, meer dan 60 jaar na zijn verwoesting in de Oorlog, is hersteld. Zo heeft Valkenburg dan weer een duidelijk profiel met de kerktoren als natuurlijk middelpunt van het dorp!

Zoeterwoude

Wanneer we aan het eerder genoemde het wegdringen van de oude molen aan de A4 toevoegen krijgen we alvast de volgende punten voor Zoeterwoude. Een treinstation is handig voor Zoeterwoude-Rijndijk indien tenminste een viaduct wordt aangelegd voor de kruisende wegverkeer (veel vrachtverkeer b.v. voor Heineken en de andere industrie) omdat de gewenste hogere frequentie van het railverkeer anders de zaak hopeloos verstopt. En een nieuwe weg naar Zoeterwoude-Dorp zou wel heel goed in het landschap moeten worden ingepast. Geen opstelterrein in een natuurgebied (wat een van de onacceptabele gevolgen van een sneltram is). Geen hoogbouw in Zoeterwoude. Wij begrijpen trouwens niet waarom de Gemeente niet geprotesteerd heeft tegen de Leidse hoogbouw aan de Snoekerhaven die uit Zoeterwoude gezien de Petruskerk wel heel nederig zal maken, terwijl Zoeterwoude indertijd wel geprotesteerd heeft tegen te weinig ruimte op het Leidse station voor de hogesnelheidslijn toen men bang was dat die lijn langs de A 4 zou worden aangelegd. Maar nu blijkt er plotsklaps vergunning te zijn verleend voor twee gigantische windenergiemolens langs de A 4 die de biotoop (een dik woord van molenbeschermers voor de directe omgeving van een molen) van de oude molen aan wetering daar ernstig aantasten. Men had dus nooit toestemming moeten geven zonder geld te bedingen voor verplaatsing van de molen naar een waardige plaats! Hier hebben we een van de tekortkomingen van de Monumentenwet: ze kent geen zonering, ook een bijzondere status voor beeldbepalende panden komt er niet in voor, zodat monumenten vaak letterlijk aan hun lot worden overgelaten tussen moderne troep of „aangepaste” bouw die in geen enkel wezenlijk aspect bij de traditionele bouw past... Zoeterwoude, pas op uw zaak: het spook van de magneettrein wil ook weer langs of over de A 4 voortijlen!